De toekomst van de Rode Duivels oogt zeer mooi. De Belgische clubs leveren al jaren goed werk inzake jeugdopleiding, met vooral RSC Anderlecht, Club Brugge en KRC Genk als clubs die indruk maken. Club NXT deed het uitstekend in de Youth League, RSCA heeft ook weer wat pareltjes klaarstaan. We gingen de uitspraken van Tim Borguet eens dieper bekijken.
"Ondanks een perceptie over Neerpede die niet strookt met de realiteit en de steeds grotere concurrentie van andere opleidingen in België zitten de beste spelers van 2009, 2010 en 2011 bij Anderlecht. Dat al onze teams van U13 tot U18 momenteel in de top drie staan in de competitie is ook bemoedigend”, vertelde Borguet onlangs.
LEES OOK: Anderlecht haalt slag thuis: "Kind van Neerpede"
Véél talent op NeerpedeDie klassementen zijn echter niet belangrijk. Het is vooral individueel dat er moet worden gekeken. Sommigen zijn het daar niet mee eens, maar het is geen toeval dat de Rode Duivels ondertussen al 15 jaar minstens subtop zijn in de wereld en dat ook nog vele jaren zullen blijven. Dat komt door die aanpak die veranderde bij de jeugd.
Anderlecht heeft wel wat talenten in die leeftijdscategorieën waarvan men veel verwacht. We lazen onlangs dat Anderlecht, na het halen van een dertienjarige fysiek sterke spits bij Royal Antwerp FC, deels van visie zou veranderd zijn en ook meer krachtige type spelers gaat halen. Dat klopt niet. Anderlecht haalde het afgelopen jaar ook tal van lichtere technisch vaardige spelertjes. Die balans is er heus altijd wel geweest in het Lotto Park.
Het is net de sterkte geweest dat Paars-Wit verschillende type spelers laat doorstromen. Van een Romelu Lukaku en Leander Dendoncker tot een Jérémy Doku en Yari Verschaeren. Ook dat blijft duren. Spelers worden nu wél meer en meer fysiek begeleid in de jeugd dan vele jaren geleden. Elke tijd heeft zijn nieuwe ontwikkelingen. Niks nieuws onder de zon.
Maar welke talenten van die generaties die Borguet aanhaalt, vallen op? In Brussel noemen ze uiteraard geen namen, maar wie het jeugdvoetbal volgt, weet dat er wel wat zit aan te komen. We maakten al meermaals bekend dat er inderdaad, zoals Borguet aanhaalt, een aantal goede lichtingen zitten aan te komen.
Van De Ridder tot Kana
Bij RSCA Futures hebben Terry Van de Ven en Aleksander De Ridder een heel sterk seizoen afgewerkt. Nunzio Engwanda en Gassimou Sylla kenden wat moeilijkere momenten. Vooral De Ridder lijkt klaar voor een stap naar de A-kern. Misschien moet RSCA Engwanda eens een jaartje uitlenen, als ze zijn contract tenminste kunnen verlengen…
Van de generatie van 2009 vielen op de Futures Cup héél veel jongens op. Mathis Seghers (nu al derde keeper), Rune Verstrepen, Noa Ojea, Gabriel Biladi, Thomas Vervloet, Rami Lougmani en Jayden Onia Seke bekoorden. Joakim Lavia ontbrak door blessure, Joshua Nga Kana is ondertussen al lid van de A-kern. Een zeer sterke generatie. We verwachten voor volgend seizoen naast Nga Kana ook Onia Seke in de A-kern. Een type speler dat dit Anderlecht nodig heeft. Als winger zou hij volgend jaar zeker minuten kunnen maken nadat hij al sterk presteerde bij RSCA Futures. De rest zal eerst via de tweede ploeg ervaring moeten opdoen.
Van de generatie 2010 maakte Adjani Mugangi-Bia ook al indruk, onder meer op die Futures Cup. De centrale middenvelder maakte ook al zijn debuut voor RSCA Futures. Een fysieker profiel dat al vele jaren geleden naar Brussel werd gehaald. Mujangi-Bia staat inzake fysieke kracht al veel verder dan de rest van zijn leeftijdsgenoten, al mag zijn handelingssnelheid soms nog wat beter. Als hij deze progressie echter blijft maken, kan dat debuut bij de A-kern er binnen een jaar of twee ook wel eens komen. Noë Kage is een heerlijke dribbelaar, Jamie Vandierendonck een groot talent op de defensieve flanken.
En daarachter is er in de generatie van 2011 héél veel geloof in Cresus Kana en Ilyes Bennane. Twee piepjonge talenten die al debuteerden voor de U18. Twee spelers waarvoor de wereldtop al interesse toonde. Ongetwijfeld vergeten we nog een aantal spelers, maar Neerpede is en blijft een goudmijn. Paars-Wit is de ploeg die talenten van eigen bodem blijft produceren.
In de A-kern zullen jongens als Nathan De Cat en wellicht in mindere mate Mario Stroeykens de kassa ook nog vullen. Daarachter staan de opvolgers al klaar. Ook de komende jaren mogen de fans in het Lotto Park heel veel jong talent verwachten. Fysiek sterke spelers, explosieve types en technisch vaardige lichtgewichten. Het valt wel te hopen dat zij meer gestuurd gaan worden door ervaren toppers in de A-kern.
Dat was hét pijnpunt van Anderlecht. We hoorden onlangs in een podcast dat “Neerpede overschat is” en dat er te vaak dezelfde types worden opgeleid. Al klopt dat uiteraard niet helemaal. Bij Anderlecht hebben ze altijd een visie gehad op Neerpede, gelukkig stond dat departement wel nog op punt. Dat DNA moeten ze behouden, uiteraard gekoppeld aan de vereisten van het moderne voetbal. Als we alleen al kijken naar de spelers die de afgelopen 5 à 6 jaar zijn doorgegroeid en sommigen getransfereerd, dan zien we net veel verschillende profielen. Net zoals dit ook nu aanwezig is in de jeugd.
Je hebt best wel fysieke types zoals Nathan De Cat, Mario Stroeykens, Hannes Delcroix, Alonzo Engwanda en Noah Sadiki. Technische lichtgewichten zoals Sambi Lokonga, Anas Tajaouart, Yari Verschaeren, Tristan Degreef en Théo Leoni. Fysieke loopwonders zoals Ali Maamar en ook wel Anouar Ait El Hadj, al kan je hem ook in de categorie van Degreef en Leoni zetten. Er waren explosieve types als Jérémy Doku, Julien Duranville en Francis Amuzu. Voetballende verdedigers zoals Killian Sardella en Zeno Debast. Dan waren er ook nog een Lucas Stassin en Marco Kana.
Nood aan ervaren leiders om hen te sturen
Al deze jongens, uitgezonderd dat ene jaar onder Schmeichel, Vertonghen & co, hebben wel het probleem gehad dat ze niet gestuurd werden door ervaren toppers. Dat haalde Radja Nainggolan onlangs ook aan, dat jonge gasten moeten leren van ervaren spelers. Een De Cat moet kunnen leren van een ervaren topper rondom zich. De nagel op de kop van de speler van Patro.
Het valt voor de nieuwe lichting jonge talenten te hopen dat zij de ploeg niet moeten dragen, want dat is niét goed voor hun ontwikkeling. Voor de talenten van de (Belgische) buitencategorie zoals een Doku, Duranville, De Cat en misschien ook nog Lokonga en Debast is dat niet echt een probleem. Spelers waarvan je al snel zag dat zij een grotere carrière mochten ambiëren.
Maar voor andere jongens is dat wél nodig. En opleiding is niet enkel absolute toptalenten laten doorstromen. RSCA moet ook spelers opleiden die zoals een Olivier Deschacht goede clubspelers kunnen worden, of die zoals vroeger goede krachten kunnen zijn zoals Guillaume Gillet, Roland Juhasz & comsoorten. Spelers als pakweg Ali Maamar, Killian Sardella of Marco Kana (al is hij wel een echte leider op en naast het veld) kunnen dergelijke rol invullen. Ook dàt is opleiding.
Claudio Reulens