Dankzij een broodnodige zege tegen Charleroi blijft Club Brugge in het spoor van Antwerp en Union. Bij afwezigheid van Ruud Vormer, nu ook door landgenoot Alfred Schreuder naar de bank verwezen, droeg Hans Vanaken zondag nog eens de kapiteinsband om de arm. Scoren deed de aanvoerder echter andermaal niet. Wat is er aan de hand met de dirigent van Blauw-Zwart?
Zes doelpunten en evenveel assists, aangevuld met fraaie cijfers in de Champions League: ondermaats kunnen we het seizoen van Vanaken tot dusver hoegenaamd niet noemen. De tweevoudige laureaat eindigde dan ook niet voor niks nog op de zesde plek op het Gala van de Gouden Schoen, en blijft een van de absolute sterkhouders bij de landskampioen. Een betrouwbare pion ook: van alle veldspelers hebben louter Clinton Mata en Charles De Ketelaere meer kilometers op de teller, wat dan nog deels te wijten valt aan Vanaken zijn korte voorbereiding na het WK. Ondanks een sporadische vormdip zakt de 17-voudig Rode Duivel, daar alsmaar belangrijker, bovendien zelden tot nooit door de ondergrens.
DUBBELE CIJFERS
Toch was Vanaken de voorbije weken niet altijd zijn dominante zelve, met meer balverlies dan we van hem gewend zijn. Toegegeven, een bijzonder hoge standaard. Ook tegen Charleroi liet de doorgaans zo bedrijfszekere middenvelder het leer een paar keer van zich afsnoepen. Wel vervulde Vanaken een cruciale taak als doorgeefluik. Op die manier had hij een voet in beide goals van Mats Rits: met een subtiel tikje op Denis Odoi en strakke pass op Andreas Skov Olsen lag de 29-jarige draaischijf telkens mee aan de basis. Dat alleen hij de hartslag van het elftal bepaalt, heeft ook Alfred Schreuder intussen ruimschoots begrepen. Onder de nieuwe coach miste Vanaken voorlopig nog geen enkele minuut.
Een andere vaststelling is evenwel dat hij in die zeven duels sinds nieuwjaar, de bekerpartij tegen AA Gent meegerekend, evenmin wist te scoren. Opvallend voor de man die over alle competities heen toch alweer 10 treffers achter zijn naam heeft staan. Sinds hij in 2015 neerstreek in Jan Breydel sloot Vanaken het seizoen steevast af in de dubbele cijfers, zij het zonder ooit de kaap van 20 te ronden. Hoewel hij wat dat betreft dus gewoon netjes terug op schema ligt, valt de droogte onder Schreuder niet te negeren. Zeker omdat Vanaken aan het begin van deze campagne wél nog zijn killerinstinct etaleerde. Al viel de motor ook in de laatste maanden onder Philippe Clement reeds langzaam stil.
GEEN GEILHEID
Drie goals in de eerste drie speeldagen van het kampioenenbal, evenveel stuks na vier basisplaatsen in de competitie. Nadien stokte de productie, met zijn doelpunt tegen Anderlecht op 19 december als laatste wapenfeit. Sinds de intrede van Schreuder was Vanaken tegen Standard wel nog goed voor een assist, maar zelf scoren zat er dus niet meer in. Hoe komt dat toch? Vooreerst zoeken we de verklaring bij Vanaken zélf. Die lijkt niet langer even gretig om zijn totaal aan te dikken. Scherpe loopacties als die waarmee Rits zondag de zege over de streep trok, zien we hem nog zelden maken. Geen kwestie van niet willen of kunnen, want op defensief vlak bestrijkt de 'nummer 10' nog steeds erg veel afstand.
In het vijandelijke strafschopgebied verschijnt Vanaken tegenwoordig echter minder. Een opdracht van Schreuder, of een tekort aan 'geilheid' voor doel zoals ze het in Nederland zo mooi verwoorden? Het lijkt het laatste, want wanneer Vanaken dan tóch eens in scoringspositie komt – zoals dat tegen Charleroi een paar keer het geval was – weigert hij vaak om te schieten. In plaats van zelf af te drukken, zoekt de tweevoudig Profvoetballer van het Jaar dan geregeld nog een ploegmaat. Een poging om na twee seizoenen zonder dubbele cijfers op dat gebied, en met specialist ter zake Vormer op de bank, zijn assists wat op te krikken? Hoe het ook zij was die passievere tendens onder Clement al merkbaar.
ZONDER VORMER
Denk zijn kopballen weg, en Vanaken nam dit seizoen nauwelijks de doelmannen van de tegenstanders onder vuur. Nochtans beschikt hij ontegensprekelijk over de kwaliteiten om ook van buiten de zestien een schot af te leveren, een wapen dat Club amper gebruikt. Veel valt Schreuder in dat opzicht dus niet te verwijten, al lijkt hij er wel niet in te slagen om verandering teweeg te brengen. Integendeel: aanvankelijk moest Vanaken nog meer de organisatie bewaken, en in een beurtrol met Vormer naar voren trekken. Een experiment dat al snel werd begraven. Met meer duidelijkheid op het middenveld vertoefde Vanaken tegen Charleroi alvast reeds frequenter in een iets meer vooruitgeschoven positie.
Hoewel hij zich zo meer moet kunnen focussen op zijn offensieve taken, verricht de Limburger ook zonder Vormer echter nog altijd bakken defensief werk. Of mist hij net diens gezelschap aan zijn zij, wat ook de neerwaartse trend onder Clement zou verklaren? Feit is alleszins dat Vanaken onder Schreuder de weg naar de netten nog niet wist te vinden, een ongebruikelijke droogte. Én vooral nauwelijks in de zestien opduikt, ook wanneer Bas Dost aan de aftrap staat. Nochtans wil Club dan net de nadruk leggen op voorzetten vanaf de flanken, met steevast een bezetting van twee afwerkers pur sang voor doel. Een potentieel plan dat ondanks de korte opflakkering van Dost nooit van grond kwam.
NIEUWE PARTNERS
Dat hij de enige twee penalty's voor Blauw-Zwart voor zijn rekening nam, helpt Vanaken trouwens ook niet echt vooruit. Net zomin als het originele recept van Schreuder, waarin hij dus lager op het veld als aanspeelpunt fungeerde. Een idee dat nu wel deels opgeborgen lijkt, zeker indien Stanley Nsoki de lijn van de voorbije weken doortrekt. Met zijn strakke inspeelpasses kan hij Vanaker immers hoger bereiken, die op die manier niet zélf elke aanval op gang moet trekken. Anderzijds beschikt Schreuder binnenkort over nog meer aanvallend geweld. Moet Vanaken louter hén in stelling brengen, of wordt die gunst net zozeer andersom verleend – zoals in het verleden met pakweg José Izquierdo en Anthony Limbombe?
Vanuit die optiek lijkt Tajon Buchanan alleszins een prima match, Skov Olsen doet dan weer meer aan Noa Lang denken. Volk genoeg dus om De Ketelaere te omringen, al zouden wij Schreuder toch aanraden om ook Vanaken weer iets meer in stelling te brengen. Tenminste, als hij zélf ook zijn honger naar doelpunten terugvindt. Momenteel lijkt de man die in 325 wedstrijden voor Club al goed was voor 96 goals en 70 assists tenslotte enigszins in een comfortzone te verkeren, en op automatische piloot te voetballen. Niet dat hij even moet bezinnen op de bank, want als een diesel trekt Vanaken zich na iedere break terug gestaag op gang. Ook nu gaat de vormcurve overigens alweer voorzichtig in stijgende lijn.
SCHULD VAN SCHREUDER?
Bovendien is Vanaken met zijn immense kwaliteiten nog steeds wekelijks van groot belang voor Blauw-Zwart. Toch mag het verbindingsstuk tussen verdediging en aanval soms wat meer vaart en verticaliteit in zijn acties steken, zoals dat bij de twee treffers van afgelopen zondag gebeurde. Al te vaak zit er te weinig tempo in de opbouw van Club, wat begint bij de orkestmeester. Te veel controle, onvoldoende dadendrang naar voren. Wellicht deels in opdracht van Schreuder, die zich lijkt te spiegelen aan de manier waarop Roberto Martinez hem lange tijd bij de Rode Duivels als rustpunt gebruikte, maar Vanaken mag zijn team gerust ook eens op eigen initiatief bij de hand nemen. En vooral zélf weer beslissend zijn. Rits gaf het goede voorbeeld, tijd voor Vanaken om te volgen. Anders gaan we de oorzaak straks nog écht bij Schreuder zoeken.
LEES OOK: Kassa kassa in JPL: 120 miljoen voor vier smaakmakers
Arne Decraene