Bij RSC Anderlecht tikt de klok: de zoektocht naar een opvolger voor Besnik Hasi sleept aan en de druk stijgt met de dag. De topkandidaat oogt logisch, maar in Nederland liet zijn passage ook frictie achter in de spelersgroep. Paars-wit speelt met vuur.
LEES OOK: 'Trainerszoektocht Anderlecht: buitenlander plots topkandidaat'
Shortlist krimpt: waarom Martens plots bovenaan staatBij RSC Anderlecht blijft de zoektocht naar een opvolger voor Besnik Hasi aanslepen. De club wil snel duidelijkheid, maar de lijst met realistische opties lijkt tegelijk beperkt. Er duiken vooral twee types profielen op: een vrije trainer die de competitie kent, of een naam met een herkenbare link met het huis.
Eén ding is intussen duidelijk: Thorsten Fink mag van het lijstje. Volgens Het Laatste Nieuws was er de voorbije dagen wel een eerste, verkennend gesprek, maar de Duitser besliste om niet verder te gaan. Maarten Martens blijft wél nadrukkelijk in beeld: er was al contact en zijn naam circuleert als één van de pistes die logisch ogen omdat hij het huis kent.

Alleen: niet iedereen is overtuigd dat hij de ideale coach is voor de huidige context in het Lotto Park. In Het Belang van Limburg zette Johan Boskamp meteen de toon. Hij erkende dat Martens in het begin goed deed bij AZ Alkmaar en prima werk leverde als assistent van Pascal Jansen en in de jeugd bij Club Brugge, maar hij wees ook op de frictie die later ontstond: “Als T1 kreeg [hij] daarna bonje met de spelers bij AZ. Ik weet niet of Maarten Martens de persoon heeft om orde op zaken te stellen binnen Anderlecht.”
Die bedenking weegt door omdat Anderlecht niet alleen nood heeft aan voetbalideeën, maar ook aan rust, hiërarchie en duidelijkheid. Martens is een coach met een modern profiel en een traject dat stap voor stap werd opgebouwd in Nederland, maar de vraag is of dat type meteen werkt in een omgeving waar druk en verwachtingen elke week zwaar egen op een coach.
Martens als tijdbom
Martens is een Neerpede-product dat maar kort bij Anderlecht bleef als speler, maar een stevige voetbalopleiding kreeg in Nederland. Via RKC Waalwijk belandde hij bij AZ Alkmaar, waar hij prijzen won in de periode van Louis van Gaal. Na zijn spelerscarrière werkte hij ook in de jeugd bij Club Brugge, om in 2021 terug te keren naar AZ: eerst Jong AZ, later hoofdcoach na het vertrek van Pascal Jansen.
Zijn begin bij AZ Alkmaar was veelbelovend: Europees ticket, aanvallend voetbal, en zelfs een opvallende Europese campagne die eindigde tegen Tottenham Hotspur. Tegelijk toont het verhaal ook de kwetsbaarheid: ondanks een contractverlenging tot 2028 werd Martens na wisselvallige resultaten toch ontslagen, met AZ dat op dat moment rond de subtop draaide.

Johan Boskamp wees naar de periode bij AZ en zette vooral vraagtekens bij zijn leiderschap en stelt zich openlijk de vraag of Martens de persoon heeft om orde op zaken te stellen bij Anderlecht. Ook omdat hij als T1 “bonje” kreeg met de spelers van AZ. Dat is een relevant, omdat het bij Anderlecht zelden alleen over tactiek gaat. Het gaat ook over gezag, interne rust en het managen van druk.
‘Bonje’ bij AZ: de signalen die Anderlecht moeten doen twijfelen
In Nederland is er niet één duidelijk incident dat erop wijst dat Martens “bonje” had met de spelers van AZ, maar het gaat eerder om een opeenstapeling van signalen: irritatie over het niet nakomen van afspraken, harde woorden intern, en het gevoel dat de boodschap niet meer aankwam.
In Voetbal International werd Martens bijvoorbeeld al in de zomer van 2025 geciteerd na een teleurstellend optreden in Europa: hij vond sommige dingen onacceptabel en hamerde op afspraken die niet werden nagekomen. Hij gaf ook toe dat hij in de kleedkamer minder rustig was en dat hij zijn spelers er van langs had gegeven.
Richting de winter van 2025 werd dat thema explicieter. NH Nieuws berichtte na de 4-3 nederlaag bij Fortuna Sittard dat supporters verhaal kwamen halen bij de spelers, en Martens zelf bevestigde: “Er zijn harde woorden in de kleedkamer gevallen.” In hetzelfde stuk linkt hij dat opnieuw aan afspraken die niet werden nagekomen en aan een ploeg die niet thuis geeft in de competitie.
Begin januari 2026 kwam er bij NOS nog meer context bij. In een winterse evaluatie (waar ook de staf werd herschikt) zei Martens dat de spelersgroep niet ontzien werd en dat er harde woorden waren gevallen. Zijn diagnose ging opvallend vaak over gedrag en scherpte: “Het wordt te vaak als vrijblijvend ervaren. Dat moet strakker, beter, scherper.”

Hij koppelde dat aan focus en het gevoel dat het iedere minuut op orde moet zijn. In parallelle reportage bij NH Nieuws vroeg Martens ook om meer persoonlijkheid bij de groep, wat opnieuw wijst op een leiderschaps- en mentaliteitsdiscussie binnen de kleedkamer, niet louter tactiek.
Het ontslag van Martens zelf werd in Nederland vooral verklaard via prestaties en instabiliteit, maar ook daar sijpelt dat spanningsveld door. In de analyse rond het ontslag citeert de NOS Max Huiberts, die sprak over een heel groot verval en noemde de (laatste) match in Zwolle een heel slecht signaal van de spelersgroep. Dat is opvallend: het bestuur wees niet alleen naar de coach, maar benoemde expliciet dat de spelersgroep ook signalen gaf die niet te rijmen vielen met de eerdere gesprekken en evaluaties.
Olivier Plancke