Het rommelt bij Club Brugge. Bart Verhaeghe duikt opnieuw op in de kleedkamer, en dat zet Ivan Leko meteen onder druk. Wat bedoeld is als ingrijpen, dreigt nu een probleem te worden.
LEES OOK: VAR, rode kaart en instorting: Club Brugge kent horroravond
Voorzitter in de kleedkamer: Leko voelt de drukBart Verhaeghe in de kleedkamer. Tegen La Louvière was het al een verhaal op zich. Nu dook het opnieuw op, in Charleroi, tijdens die pijnlijke bekerexit. Het is niet nieuw. Club Brugge is geen club waar de voorzitter af en toe eens zwaait naar het publiek en verder onzichtbaar blijft. Verhaeghe is al jaren nadrukkelijk aanwezig. Hij belichaamt die drang naar controle, naar professionalisering, naar topclubgedrag. Dat leverde Club ook veel op. Maar precies die stijl zorgt er ook voor dat hij extern niet overal warm onthaald wordt.
Tegen La Louvière kwam Verhaeghe toen binnen om een stevige donderpreek te geven na een teleurstellende prestatie. Het ging over gemakzucht, over gebrek aan intensiteit—woorden die je eerder verwacht van een coach, dan van een voorzitter. En nu, een paar maanden later, opnieuw. Charleroi-Club Brugge. Verhaeghe ging tijdens de rust de kleedkamer in. Deze keer zou het “constructiever” geweest zijn: rustiger, steunend, eerder op de achtergrond.

Toch was de symboliek hard: Verhaeghe kwam de kleedkamer binnen voor de eerste keer sinds Ivan Leko terug is. De Kroaat verloor (logisch) van Arsenal, pakte daarna negen op negen in de competitie, en dan die bekerblamage. En dan staat je voorzitter daar alweer.
“Je kan daar niet gelukkig van zijn”: hiërarchie wankelt
Frank Boeckx verwoordde het zoals veel mensen het voelen: je kan je als trainer moeilijk “onverdeeld gelukkig” voelen als je voorzitter na vijf matchen al binnenstapt. De logica van de voorzitter is simpel: Club Brugge wil kampioen spelen, elk seizoen. De lat ligt hoog, het budget ook, de druk is structureel. Als je dan vindt dat je ploeg ondermaats presteert, is de reflex om te gaan ingrijpen bijna menselijk – zeker als je temperament hebt.
De logica van de kleedkamer is even simpel: die ruimte is heilig. Omdat hiërarchie in topvoetbal duidelijk moet zijn. Eén stem die beslist. Eén coach die corrigeert. Als dat vertroebelt, komen er problemen. Spelers beginnen te voelen waar de echte macht zit. En zodra dat begint, verliest de coach vanzelfsprekend gedrag dat hij bijna niet meer kan terugwinnen.

Ook al was Verhaeghe deze keer rustig, ook al sprak hij dit keer alleen zijn steun uit. Het gaat niet om volume. Het gaat om het principe van zijn aanwezigheid.
Déjà-vu bij Club: Verhaeghe doet het wéér
Dit was bovendien geen geïsoleerd geval. In augustus 2024, tijdens een crisisstart van het nieuwe seizoen, dook Verhaeghe drie keer in vier wedstrijden in de kleedkamer op. Het werd toen zelfs gelinkt aan het idee dat de clubleiding zich blijft moeien—iets waar toenmalige coach Ronny Deila zijn beklag over maakte. Of dat tot in detail klopt of niet, het toont wel: dit is een terugkerend verhaal rond Club Brugge.
Verhaeghe lijkt het zelf ook te beseffen. Want in Charleroi keerde hij niet meer terug in de kleedkamer. Hij verliet het stadion zelfs enkele minuten voor het einde. Is dit nu de “nieuwe” Verhaeghe—meer afstand, meer management—of gewoon een momentopname omdat het onder Leko politiek gevoeliger ligt? Want bij Leko is de boodschap altijd duidelijk geweest: discipline, structuur, hiërarchie. Dan is een voorzitter in de kleedkamer geen detail, maar een stoorzender.

En toch hebben spelersgroepen soms zo’n shock nodig. Niet elke donderpreek is slecht. Soms is het net het signaal dat een club nog leeft, dat niemand zich kan verstoppen achter een druk programma of pech met de VAR. Zeker bij Club, waar talent zelden het probleem is, maar scherpte wél.
Alleen: als dat signaal te vaak van dezelfde plek of persoon komt, verliest het zijn kracht. Dan wordt het routine.
Olivier Plancke