Anderlecht zoekt een nieuwe technisch directeur, en één kandidaat zorgt nu al voor rumoer. Het gaat om een ex-speler die de voorbije jaren in Frankrijk naam kreeg, met een snelle switch van coach naar sportieve baas bij ESTAC Troyes. Maar naast marktkennis en netwerk hangt er ook controverse rond hem: korte passages, harde keuzes én een fiscaal dossier waarover hij zelf alles ontkent.
LEES OOK: 'Anderlecht denkt ook aan Fransman als nieuwe TD'
Sibierski duikt op: van trainer naar TD in een sprintAntoine Sibierski wordt de voorbije dagen genoemd als mogelijke technisch directeur bij Anderlecht. Volgens Sasha Tavolieri staat zijn naam via het headhunterbureau alvast op de lijst. Sibierski bouwde de laatste twee jaar opnieuw een profiel op in het sportieve beleid, met een opvallend traject van assistent-trainer naar hoofdcoach en vervolgens “directeur sportif” bij ESTAC Troyes.
Sibierski (51) is in Frankrijk vooral bekend als voormalige aanvaller/middenvelder met een duidelijke specialiteit: het kopspel. In zijn spelerscarrière passeerde hij onder meer AJ Auxerre, FC Nantes en RC Lens, en hij trok daarna naar Engeland met passages bij Manchester City, Newcastle United, Wigan Athletic en Norwich City.

Dat Frans-Engelse parcours is vandaag een belangrijk stuk van zijn profiel. In de officiële communicatie over zijn aanstelling in Troyes wordt hij expliciet “bilingue français-anglais” genoemd. Het is een detail dat clubs graag benadrukken in een markt waarin scouting, data, onderhandelingen en netwerken al lang grensoverschrijdend zijn.
Na zijn spelerscarrière verdween Sibierski niet uit het voetbal. Hij werkte na zijn loopbaan in de rekrutering, was hij spelersmakelaar en behaalde hij ook een UEFA-trainersdiploma. Dat verklaart mee waarom hij zich niet vastpint op één rol (puur bestuurder of puur coach), maar eerder als “voetbalman”, die evolueert tussen sportieve leiding en de kleedkamer.
RC Lens als waarschuwing: korte passage, snel gedoe
Zijn eerste uitgesproken bestuursfunctie kwam er bij RC Lens: Sibierski werd er in 2012 directeur sportif en verliet de club in 2013, bij de terugkeer van Gervais Martel. Die passage is belangrijk, omdat ze meteen ook de beperkingen van zijn track record toont: als sportief directeur heeft hij (voorlopig) vooral korte, intense trajecten — geen lange cyclus van meerdere jaren waarin hij een sportieve visie volledig kon uitrollen.
Lens was in die periode een club met druk en interne dynamiek. Sibierski kwam er werken in een fase van bestuurlijke wissels en sportieve herpositionering. Zijn directheid kwam sterk naar voren. In een interview lgede hij bijvoorbeeld uit hoe hij bij zijn start kritisch was voor verdediger Alaeddine Yahia — en dat hij later zijn oordeel bijstelde: hij had gezegd “iemand met een betere tactische cultuur” te zoeken, maar na een sterk seizoen klonk het: “Ik heb dus helemaal niet meer dezelfde boodschap, en ik reken op hem.”

De keerzijde van een korte passage is dat Sibierski ook sneller in het vizier kwam bij controverses. In 2012 werd coach Jean-Louis Garcia na een korte reeks resultaten aan de deur gezet, een beslissing die in de Franse pers toen als opvallend werd beschreven. In een later interview blikte Garcia terug op die periode en sprak hij over een gebrek aan “feeling” met Sibierski. Zo’n uitspraken tonen aanhoe snel de relatie tussen coach en sportief directeur kan ontsporen wanneer verwachtingen, communicatie of machtslijnen onduidelijk zijn.
Daarnaast is er een reputatie-thema die af en toe opnieuw opduikt wanneer Sibierski in de actualiteit komt: L'Équipe verwees (op basis van Mediapart) naar beschuldigingen rond fiscale fraude, die Sibierski volgens die berichtgeving ontkende. Los van de juridische uitkomst (die niet altijd publiek tot in detail wordt uitgespit), werkt zo’n dossier vooral op één vlak door: perceptie en gedoe rond een profiel.
ESTAC Troyes als testcase: besparen én presteren tegelijk
In 2024 dook Sibierski opnieuw op, maar dit keer op het trainingsveld. Hij ging aan de slag bij La Berrichonne de Châteauroux als assistent van Olivier Saragaglia en werd later hoofdtrainer, maar na één seizoen verliet hij de club. De echte referentie voor zijn huidige profiel als sportief directeur ligt bij Troyes. In juli 2024 werd hij er aangesteld als directeur sportif. CEO Mattijs Manders omschreef Sibierski in het clubcommuniqué als iemand met grote ervaring, specifieke kennis van de Franse markt en “waarden van werk en veerkracht”, met een duidelijke ambitie: terug naar een hoger niveau.
In een interview met Le Parisien wordt duidelijk hoe groot die opdracht was. Supporters beschrijven dat het tijd kostte voor de veranderingen effect hadden, en halen aan dat een trainerswissel (met David Guion) al vroeg beslist was maar pas later werd uitgevoerd. De meest inhoudelijke inkijk in Sibierski’s aanpak komt uit een reportage/interview bij L’Équipe. Daar spreekt hij opvallend open over de start: “het was een beetje een rommeltje” en hij wijst op problemen van “salariale coherentie”.

De oplossing klinkt simpel, maar is in de praktijk moeilijk: kosten terugdringen (“de zeilen bijzetten”) en tegelijk sportief competitief blijven. In hetzelfde stuk legt hij uit hoe de rekrutering in een degradatiecontext verloopt: profielen die afhaken, targets die je niet kan halen, en uiteindelijk een selectie die je met beperkingen samenstelt. Precies de situatie waarin Anderlecht momenteel verkeert.
Anderlecht twijfelt: topzet… of controversiële storm?
Puur op basis van zijn CV is Sibierski geen klassieke en ervaren sportief directeur, zoals je die bij sommige topclubs ziet. Hij is eerder een profiel in opbouw: een ex-speler met Frans-Engels netwerk, ervaring in rekrutering/makelaarswereld, een korte leerschool als directeur bij Lens, en nu een zware heropbouwopdracht bij Troyes — in een structuur die mee gestuurd wordt door City Football Group.

Dat kan aantrekkelijk zijn voor een club die snelheid, marktkennis (Frankrijk), tweetaligheid en een “hands-on” beslisser zoekt. Tegelijk is het een profiel dat vragen oproept: hoe vertaalt zijn aanpak zich naar een omgeving met hogere mediadruk, een andere bestuurscultuur en een extreem kleine foutenmarge?
Olivier Plancke