Bij Club Brugge ligt een sterspeler plots onder vuur. Ivan Leko gaf publiek een duidelijke sneer, terwijl zijn manier van spelen diezelfde speler ook steeds weer in moeilijke situaties brengt. En dat terwijl er net gepraat moet worden over een contractverlenging.
LEES OOK: 'Uithaal Leko zindert na: drie sterkhouders in vizier'
Terwijl Club wil verlengen, deelt Leko een tik uitRaphael Onyedika bevindt zich bij Club Brugge plots in een vreemde positie. Net nu blauw-zwart werk maakt van een contractverlenging, wordt de Nigeriaan mee naar voren geschoven als deel van het probleem door zijn eigen trainer. Ivan Leko noemde na de 4-2-zege tegen Anderlecht geen namen, maar toen hij wees naar internationals die na de interlandbreak niet fris genoeg oogden en sprak over “holiday resorts”, wist iedereen over wie hij het had. En Onyedika paste daar perfect in.
Club probeert de sterkhouder langer aan zich te binden, terwijl diezelfde sterkhouder tegelijk publiek in het vizier komt. Dat is een probleem. Zeker omdat Onyedika niet zomaar een speler is, maar net de man die in het elftal van Leko de meeste vuile meters moet opkuisen. Als het draait, is hij essentieel. Maar als Club Brugge problemen heeft, lijkt hij de eerste verdachte.

Dat de timing gevoelig is, staat buiten kijf. Het Nieuwsblad schreef deze week dat Club Brugge al enige tijd probeert om Onyedika langer aan zich te binden. Dat is op zich logisch. De middenvelder is al maanden een van de spelers op wie transferdruk zit. In januari wilde Club hem absoluut niet laten gaan, ondanks concrete interesse.
Het Nieuwsblad meldde toen dat Club al een bod van Galatasaray had geweigerd, dat ook Wolfsburg zich meldde en dat blauw-zwart er alles aan deed om Onyedika te overtuigen dat langer blijven de beste keuze is. De club werkte zelfs aan een contractverlenging met betere voorwaarden om hem tevreden te houden.
Leko zet Onyedika op de moeilijkst mogelijke plek
Maar terwijl Club hem langer wil binden, gaf Leko hem publiek een tik. Na de match tegen Anderlecht legde hij de nadruk op de terugval na rust en op de spelers die van hun nationale ploeg terugkeerden. Stankovic vroeg, tegen zijn gewoonte in, zelf om een wissel, terwijl Ordóñez en Onyedika met krampen naar de grond gingen. Het was, zo schreef Het Laatste Nieuws, vooral op die nationale ploegen dat Leko doelde. Alleen: de boodschap was wel duidelijk.
En voor een speler als Onyedika is dat een pijnlijke plek om terecht te komen. Want net hij draagt in dit Club het grootste tactische risico. Het Nieuwsblad legde in maart uit hoe Leko zijn ploeg laat spelen: met zeven, acht spelers tegelijk hoog druk zetten, backs die voortdurend hoog staan en een omgekeerde driehoek op het middenveld.

Daarbij staat Onyedika alleen voor de defensie, terwijl Stankovic hoger mag spelen zonder dat die daarbij voortdurend aan de omschakeling hoeft te denken. Dat levert offensief iets op, maar het vergroot ook het risico. In dat systeem is Onyedika tegelijk slot op de deur, stofzuiger op het middenveld en eerste man die brandjes moet blussen zodra Club wordt uitgespeeld. Dan is het ook niet vreemd dat net hij het snelst geviseerd wordt wanneer het misloopt.
Dat zie je in de analyses van de voorbije weken voortdurend terugkomen. Het Laatste Nieuws schreef dat Club defensief in alarmfase rood zit en wees erop dat Onyedika voorafgaand aan een tegengoal balverlies leed, waarna Vanaken, Tresoldi en Stankovic niet meteen de inspanning leverden om terug te plooien. Even verder trok die krant het open: “De vele tegengoals zijn niet louter een gevolg van de aanpak van Leko. Het middenveld van Club toont zich wisselvallig op organisatorisch vlak. Nu eens loopt Stankovic te veel uit positie, dan weer verliest Onyedika de bal vlak voor de eigen gevarenzone.” Onyedika maakt fouten, zeker. Maar hij wordt ook voortdurend in situaties gezet waarin zijn fouten groter lijken dan die van anderen.
In dit systeem lijkt Onyedika altijd de eerste schuldige
Franky Van der Elst zat op dezelfde lijn. In Sporza zei hij: “Op sommige plaatsen moet je simpelweg geen onnodige risico’s nemen.” Dat klopt. Alleen is het verhaal interessanter dan dat. Want Onyedika is niet alleen de speler die soms balverlies lijdt. Hij is ook de speler die de gaten moet dichten die ontstaan omdat Club met veel volk vooruit speelt. Als het misgaat, staat hij als eerste in beeld. Niet noodzakelijk omdat hij altijd de grootste fout maakt, maar omdat Leko’s plan hem in die positie duwt.
Dat maakt de kritiek van buitenaf ook dubbel. Enerzijds wordt Onyedika geprezen als een absolute pijler. Hein Vanhaezebrouck noemde hem na Atlético in Het Nieuwsblad “onvoorstelbaar goed”. Franky Van der Elst zei in Sudinfo dat de sleutel van Clubs spel in de driehoek “Onyedika-Stankovic-Vanaken” ligt en noemde die zonder discussie “de beste in België”. Ook Het Nieuwsblad stelde na de match tegen Anderlecht dat wat dat middenveld voor rust op de mat legde, bewees dat de honger naar de titel groot is.

Anderzijds komt diezelfde Onyedika telkens weer terug in het verhaal wanneer Club problemen heeft, slordig oogt of controle verliest. De scherpste bedenking kwam misschien opnieuw van Vanhaezebrouck in Het Nieuwsblad, toen hij Leko’s uitleg over de interlands fileerde. “Als de wieltjes niet allemaal draaien, dan stopt het, hè. Er zijn grote wielen en kleine wielen, maar die kleine wielen zijn wel nodig om de grote te laten draaien.”
Daarmee trok hij het probleem weg van één individu. Niet Onyedika alleen zakte terug, ook Vanaken en Stankovic gingen mee in dat verhaal. De terugval tegen Anderlecht was geen individueel falen, maar een collectieve implosie. Alleen is het net Onyedika die in zo’n context het snelst met de vinger gewezen wordt.
Zo wordt één sneer plots veel groter dan een detail
Onyedika is voor dit elftal cruciaal, maar hij speelt ook in een systeem dat hem permanent op de grens zet. Hij moet afschermen, corrigeren, duels winnen, in de omschakeling denken en tegelijk aan de bal overeind blijven. Dat is een rol die hem waarde geeft, maar ook schade kan berokkenen. Zeker wanneer de trainer na een terugval zijn internationals viseert.
Olivier Plancke