Vlak na de komst van Sibierski duikt er meteen twijfel op: past een man van het buikgevoel wel in een club die net volop richting data en modellen wil gaan? De spanning tussen buikgevoel en data‑aanpak hangt nu al in de lucht, nog voor de eerste transferbeslissing gevallen is.
LEES OOK: Van Himst geeft details prijs over gesprek met Sibierski
Sibierski botst meteen met nieuwe koers AnderlechtAnderlecht wil moderniseren. Dat horen we al maanden in Neerpede: minder buikgevoel, meer structuur. Minder last‑minute beslissingen en ingevingen, meer voorbereiding, modellen en processen. Met David Verwilghen haalde paars‑wit eerder al een nieuwe Scouting & Recruitment Director binnen, iemand die de vernieuwde scoutingcel moet uitbouwen en aansturen. De club bevestigde dat hij verantwoordelijk wordt voor de hele rekruteringsstructuur. En dan komt Antoine Sibierski binnen. Anderlecht zei bij zijn aanstelling dat Sibierski de volledige sportieve werking zal leiden: de A‑ploeg, de Futures, de vrouwen, scouting én performance.
Op papier komt Sibierski uit een van de meest data doorgedreven voetbalomgevingen: Troyes maakt deel uit van de City Football Group, waar alles draait rond processen, data, structuur en internationale kennisdeling. Maar wie hem kent, weet dat hij geen typische “laptopdirecteur” is. Integendeel. Bij Sporza gaf Sirik Geffray, kenner van het Franse voetbal, meteen een opvallende nuance: “Men kan niet zeggen dat hij echt de man van de data is.” Volgens hem werkt Sibierski vooral op instinct en communiceert hij heel direct. Dat botst een beetje met het beeld dat Anderlecht de voorbije maanden van zichzelf wilde schetsen: een club die eindelijk voluit de moderne, datagedreven richting inslaat.
Buikgevoel boven data
Anderlecht bouwt aan een analytisch rekruteringsmodel, maar zet daarboven iemand die vooral vertrouwt op ervaring, netwerk en karakter. Dat hoeft geen probleem te zijn. Het kan zelfs precies de bedoeling zijn. Verwilghen en zijn team moeten spelers vinden. Sibierski moet bepalen welke spelers Anderlecht écht nodig heeft. Sibierski moet profielen beoordelen, de trainer uitdagen, de kleedkamer inschatten, persoonlijkheden wegen en op het juiste moment knopen doorhakken. Precies dat miste Anderlecht de voorbije jaren: niet alleen scouting, maar ook sportieve autoriteit.

CEO Kenneth Bornauw zocht daar bewust naar. In Het Nieuwsblad zei hij dat Anderlecht vijf criteria had opgesteld voor de nieuwe sportief directeur: ervaring op hoog niveau, leiderschap, het vermogen om een evenwichtige kern samen te stellen, aandacht voor jeugd en een sterk internationaal netwerk. “Sibierski voldeed aan alle vijf.” Vooral die mix van leiderschap en netwerk valt op. Anderlecht had al data nodig. Maar het zocht vooral iemand die op maandagochtend het kantoor van de trainer kan binnenstappen en hem sportief kan tegenspreken.
Wie trekt echt aan de sportieve touwtjes?
Toch is het te simpel om hem als anti‑data af te schilderen. L’Avenir schreef dat de methode van Verwilghen en zijn algoritmes steeds meer terrein wint bij Anderlecht, en dat Sibierski net degene moet zijn die die profielen sportief beoordeelt. In die analyse werd hij zelfs omschreven als een data‑enthousiasteling. De nuance is belangrijk: hij lijkt niet iemand die zelf uren naar dashboards staart, maar wel iemand die data gebruikt als vertrekpunt. De data geeft hem richting. Sibierski zelf moet bepalen of een speler ook in het Lotto Park overeind zal blijven.
Verwilghen kan met cijfers en data aantonen dat een profiel interessant is voor Anderlecht. Sibierski moet zeggen of die speler ook de juiste persoonlijkheid en intensiteit heeft. Maar wat als het model één speler naar voren schuift, maar Sibierski zijn gevoel een andere richting uitstuurt? Wat als de trainer een type vraagt dat niet in de data past? Wat als Anderlecht financieel moet verkopen, maar sportief beter zou wachten? In dat soort situaties zal blijken of de nieuwe structuur werkt of opnieuw problemen veroorzaakt.
Olivier Plancke