Club Brugge werkt aan een nieuwe verlenging voor Hans Vanaken. Achter de gesprekken schuilt niet alleen waardering, wel ook de vaststelling dat blauw-zwart nog altijd geen overtuigend plan zonder zijn kapitein heeft. En net daarom voelt deze zaak plots veel paniekerig dan een gewone contractbespreking.
LEES OOK: Vetlesen zet Club Brugge op scherp: “Assholes…”
Contractverlenging lijkt veel minder romantisch dan het lijktOp papier is het een logische zet. Hans Vanaken is 33, zijn contract loopt nog tot juni 2027 en de gesprekken over een verlenging gaan volgens Het Nieuwsblad de goeie kant uit. Club Brugge praat hier niet alleen met een clubicoon over een mooie beloning voor bewezen diensten. Het praat vooral met de speler die het, ondanks alweer een decennium aan succes, nog altijd niet heeft leren vervangen. Dat maakt zo’n verlenging minder romantisch en veel harder: dit oogt evenzeer als risicobeheer dan als waardering voor de speler. Het gaat niet alleen over Vanaken zelf, maar over de vraag hoe ver Club vandaag eigenlijk staat in een leven ná Vanaken. Het eerlijke antwoord: nog altijd niet ver genoeg.
De verlenging zegt vooral iets over Club zelf
Niemand hoeft uit te leggen waarom Vanaken een nieuw contract verdient. Zelfs op zijn 33ste blijft hij op een niveau presteren dat in België uitzonderlijk is. Hij speelt quasi elke wedstrijd en stapelt de minuten op. Maar precies dat is ook het probleem voor Club Brugge. Want hoe sterker Vanaken blijft presteren, hoe langer de club het structurele debat om hem te vervangen kan uitstellen. Dan wordt er niet gedacht aan de opvolging, maar verder geleefd op de zekerheid die Vanaken is in Brugge.
De voorbije weken hebben dat nog eens duidelijk gemaakt. Toen hij in Westerlo uitviel met die heupblessure, sloeg de nervositeit meteen toe. Ivan Leko verwoordde het in Het Laatste Nieuws zonder franjes: “Als Hans van het veld stapt, dan weet je dat het niet goed is.” Bob Madou noemde het in Het Nieuwsblad zelfs onverstandig om hem twaalf uur op een vliegtuig naar de Verenigde Staten te zetten met de nationale ploeg.

Dat zijn op zich logische reacties op een blessure van een belangrijke speler, maar bij Vanaken klonk er iets meer mee: opluchting, haast zelfs paniekbeheersing. Alsof Club heel goed besefte wat er zou wegvallen als net hij langer uit roulatie zou zijn. Dat gevoel was ook niet uit de lucht gegrepen. Volgens CIES was Vanaken tussen 25 februari 2025 en 25 februari 2026 zelfs de veldspeler met de meeste officiële minuten in Europa: 5.745.
De echte vraag: waar is het plan zonder Vanaken?
Het probleem is niet dat Club met Vanaken wil doorgaan. Het probleem is dat Club, na al die jaren, nog altijd geen geloofwaardig scenario zonder hem heeft klaarliggen. Dat hoor je in de analyses van de voorbije maanden voortdurend terug. In Het Nieuwsblad zei Philippe Clement al dat een vervanger voor hem vinden die jaar na jaar dat niveau haalt, een enorme uitdaging voor Club wordt. Ook de oude as van Club duikt telkens weer op in dat debat. Ruud Vormer zei simpelweg: “Hans bepaalt alles.” En in datzelfde gesprek voegde Olivier Deschacht eraan toe dat Club pas echt iets zal voelen wanneer jongens als Mignolet, Mechele en Vanaken verdwijnen.
Want Club heeft wel veel goeie spelers, maar weinig spelers die hetzelfde doen als Vanaken. Onyedika brengt kracht en recuperatie. Stankovic kan tempo en evenwicht brengen. Tzolis en de aanvallers leven van diepte, actie en afwerking. Maar de man die het spel vertraagt wanneer het moet, versnelt wanneer het kan, de bal opeist als het nodig wordt en ploegmaats op hun beste plek zet, blijft Vanaken. Niet toevallig bleef ook Leko in zijn eerste periode al zoeken naar een structuur waarin Vanaken maximaal rendeert. Veel trainers kwamen en gingen, veel namen passeerden, maar de constante bleef dezelfde: als Club echt moet voetballen, kijkt het toch weer naar hem.

Zelfs de kritiek na mindere matchen bevestigt dat alleen maar. Hein Vanhaezebrouck zei na Anderlecht in Het Nieuwsblad dat ook Vanaken was teruggezakt en dat “de wieltjes” dan stoppen met draaien. Marc Degryse en Ludo Vandewalle maakten vergelijkbare analyses nadat Club in toppers niet aan zijn beste niveau kwam. Dat lijkt kritiek op Vanaken, maar eigenlijk is het ook een beschrijving van het probleem van Club: als Vanaken niet op niveau zit, zakt de machine veel sneller in elkaar dan bij andere topclubs met hun sterspelers.
Geen luxe, wel schrik
Daarom voelt deze verlenging niet als luxe. Niet als het vanzelfsprekende ereloon voor een monument dat nog een jaartje langer mag blijven. Wel als een club die zo weinig mogelijk onzekerheid wil toelaten rond haar belangrijkste speler. Vanaken ligt nog een vol seizoen vast. Er was dus geen acute noodzaak om dit dossier nu al naar voren te trekken, tenzij Club zelf voelt dat het die rust nodig heeft. Rust in de kleedkamer. Rust naar buiten toe. Rust in de titelstrijd. En misschien ook rust omdat Simon Mignolet straks verdwijnt en Club niet nog een tweede steunpilaar in een grijze zone wil laten belanden.
Vanaken zei daar zelf veelzeggend over in De Standaard, na het aangekondigde afscheid van Mignolet: “Shit, misschien ben ik de volgende.” Voor Club moet net die zin hard hebben binnengekomen. Want Mignolet vervangen is al een opdracht. Een ploeg zonder Mignolet én zonder een duidelijk plan rond Vanaken, dat is een veel grotere. Dat maakt de timing van deze contractgesprekken zo interessant. Club wil niet wachten tot Vanaken in zijn laatste contractjaar zit. Club wil niet testen hoe het voelt als de vraag naar zijn opvolging elke week groter wordt. Club wil dat gesprek eigenlijk uitstellen door hem langer te binden.

Dat is begrijpelijk. Alleen: uitstellen is nog altijd iets anders dan oplossen. Club Brugge verlengt zijn contract niet in de eerste plaats omdat het zich rijk voelt met Vanaken. Club Brugge verlengt omdat het zich nog altijd arm voelt zonder hem. Dat is tegelijk het grootste compliment voor Vanaken en de scherpste aanklacht voor het beleid. Want als een topclub na tien jaar dominantie nog altijd niet klaar is voor het leven zonder zijn 33-jarige draaischijf, dan is zo’n nieuw contract niet alleen een beloning.
Olivier Plancke