De Rode Duivels zijn hun WK ontgoochelend begonnen met een gelijkspel tegen Egypte. Daarmee krijgen de kansen voor de rest van het toernooi al meteen een knauw, en dat terwijl de huidige generatie sowieso al niet de allersterkste lijkt die ooit op een wereldbeker stond.
Die eer is nog altijd voorbehouden voor de elftallen uit 1986 en 2018, toen België het telkens tot in de halve finale schopte. Tijdens dat eerste WK stond Jean-Marie Pfaff in doel. Hij ziet grote verschillen tussen zijn generatie en die uit 2018 en nu, op verschillende vlakken.
LEES OOK: Brandon Mechele zorgt voor diepe emoties met één WK-bericht
Pfaff zag meer winnaars in '86"Wij waren meer winnaars, denk ik, hadden meer de wil om ons te bewijzen", vergelijkt Pfaff in De Zondag met de ploeg uit 2018. "Die mannen speelden bijna allemaal bij buitenlandse topclubs: Tottenham, Manchester City, noem maar op. Van onze selectie op het WK in Mexico speelde alleen ik bij Bayern München en Eric Gerets bij PSV. De rest kwam uit bij Belgische clubs. Dat was toch een ander niveau."
Het verschil is natuurlijk ook wel dat in die periode de Belgische competitie internationaal ook wat hoger aangeschreven stond dan nu het geval is. Twee jaar na het WK in Mexico zou KV Mechelen bijvoorbeeld nog een Europese beker winnen.
Te weinig automatismen en vrees voor blessures
De Duivelse kern voor deze wereldbeker lijkt nog niet op het niveau van die van 2018 te staan. De laatste overblijvers van toen zijn op leeftijd en halen niet allemaal nog het niveau van acht jaar geleden, terwijl de nieuwkomers nog jong zijn en groeimarge hebben.
"De huidige WK-selectie is vrij nieuw en mist daardoor automatismen, vrees ik", denkt Pfaff ook. "En als er geblesseerden vallen, kunnen ze in de problemen komen. Elke generatie is verschillend. Maar wij waren toch de diamanten generatie."
Jannick Lanckriet