Club Brugge pakte in Westerlo de drie punten, maar schrok zich vooral een hoedje toen Hans Vanaken geblesseerd uitviel. De blessure van Hans Vanaken legt opnieuw pijnlijk bloot hoe afhankelijk blauw-zwart nog altijd van zijn captain is.
LEES OOK: Club Brugge krijgt eerste blessure-verdict Vanaken te horen
Vanaken valt weg, en plots kraakt heel ClubHans Vanaken ging zaterdagavond bij de rust naar de kant na een contact met Isa Sakamoto, tastte naar de lies en hinkte naar de kleedkamer. Meteen na afloop klonk Ivan Leko weinig geruststellend. “Het gaat niet goed met Hans. Als Hans Vanaken van het veld gaat, dan is het niet goed. Hij heeft last van zijn heup”, zei de trainer in Het Nieuwsblad. In Het Laatste Nieuws werd hij nog explicieter: “Hopelijk is het geen drama.” Die vrees bleek zondag mee te vallen: een scan bracht geen zware blessure aan het licht en Vanaken is mogelijk volgend weekend tegen KV Mechelen alweer inzetbaar.
Die ongerustheid ging verder dan een klassieke reactie op een blessure van een vedette. De blessure van Vanaken in Westerlo heeft een bestaand vraagstuk bij Club Brugge in één klap weer op scherp gezet. Ze legt vooral bloot hoezeer Club nog altijd leunt op de vanzelfsprekendheid van Vanaken. Zolang hij speelt, beweegt het geheel. Zodra hij uitvalt, verandert niet alleen de kwaliteit aan de bal, maar ook de structuur van de ploeg. Dat was in Westerlo na rust meteen zichtbaar. Club kwam steeds moeilijker onder de druk uit, begon lange ballen te spelen en verloor een deel van zijn rust en overzicht.

Spileers wees daar zelf op in Het Nieuwsblad: “Plots vuurden we alleen maar lange ballen af.” Op zo’n moment verdwijnt niet alleen een middenvelder, maar ook een referentiepunt in balbezit, in de pressing en in de lucht. Dat Club daar zo gevoelig op reageert, is niet nieuw. Het is al maanden, eigenlijk jaren, een terugkerend thema. Ludo Vandewalle schreef begin maart in Het Nieuwsblad na de moeizame zege op Charleroi dat als Hans Vanaken een snipperdag neemt, de anderen de motor evenmin in gang krijgen. Ook tegen Anderlecht bleef Vanaken, samen met Stakovic en Onyedika, onder de verwachtingen. Zelfs in een mindere wedstrijd blijft Vanaken dus de maatstaf: wanneer hij niet dominant is, voelt heel Club dat meteen.
Iedereen voelt het: zonder hem zakt Brugge weg
Dat heeft alles te maken met het type speler dat Vanaken is geworden. Leko noemde hem in Het Laatste Nieuws de beste speler op de Belgische velden de laatste tien jaar. Stankovic noemde hem in Het Nieuwsblad “de beste met wie ik ooit speelde”. Mamadou Diakhon vertelde bij RTBF dat hij pas na zijn komst naar Brugge besefte waarom men Vanaken al tien jaar als de beste van België ziet. Franky Van der Elst sprak in Het Nieuwsblad zelfs over iemand die zonder discussie thuishoort in het rijtje van de allergrootsten van Club én van België.
Enerzijds is Vanaken bij Club opnieuw de vaste spil van een ploeg die onder Leko offensiever en risicovoller speelt. Tegelijk is er die andere, even veelzeggende realiteit: Vanaken draait al maanden op zijn limiet. La Dernière Heure becijferde op basis van CIES dat hij tussen 25 februari 2025 en 25 februari 2026 de meeste minuten van alle veldspelers in Europa maakte: 5.745. Dat is hallucinant veel voor een 33-jarige middenvelder die tegelijk het tempo moet bepalen, veel tweede ballen moet verwerken en in de zestien moet opduiken.

Rudi Garcia waarschuwde in december in Het Belang van Limburg al dat spelers geen machines zijn. Club heeft die waarschuwing tot nu toe vooral genegeerd of misschien gewoon niet kúnnen volgen, omdat het alternatief er niet echt is. Club heeft wel middenvelders, maar voorlopig geen echte Vanaken-opvolger. Hugo Vetlesen is de eerste invaller op het middenveld, Félix Lemaréchal is pas aangekomen, Lynnt Audoor speelt intussen opnieuw bij Club NXT en Ludovit Reis is in de hiërarchie weggezakt.
Bovendien roteert Leko steeds minder, nu Club nog maar één wedstrijd per week speelt, en leunt almaar zwaarder op zijn vaste namen. Dat vergroot het contrast tussen titularissen en de bankzitters alleen maar. Er zijn dus oplossingen in aantallen, maar vooral noodoplossingen in profiel. Geen van die namen combineert vandaag de passing, positionering, timing in de zestien, fysieke aanwezigheid en emotionele autoriteit van Vanaken.
Achter Vanaken gaapt nog altijd een groot gat
In zijn eerste Brugse periode legde Leko al uit dat Vanaken voor hem niet zomaar een klassieke nummer tien was. In een 3-5-2 kon hij van links komen, ruimte lezen en het spel verbinden. Ook vandaag schuift Leko met zijn middenveld op een manier die Vanaken centraal houdt in de machtsverhoudingen. Tegen Anderlecht stond hij een halfuur lang zelfs als laagste man in de driehoek, waardoor Club kon domineren. Er is in deze kern voorlopig niemand anders die zo veel rollen binnen één wedstrijd kan combineren.
Bovendien is Vanaken niet de enige pijler van een generatie die op haar einde afstevent. In Het Nieuwsblad zei Olivier Deschacht vorige week: “Die centrale as blijft gewoon cruciaal. Als Vanaken, Mechele en Mignolet stoppen, dan zal het weer aan Anderlecht zijn.” Dat is uiteraard gekleurd vanuit Brusselse hoek, maar het raakt wel een gevoelige waarheid. Club Brugge heeft de voorbije jaren een machtige as opgebouwd met Simon Mignolet, Brandon Mechele en Hans Vanaken als vaste bakens. Niet de meest spectaculaire drie, wel de drie die het gezag, de continuïteit en de interne normen bewaken.

Haal daar één element tussenuit en het systeem kraakt. Haal ze alle drie weg en de club moet niet alleen kwaliteit, maar ook hiërarchie heruitvinden. Daarom was het schrikmoment rond Vanaken meer dan een medisch dossier in de aanloop naar de play-offs. Ze houdt Club Brugge een spiegel voor. Op korte termijn is hij essentieel voor de titelrace, omdat zijn ploeg zonder hem meteen minder controle, minder rendement en minder richting heeft.
Op middellange termijn is hij het symbool van een ongemakkelijke vraag die Club te lang voor zich uitschuift: hoe vervang je een speler van wie iedereen al jaren vindt dat hij uniek is, zonder dat je identiteit mee verdwijnt? Philippe Clement formuleerde het in januari in De Zondag bijzonder raak: “Hans zal pas ten volle geapprecieerd worden eens hij gestopt is. Een vervanger voor hem vinden die jaar na jaar dat niveau haalt, wordt een enorme uitdaging voor Club.”
Club kreeg in Westerlo een pijnlijke waarschuwing
De opluchting rond Vanaken verandert dan ook weinig aan de onderliggende conclusie. Zijn mogelijke snelle terugkeer haalt de acute onrust weg, maar niet het bredere probleem. Het moment in Westerlo bevestigde nog eens wat Club eigenlijk al wist: Vanaken is nog altijd geen luxe, maar een voorwaarde. En achter die voorwaarde zit voorlopig geen echte opvolger, alleen een reeks tijdelijke antwoorden. Dat maakt hem vandaag onmisbaar voor de sprint naar de titel. Maar het maakt hem tegelijk ook de scherpste graadmeter voor wat Club Brugge straks opnieuw zal moeten uitvinden.
Olivier Plancke