Jérémy Taravel kreeg Anderlecht weer op de rails, maar nu dreigt het helemaal mis te lopen. Wat eerst een slimme tussenoplossing leek, blijkt plots een dossier met grote gevolgen.
LEES OOK: Anderlecht slikt bittere pil: aanvaller onder het mes
Taravel wint punten, maar onrust blijft groeienDe vraag rond Jérémy Taravel bij Anderlecht is intussen breder geworden dan louter een sportieve evaluatie. Het gaat niet meer alleen over de vraag of de club met hem wil doorgaan, maar ook of dat administratief wel kan. Wat de voorbije weken begon als een klassieke interim-oplossing na het ontslag van Besnik Hasi, is uitgegroeid tot een dossier waarin resultaten, kleedkamerdynamiek, de trainersmarkt en licentieregels onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Sportief heeft Taravel zijn kandidatuur in elk geval kracht bijgezet. Onder zijn leiding bleef Anderlecht in zijn eerste vier wedstrijden ongeslagen, met drie overwinningen en één gelijkspel. De Brusselaars plaatsten zich voor de bekerfinale en pakten 7 op 9 in de competitie. Die reeks heeft relatieve rust gebracht op Neerpede. Waar de club aanvankelijk snel wilde doorschakelen naar een nieuwe hoofdcoach, heeft Taravel in korte tijd voldoende stabiliteit gebracht om dat oorspronkelijke plan minstens te vertragen.

Die vertraging was niet alleen een keuze, maar ook een gevolg van een stroef verlopen zoektocht. Bij Thorsten Fink, Maarten Martens en Paul Simonis bleef het bij verkennende gesprekken. Met Jon Dahl Tomasson liepen de gesprekken vast op financieel vlak, terwijl Alfred Schreuder niet los te weken bleek bij Al-Diriyah in Saudi-Arabië. Het Nieuwsblad schetste dat Anderlecht nochtans al ver gevorderd was in de piste-Schreuder: er was een project voorgesteld, er zou een goed gevoel zijn geweest tussen de clubleiding en de Nederlandse coach, en een persoonlijk akkoord leek haalbaar. Alleen botste RSCA op een “hardnekkige njet” van zijn huidige werkgever. Schreuder zou openstaan voor een overstap in de zomer, wanneer zijn contract afloopt, maar dat lost het acute probleem van dit seizoen niet op.
Taravel was bedoeld als noodoplossing, maar is in korte tijd een echte optie geworden. Hij ging in enkele weken van trainer van het vierde elftal naar T1 van de A-kern, terwijl niemand nog precies weet hoe lang dat verhaal duurt.Le Soir verwoordde het scherp: “Je kunt een club als Anderlecht niet leiden op basis van aannames.” Met andere woorden: Anderlecht moet kiezen en duidelijkheid geven. Eerst was het plan om snel een nieuwe coach te halen, maar op Neerpede groeit nu het gevoel dat doorgaan met Taravel – gewoon omdat het werkt – voorlopig zelfs de meest logische piste is.
Kleedkamer kiest kant en zet druk op Anderlecht
Dat blijkt ook uit de spelersgroep. Het Laatste Nieuws schreef dat de kleedkamer openlijk en unaniem achter Taravel staat. Enric Llansana zei: “Jérémy doet het uitstekend. We staan met z’n allen achter hem. Het is niet wachten op een nieuwe coach.” Kapitein Colin Coosemans klonk even duidelijk: “‘Tara’ is een topgast, we kunnen heel goed met hem werken.” In een club die de voorbije maanden vaak opgeschud werd, wegen zulke woorden door. Ze tonen dat Taravel snel vertrouwen en gezag heeft gekregen, niet alleen omdat hij nu T1 is, maar omdat de groep hem volgt.
Op het veld is de kern van Taravels verdienste dat hij het elftal eenvoudiger en duidelijker heeft laten spelen. Hij heeft de aanpak vereenvoudigd en het tactische kader verduidelijkt. José Jeunechamps stelde in Le Soir krant dat Taravel, vanuit zijn achtergrond als verdediger, sterk meedenkt over de juiste balans tussen een solide verdedigende structuur en een aanvallende speelstijl. Sporza-analist Tom Boudeweel zag een aanpak die lijkt te werken: veel techniek, veel vrijheid, veel positiewissels, en een systeem zonder klassieke diepe spits dat bijzonder goed lijkt aan te sluiten bij Thorgan Hazard.

Ook buiten de kleedkamer krijgt Taravel krediet. Franky Van der Elst zei in Le Soir dat het een fout zou zijn om zomaar een coach aan te stellen die niets van het team of de huidige competitie afweet. Volgens hem is de beste aanpak om de gemoederen te bedaren door Taravel te bevestigen als hoofdtrainer, en tegelijk de focus te leggen op een nieuwe sportief directeur. Volgens hem is de beste aanpak: Taravel bevestigen, rust creëren, en de aandacht verleggen naar een structurele keuze op directieniveau. Eerst een sportief directeur, daarna pas de coach voor volgend seizoen — “Taravel of iemand anders”, zoals hij het formuleerde.
Blunder dreigt hard binnen te komen bij RSCA
Het Laatste Nieuws verwoordde: de resultaten kopen tijd, de deadline voelt minder dwingend, en intern groeit het vertrouwen. Maar net op het moment dat Taravel als logische tussenoplossing steeds vaker hardop werd uitgesproken — zelfs als optie om het seizoen af te maken — dook een element op dat de hele redenering onderuit kan halen: het licentiereglement. Het Laatste Nieuws noemde het niet langer een sportieve, maar vooral een administratieve kwestie. Taravel heeft geen UEFA PRO-diploma. Zijn assistenten Arnaud Djoum en Naïm Aarab evenmin: zij beschikken, net als Taravel, over UEFA A. En binnen de huidige technische staf van de A-kern zou niemand het vereiste hoogste diploma hebben.
Kortstondig kan een club zo’n situatie opvangen met een interim-constructie. Alleen: slechts tijdelijk. Het Laatste Nieuws verwijst naar artikel P7.18 in de licentievoorwaarden, dat stelt dat wanneer een gediplomeerde trainersfunctie vacant wordt door een clubbeslissing, er binnen zestig dagen een gekwalificeerde vervanger moet zijn. In het Anderlechtse tijdschema — Hasi ontslagen op 1 februari, Still vertrokken op 9 februari — betekent dat dat de club rond midden april tegen een harde grens aanloopt. In de praktijk wordt 10 april als deadline genoemd, vlak voor de tweede speeldag van de play-offs. Dat is het moment waarop het de luxe van tijd plots omslaat in: er is géén tijd meer.

Daar zit de ironie. Sportief leek Taravel net de reden om niet te moeten haasten. Administratief dwingt hij Anderlecht juist om wél te versnellen, omdat de club tegen die datum een oplossing moet presenteren: een T1 met UEFA PRO, of een constructie die aan de regels voldoet. De risico’s zijn niet alleen theoretisch, er kunnen boetes volgen in België. Maar de UEFA is strenger: in het meest extreme scenario kan Anderlecht problemen krijgen met de Europese licentie voor volgend seizoen. Het is dus niet alleen een kwestie van wie in de play-offs coacht, maar ook welk risico neemt RSCA richting Europa.
Anderlecht moet plots vol in paniek schakelen
Anderlecht zoekt volgens Het Laatste Nieuws op twee sporen. Het eerste: Taravel alsnog in een UEFA PRO-traject krijgen, zodat hij voldoet aan de strengere interpretatie van ‘interim’. Alleen liep dat meteen vast in België. De huidige cyclus startte in maart 2025 en loopt tot mei 2026; instromen bleek niet mogelijk. De volgende Belgische opleiding start pas in maart 2027 — daar is Taravel al voor aangemeld, maar dat helpt niet voor de komende weken.
Daarom kijkt Anderlecht over de grens. Litouwen, Finland, Wales, Letland, Estland, Schotland en Ierland worden genoemd als landen waar Taravel sneller kan starten, op voorwaarde dat hij door selectieprocedures raakt. Het tweede spoor: een extra gediplomeerde assistent aan de staf toevoegen, zodat de club aan de vereisten voldoet. Intern beschikt Anderlecht over mensen met het juiste diploma, zoals jeugdcoaches Stéphane Stassin en Roel Clément. Opvallend: Clément zat eerder al in de A-staf maar werd bij de herschikking teruggezet naar de jeugd.

En als geen van beide pistes tijdig rond raakt, blijft er een derde scenario over: alsnog een nieuwe hoofdcoach aanstellen, niet omdat Anderlecht sportief móét breken met Taravel, maar omdat de regelgeving het afdwingt. Zo wordt Taravel tegelijk het argument om niet te overhaasten én de aanleiding voor plotse haast. Hij won wedstrijden en gaf Anderlecht ademruimte, maar zijn ontbrekende UEFA PRO-licentie maakt van midden april een harde deadline die het bestuur niet kan wegpraten.
Olivier Plancke