Bart Verhaeghe wil Club Brugge niet alleen kampioen maken, maar ook klaarstomen voor een nieuwe sprong vooruit. Achter de grote titeldruk werkt hij aan een megadeal die blauw-zwart sportief én financieel nog sterker kan maken.
LEES OOK: ‘Mignolet weg na clash: Verhaeghe dreef hem buiten'
Waarom Verhaeghe de druk zelf tot ongeziene hoogte opvoertBij Club Brugge lopen de korte en de lange termijn dit seizoen nadrukkelijk door elkaar. Op korte termijn is de opdracht, sinds de uitschakeling in de beker en het einde van het Europese parcours, glashelder: de twintigste landstitel is een must. Op langere termijn lijkt voorzitter Bart Verhaeghe intussen alweer een volgende grote stap te hebben voorbereid. Want achter de sportieve nervositeit van de voorbije maanden tekent zich een project af dat Club Brugge structureel nog sterker kan maken: een combinatie van Champions League-inkomsten, verwachte toptransfers en een stadiondossier dat eindelijk richting doorbraak evolueert.
Dat dubbele verhaal verklaart ook waarom de druk in Brugge zo hoog is opgelopen. Al in december 2025 zette Verhaeghe de toon. In een veelbesproken speech op het vipdiner voor de Champions League-match tegen Arsenal, geciteerd door Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws, legde hij uit waarom Nicky Hayen moest vertrekken. “We zijn een topploeg en staan pas derde met veel te weinig punten”, klonk het. Nog opvallender was de manier waarop hij die beslissing inkaderde: “Het is trouwens mijn kapitaal, dus het is ook belangrijk dat ik dat doe.” Verhaeghe koppelde daar meteen een resultaatsverbintenis aan vast: “U mag erop rekenen dat we godverdikke die titel gaan pakken.”
Die interventie illustreerde nog eens hoe de voorzitter naar Club Brugge kijkt: als een toporganisatie waarin prestaties structureel moeten worden afgedwongen. In die logica paste ook de terugkeer van Ivan Leko. Verhaeghe zocht een trainer die paste bij wat hij zelf “dominant” en “hoog op het veld” voetbal noemt. Volgens Het Laatste Nieuws stelde Marc Degryse toen al vast dat de lat in Brugge héél hoog ligt, naar het beeld van Ajax in hun topperiode. Degryse noemde dat bewonderenswaardig, maar waarschuwde tegelijk dat je de lat ook té hoog kunt leggen.
De miljoenenmachine achter de nieuwe Club-Brugge-sprong
De belangrijkste bevestiging van Verhaeghes beleid ligt in de Europese status van de club. Club staat twintigste op de UEFA-coëfficiëntenranking, vóór clubs als Porto, Juventus en PSV. Marc Degryse vatte het in Het Laatste Nieuws kernachtig samen: “Wat mij betreft hebben ze nu de aansluiting met de Europese subtop écht gemaakt.” Ook inhoudelijk zag Degryse een verschuiving. Club wilde niet langer de underdog zijn in de Champions League en speelde op z’n Hollands, met lef en initiatief. Dat sloot naadloos aan bij de filosofie die Verhaeghe al jaren uitdraagt.
Het Laatste Nieuws beschreef die visie eind februari expliciet als een overkoepelende structuur waarin trainers voorbijgangers zijn en het sportieve succes vooral steunt op de organisatie van de club zelf. Dat is een wezenlijk punt: bij Club moet niet de trainer het model bepalen, maar het model de trainer overstijgen. Dat model steunt in toenemende mate op data en centralisering.

Die marktprijs is intussen een verhaal op zich geworden. De Champions League-campagne heeft alweer bijna 50 miljoen euro opgebracht. Daarbovenop zouden volgens dmogelijke zomertransfers van Tzolis, Ordóñez en Onyedika samen nog eens richting 100 miljoen euro kunnen gaan. Het Laatste Nieuws wees erop dat de marktwaarde van de kern in enkele jaren steeg van 109 naar 202 miljoen euro en dat ook het transferresultaat sterk crescendo ging. In dat licht omschreef Krant van West-Vlaanderen Club Brugge als financieel hors catégorie binnen België. En toch is het opvallend dat de landstitel, ondanks al die miljoenen, niet als bijkomstigheid wordt gezien. Knack schreef dat het kampioenschap voor Club geen financiële prioriteit is, maar eerder een symbolisch en sportief doel.
Stadiondossier kan Verhaeghe zijn échte megadeal opleveren
Tegelijk ligt er nog een veel grotere hefboom klaar. Eind januari meldde De Tijd dat de Raad van State een cruciaal obstakel in het stadiondossier had weggeveegd. Daardoor kwam de weg open te liggen voor een beslissing van de Raad voor Vergunningsbetwistingen, nog voor de zomer verwacht. Voor Club is dat dossier van strategisch belang. Niet alleen omdat het huidige Jan Breydelstadion kampt met betonrot, lekkages, beperkte parkeermogelijkheden en een gebrek aan commerciële ruimte, maar ook omdat een nieuw stadion de commerciële groei moet versnellen.
In 2024 zei Vincent Mannaert dat de bouw van een nieuw stadion een quantumsprong voorwaarts kan betekenen, sportief én financieel. Structurele Champions League-deelname, een spelerskern met zware restwaarde, een bijna honderd miljoen euro grote spaarpot, een aandeelhouderspact om de stadionbouw financieel te ondersteunen en een sportieve organisatie die ook na trainerswissels overeind moet blijven. Dat is de bredere operatie waar Club Brugge vandaag middenin zit.

De paradox is dat die langetermijnwinst de kortetermijndruk alleen maar groter maakt. Hoe sterker Club structureel staat, hoe minder excuses er nog zijn om sportieve misstappen te vergoelijken. Dat bleek de voorbije maanden voortdurend uit de teneur in Het Nieuwsblad, Het Laatste Nieuws en andere media: Europese bevestiging is mooi, maar er zijn geen excuses meer; één match per week betekent volle focus op de titel; en wie bij Club werkt, weet dat tweede worden niet als een neutrale uitkomst geldt.
Als Club Brugge de titel pakt én het stadiondossier verder doorbreekt, heeft Bart Verhaeghe niet alleen opnieuw een moeilijke episode overleefd, maar ook nog eens de voorwaarden gecreëerd voor een nieuwe sprong vooruit. Verliest Club de titel opnieuw, dan zullen de kritiek op zijn stijl, zijn ingrepen en zijn machtspositie meteen weer aanzwellen. Maar los van die uitkomst is één conclusie nu al moeilijk te ontkennen: onder Verhaeghe is Club Brugge opnieuw in stelling gebracht om groter te worden dan het al was.
Olivier Plancke