Rudi Garcia lijkt een opvallende naam opnieuw naar Rode Duivels te halen. Dat zorgt meteen voor vragen, want die speler liet het in het verleden bij België te vaak afweten.
LEES OOK: Garcia krijgt boodschap: Rode Duivel in bloedvorm
Zet Garcia de deur weer open voor oude twijfel?Koni De Winter schuift in de aanloop naar de volgende selectie van Rudi Garcia nadrukkelijker naar voren als optie voor de Belgische defensie, maar dat mag een belangrijk deel van zijn verhaal bij de Rode Duivels niet verdoezelen. Want hoe sterk zijn opmars bij AC Milan de voorbije weken ook oogt, bij de nationale ploeg heeft De Winter voorlopig vooral zijn grote beloftes nog niet waargemaakt.

Zijn dossier bij de nationale ploeg draait om de vraag waarom een verdediger die in Italië al jaren hoog staat aangeschreven in het shirt van België bijna altijd ontgoochelde, of op zijn minst te weinig indruk maakte. Dat maakt hem vandaag tot een van de interessantste profielen in de selectieproblematiek van Garcia. Zijn vorm op clubniveau pleit voor hem, maar zijn verleden bij de nationale ploeg waarschuwt tegelijk voor te snelle conclusies.
De Winter gold als belofte, maar zakte snel weg
De Winter werd al vroeg gezien als een moderne verdediger: comfortabel aan de bal, gevormd in Italië, inzetbaar centraal en op rechts, en tactisch rijper dan veel leeftijdsgenoten. In de opbouw naar zijn eerste selectie voor de Rode Duivels werd hij voorgesteld als een keuze voor de (nabije) toekomst, een investering van Domenico Tedesco in een nieuwe generatie verdedigers. hij was geen noodoplossing, maar een speler op wie België op termijn wilde bouwen.
Zijn debuut tegen Ierland leverde nog geen alarmsignalen op. Hij kreeg zelfs lof voor zijn talent en zijn vermogen om situaties te lezen. Olivier Deschacht zei daarover op VTM: “Hij is niet van de snelste, maar weet dat ook. Daarom anticipeert hij. Hij laat een bepaalde ruimte in één-tegen-één-duels. Hij kan zichzelf goed inschatten en weet wat ie kan en niet kan.” Dat typeerde de hoop die rond hem leefde:

De Winter zou misschien niet de meest explosieve verdediger zijn, maar wel een slimme, beheerste speler die zijn beperkingen kon compenseren door positionering en inzicht. Net daarom woog de latere teleurstelling zwaarder door. Die bevestiging kwam er echter niet. De eerste echte barst in zijn internationale parcours volgde al in de aanloop naar het EK 2024. Ondanks degelijke prestaties bij Genoa haalde De Winter de selectie niet.
Die beslissing was niet alleen gekoppeld aan concurrentie of blessureperikelen, maar ook aan inhoudelijke twijfels bij Tedesco. Volgens Het Laatste Nieuws kon De Winter de toenmalige bondscoach niet overtuigen met zijn positiespel, keuzes en snelheid. Frank Raes vond die niet-selectie zelfs begrijpelijk in Gazet van Antwerpen en voegde eraan toe: “Hij komt toch nog wat tekort voor dit niveau, vind ik.” De scepsis rond De Winter bij België kwam er niet na één fout moment, maar was al vroeger structureel aanwezig.
Bij de Duivels werd De Winter almaar meer een zorgenkind
De Winter genoot op clubniveau al vroeg een stevige reputatie, maar in de nationale ploeg werd hij telkens weer bekeken als iemand die het nog maar moest bewijzen. In september 2024 vatte Het Nieuwsblad dat scherp samen: “Fel bewierookt in Italië bij Genua vorig seizoen, maar bij de Rode Duivels vooral ongelukkig.” Zijn clubstatus en internationale indruk begonnen al uit elkaar te lopen. Terwijl hij in Italië als een verdediger met een hoog plafond gold, bleef hij bij België een speler bij wie iets scheelde: de timing, de agressiviteit, de vrijheid in zijn spel, of gewoon het gevoel dat hij in die omgeving nooit helemaal zichzelf was.
Zo speelde De Winter matig op de rechtsachterpositie tegen Wales. In een nationale ploeg waar marges klein zijn en prestaties lang blijven hangen, zijn net dat soort interlands bepalend voor de perceptie. De Winter bouwde geen reeks op waarin hij door degelijkheid stilaan onmisbaar werd. Integendeel, zijn wedstrijden leverden telkens opnieuw stof voor twijfel. Daardoor bleef hij hangen in een ongemakkelijke zone: te talentvol om af te schrijven, maar te weinig overtuigend om echt krediet op te bouwen.

Het meest belastende moment in dat dossier blijft evenwel de wedstrijd tegen Oekraïne, wat het symbool is van zijn kwetsbaarheid bij België. Bij AC Milan toont hij zich de laatste weken volgens onverzettelijk in de duels, maar in het shirt van België verdedigt hij minder natuurlijk, gaat minder duels aan en speelt hij minder vrij. Tom Aerts, een van zijn makelaars, probeerde die bewuste fase tegen Oekraïne in Sporza te verklaren zonder ze te minimaliseren:
“Mensen denken dat het nonchalance is, maar eigenlijk komt het doordat Koni foutloos wil zijn en de bal mooi wilde verwerken. Ondertussen heeft hij uit dat moment tegen Oekraïne geleerd. Hij durft nu al eens een bal in de tribune knallen, zoals tegen Inter.” Dit maakt duidelijk dat De Winter op internationaal niveau soms problemen heeft in precies datgene wat hem op clubniveau sterk maakt: verzorgd willen spelen, controle willen houden, en te lang voor de elegante oplossing kiezen.
Bij Milan sterk, bij België bleef het telkens haperen
Dat verschil tussen club en nationale ploeg is vandaag nog altijd essentieel. Bij Milan heeft De Winter zich na een moeilijke start, na onder meer fouten tegen Lazio en Napoli, opnieuw opgewerkt. Hij was op weg om een floptransfer te worden, maar ondertussen is hij de eerste man die Massimiliano Allegri op het blad zet in de verdediging. Volgens Milan-watcher Gilles Mbiye-Beya is hij nu het onvervangbare slot op de deur geworden.
De Winter bevestigde in La Dernière Heure zelf ook dat het vertrouwen van de coach in zijn ontwikkeling een groot verschil maakt. Dat is een belangrijk contrast met zijn parcours bij België. Daar kreeg hij wel kansen, maar nooit een echt onvoorwaardelijk krediet. Elke fout leek er zwaarder te wegen, elke matige prestatie bevestigde meteen bestaande twijfels.

Ook tactisch speelt de omgeving een rol. Allegri speelt bij Milan met een driemansverdediging, terwijl Garcia voor een viermansachterlijn kiest. In een driemansdefensie kan hij meer beschermd worden, beter in duels stappen en met iets meer controle aan de opbouw beginnen. In een viermanslijn ligt de ruimte in zijn rug groter en worden timing, oriëntatie en keuzes sneller afgestraft. Net dat waren de punten waarop Tedesco eerder al kritiek had.
Geeft Garcia De Winter dé kans op revanche?
Toch komt zijn kans nu opnieuw, en dat heeft veel te maken met de situatie van de Belgische defensie. Arthur Theate en Zeno Debast zijn geblesseerd, terwijl Wout Faes moeite heeft om echt te overtuigen in het Belgische shirt. Daardoor schuift De Winter automatisch naar voren als een van de meest logische namen voor de stage in maart. RTBF stelde zelfs dat hij tijdens deze interlandperiode wel eens een grotere rol zou kunnen krijgen.
Daarmee wordt maart voor De Winter geen gewone interlandperiode, maar een test voor zijn geloofwaardigheid bij de Rode Duviels. Niet omdat hij nog moet bewijzen dat hij een goede verdediger kan zijn, wel omdat hij moet afrekenen met een hardnekkig beeld dat zich over meerdere maanden heeft opgebouwd.
Olivier Plancke