Tottenham Hotspur moest zaterdag de duimen leggen voor Liverpool, dat de finale van de Champions League met 2-0 won. Nochtans kon coach Mauricio Pochettino beroep doen op al zijn vaste basisspelers. Zelfs Harry Kane was uiteindelijk op tijd weer fit geraakt, al was dat er niet echt aan te merken.
Het Engelse speerpunt speelde immers een erg bleke partij en dat levert hem ook de nodige kritiek. Ook José Mourinho, voor de gelegenheid aan de slag als televisie-analist, toont zich scherp. "Kane verstopte zich constant. Normaal gesproken laat hij zich uitzakken, komt hij tussen de linies te spelen en is hij aanspeelbaar. Normaliter is hij de speler die zichzelf laat zien in het strafschopgebied, kapt en draait, maar daar was niets van te zien", klonk het bij BeIN Sports.
Maar Kane was niet de enige speler van zijn ploeg die het liet afweten. Het volledige aanvallende compartiment kwam eigenlijk tekort. "Tottenham had 61 procent balbezit en schoot geen enkele keer op doel, dat is de realiteit. Ze leden vaak slordig balverlies en konden daardoor niet in hun spel komen", aldus Mourinho.
LEES OOK: 'De Zerbi drukt stempel: eerste Spurs-transfer bepaald'
Kobe K