Na de hoopgevende vier op zes werd Club Brugge genadeloos met de voetjes op de grond gezet. In een loodzware Champions League-poule volgde plots immers de ene reality check na de andere, en dus mochten de hoge ambities in Europa snel weer opgeborgen worden. Wat ooit zo mooi begon, eindigde op die manier in mineur. Een traject dat trainer Philippe Clement, rond wiens positie alsmaar meer vragen worden gesteld, hoopt te vermijden in Jan Breydel. Al dan niet door volgende zomer zelf het hazenpad te kiezen.
Midden februari van dit jaar. Blauw-Zwart, enkele maanden eerder nog gestrand op een zucht van overwintering op het kampioenenbal, raast opnieuw als een pletwals door de competitie. Dan slaat echter het noodlot toe in Westkapelle, waar de ene na de andere sterkhouder geveld wordt door Covid 19. Een ongelukkige timing die meteen haar tol eist in de Europa League en Croky Cup. Ook in eigen land verloopt het ineens een pak stroever. Club blijft nog een tijdje punten pakken, en volgt zichzelf wel nog voor het eerst sinds lange tijd op als landskampioen. In de play-offs weten de troepen van Clement hun riante voorsprong evenwel slechts met de billen dicht te verzilveren. Met een schamele zes op 18 oogt het rapport zelfs ronduit ondermaats.
EERSTE KEER KRITIEK
De hoge toppen van voor die beruchte coronagolf werden sindsdien dan ook nog maar zelden gescheerd. Akkoord, behalve de titel waren er nog wel een aantal hoogtepunten. De referentiematchen tegen PSG en RB Leipzig aan het prille begin van de voorbije CL-campagne bijvoorbeeld. Nadien namen de kleppers waartegen Club zich moest meten de kleine Belgen serieuzer. Manchester City legde tweemaal een waanzinnig tempo op, Leipzig begon in Brugge met een blitzkrieg en ook PSG had de boodschap in Parijs begrepen. Het resultaat waren vier logische pandoeringen, al had zowel de spelersgroep, staf, bestuurskamer als buitenwereld – aanhang, pers en de rest van de voetbalindustrie – na de vlotte start toch net iets meer verwacht. Vanuit zowat elk van die geledingen weerklonk dan ook de nodige kritiek.
Niet in het minst op Clement, die zo voor het eerst in zijn carrière flink onder vuur kwam te liggen. Een druk die de T1 zelf ook erkende, hoewel hij door Vincent Mannaert en Bart Verhaeghe schijnbaar nog niet kordaat op het matje werd geroepen. De succescoach, als voormalig speler en assistent bovendien een kind van het huis, bouwde met zijn twee landstitels en Europese topprestaties daarvoor te veel krediet op bij zijn bazen. Eerder ging het Clement ook bij Waasland-Beveren en KRC Genk steevast voor de wind. Vorig seizoen beleefde hij weliswaar reeds een lastige start, met de verloren bekerfinale tegen Antwerp en thuisnederlagen tegen Charleroi en Beerschot, maar vervolgens werd de dominantie van in het coronajaar gewoon weer doorgetrokken. Tot het virus hem en zijn spelers dus te pakken kreeg.
SPUTTERENDE MACHINE
Sindsdien bleef iedereen wat op zijn honger zitten. Vooral in eigen land, waar de verwachtingen voor dé favoriet bij uitstek torenhoog zijn. Wekelijks hun wil opleggen blijkt tegenwoordig echter teveel gevraagd voor de Brugse tenoren, de tegenstander oppeuzelen gebeurt nog maar zelden. In plaats van terug uit te lopen op de concurrentie, en andermaal met een straat voorsprong aan de eindronde te beginnen, is Club nu op achtervolgen aangewezen. Al blijft de achterstand op revelatie Union beperkt, laat staan dat andere titelkandidaten een klap uitdeelden. Vorig seizoen richtte Blauw-Zwart overigens ook pas na nieuwjaar het meeste schade aan. Toch is het opvallend hoe de landskampioen al een hele poos zelfs tegen veel mindere goden haast telkens al bibberend richting het laatste fluitsignaal ploegt.
Een trend die dus eigenlijk al werd ingezet sinds de play-offs van vorig seizoen, of concreter nog de collectieve coronabesmetting iets voordien. Vanaf dan ging het spelpeil gestaag naar beneden, en haalt Club slechts sporadisch haar normale niveau. Behoudens een paar opflakkeringen, zoals aan het begin van de campagne, grijpt het ploegen veel minder naar de keel. Scoren lukt nog steeds nagenoeg altijd, kansen worden er nog net genoeg gecreëerd. Wanneer die de nek worden omgewrongen, breekt dat evenwel vaker zuur op. De machine van weleer sputtert, het lijkt al lang geleden dat zowat alle offensieve toppers – Hans Vanaken, Noa Lang, Charles De Ketelaere, Bas Dost – nog eens op hetzelfde moment konden schitteren. Een demonstratie van 90 minuten kregen we nu toch al een tijdje niet meer te zien.
GATENKAAS ACHTERIN
Dat uit zich ook in puntenverlies. Halfweg het regulier seizoen telt Club 64 procent van de punten, een serieuze afname tegenover de eindbalans van de afgelopen twee jaar (75 en 80%). Nog schrikbarender is de dalende trend op defensief vlak. In het eerste seizoen onder Clement draaide Simon Mignolet zich in 29 duels amper 14 keer om, en boekte hij 16 clean sheets. Vorig jaar slikte Club in 40 matchen al 37 tegengoals, waarvan 11 in de PO's. Nu zit het na 17 matchen reeds aan 23 stuks, bijna evenveel als vorig seizoen na dubbel zoveel wedstrijden. Nochtans bleef de voormalige beste verdediging van het land grotendeels intact, en arriveerden met Jack Hendry en Stanley Nsoki twee degelijke vervangers voor enige vertrekker Odilon Kossounou. Toch moet ze vandaag vijf achterhoedes voor zich dulden.
Hoewel het gezien het kaliber van de tegenstand kortzichtig zou zijn om Clement te kapittelen voor de Europese opdoffers, een rekening die intern evenmin wordt gemaakt, waren de talloze tegentreffers ook daar een doorn in het oog. Tenslotte bleek het achterin in het gewonnen tweeluik in Genk, waar Club de crisis afwendde en Clement antwoordde op de kritiek, en daaropvolgende zege tegen Seraing eveneens nog stevig te lekken. Ondanks de goede afloop zijn die zorgen dus allerminst van de baan. Niet alleen hield Mignolet al bijna twee maanden niet meer de nul, in zijn laatste acht optredens kreeg hij telkens minstens twee doelpunten om de oren. Deels door zijn eigen ongebruikelijke fouten, terwijl ook anderen af en toe aan het blunderen sloegen. Toch is er duidelijk sprake van een structureel probleem.
RUIS OP DE RELATIE
Zo is Club al een tijdje kwetsbaar op counters en stilstaande fases, tegenwoordig wordt de defensie tevens geregeld in de diepte gepakt. Als antwoord op die problemen, en de individuele vormperikelen, probeerde Clement achterin reeds diverse combinaties uit. Meer dan ooit bieden ook dergelijke tactische beslissingen voer voor discussie, al is dat vaak praat achteraf. Zijn keuzes tegen Leipzig pakten dan wel verkeerd uit, net als de gok op Cisse Sandra in Parijs, in het verleden rendeerden gelijkaardige zetten doorgaans wél. Voorts wordt zijn wisselbeleid in vraag gesteld, ook in de kleedkamer waar pakweg Wesley Moraes niet tevreden is met zijn beperkte speelkansen. Meer en meer duiken er geruchten op over wrevel met de spelersgroep, die weliswaar met een fikse korrel zout moeten worden genomen.
Mede door de hele Vormer-saga lijkt er desalniettemin wat ruis op de relatie. Misschien zijn coach en spelers stilaan dan ook op elkaar uitgekeken. Mannaert verricht dan wel al jaren knap werk door de kern bij elkaar te houden, af en toe heeft een kleedkamer toch eens nood aan een frisse wind. Is het niet tussen de lijnen, waar steunpilaren als Mignolet, Vormer, Vanaken, Brandon Mechele, Mats Rits en Clinton Mata alsmaar meer tot het meubilair behoren, dan wel in de dug-out. De vraag is of Clement hen nog kan triggeren en begeesteren, al schijnt het antwoord in de meeste gevallen tot dusver positief te zijn. Per slot van rekening ging de trainer met enkelen van hen al met succes een aantal kleine oorlogjes aan, net zoals met Bas Dost. Voorlopig lijkt de tank nog niet leeg, en is het huwelijk dus nog niet op.
FERGUSON VAN CLUB
Hoewel er na een lastige novembermaand weer licht schijnt aan het eind van de tunnel, kijken alle partijen echter toch best voorzichtig nog wat verder vooruit. Luttele maanden geleden brak Clement zijn contract nog open voor onbepaalde duur, waarmee toen een einde kwam aan de speculaties over een eventuele stap richting het buitenland. Een sprong die de Antwerpenaar wellicht toch op een dag wil wagen, al klonk het ooit nog dat hij in zijn droomscenario "de Sir Alex Ferguson van Club Brugge" wordt. Net als Arsène Wenger bij Arsenal deed de legendarische manager van Manchester United het daar zelfs eveneens lang met grotendeels dezelfde spelers. Zulke gevallen zijn evenwel zeldzaam, om niet te zeggen uniek in het hedendaagse voetbal. Zeker in België, waar trainers vaak vallen als vliegen.
Vandaag zijn louter Francky Dury, aan wiens heerschappij bij Zulte Waregem straks een einde komt, en Wouter Vrancken (KV Mechelen) langer dan drie jaar werkzaam bij hun huidige club. De laatste die bij Blauw-Zwart een vierde volledige campagne aanvatte, was Trond Sollied aan het begin van deze eeuw. Onder de regie van Verhaeghe en Mannaert gebeurde het dus nog nooit. Alleen Michel Preud'homme, sinds Sollied de enige die langer aan het roer stond dan Clement op dit moment, kwam in de buurt. De mentor van de huidige T1 nam over van Juan Carlos Garrido in september 2013 en zwaaide bijna vier jaar later na een iets minder seizoen vooral op eigen initiatief af. Wie weet besluit Clement, ondanks zijn voorliefde voor Club, volgende zomer wel in de voetsporen te treden van zijn grote voorbeeld.
AFSCHEID IN SCHOONHEID
Is het niet op eigen houtje, dan wel mogelijk met een lichte duw in de rug. Ongeacht de resultaten, met een derde titel op rij als absoluut minimum, kan de landskampioen de tijd immers rijp achten om te vernieuwen. In de wandelgangen weerklinkt al de naam van KV Oostende-coach Alexander Blessin, die dan wel immense schoenen te vullen heeft. Niet enkel die van Clement, maar ook die van zijn voorgangers Preud'homme en Ivan Leko. Men zou het haast vergeten, maar voordien sukkelde Club nog van de ene miscast in de andere op de bank. Een ellenlange zoektocht die binnenkort hopelijk niet van voren af aan begint. De volgende oefenmeester, al dan niet Blessin, moet opnieuw een voltreffer zijn. Toch maar opletten dus met Clement na iedere tegenvaller meteen weer de deur uit te wensen.
Desalniettemin is zijn houdbaarheidsdatum, zoals die van zowat elke trainer, na drie jaar misschien wel verstreken. Dat suggereren ook de dalende prestaties, die hem net als het gebrekkig rendement van de vele zomertransfers – de ene al meer op zijn voorspraak dan de andere – voor een stuk mogen worden aangewreven. Toch lijkt een vroegtijdig ontslag lijkt, behoudens een rampscenario, de komende maanden niet aan de orde. Clement maakte dan wel fouten, Club heeft in dat geval weinig te winnen. Nadien breekt op basis van de voorbije maanden vermoedelijk wel het moment aan om afscheid te nemen. Liefst in schoonheid, en met een derde – voor Clement dan zelfs vierde – titel op rij op zak. Mocht er zich een mooie opportuniteit aanbieden, hoeft de Fille alvast niet te twijfelen om de eer aan zichzelf te houden. Veel zal er hem tenslotte niet in de weg worden gelegd.
LEES OOK: Kassa kassa in JPL: 120 miljoen voor vier smaakmakers
Arne Decraene