Nathan De Cat heeft in Amerika niet alleen zijn debuut bij de Rode Duivels gemaakt. Bij Anderlecht zullen ze vooral naar het prijskaartje kijken, want zo’n eerste cap zet een transferdossier meteen in een ander licht. De grens van 30 miljoen euro leek al stevig, maar in Neerpede weten ze intussen dat dit weleens nog maar het begin kan zijn.
LEES OOK: Ceulemans velt zijn oordeel over vergelijking met De Cat
Debuut dat meteen miljoenen extra waard wordtRudi Garcia heeft Nathan De Cat zijn debuut voor de Rode Duivels gegeven. In Neerpede zullen ze perfect beseffen wat het effect daarvan kan zijn. De 17-jarige middenvelder maakte tegen de Verenigde Staten zijn eerste minuten voor de nationale ploeg en dat ene optreden verandert het dossier-De Cat fundamenteel. Niet omdat hij nu plots een afgewerkt product is. Wel omdat hij in één beweging van groot Belgisch talent naar A-international is opgeschoven. In een zomer waarin zijn contract nog loopt tot 2027 en zijn marktwaarde volgens Transfermarkt al op 25 miljoen euro staat, is dat geen detail meer. Dat is onderhandelingsmacht voor Sporting.

Dat Garcia hem erbij haalde, kwam natuurlijk niet uit het niets. “Op talent staat geen leeftijd”, zei de bondscoach. Het is een publieke bevestiging van een speler die bij Anderlecht al maanden als de volgende jackpot wordt gezien. Zodra een bondscoach dat hardop bevestigt, verandert ook de blik van buitenlandse clubs. Het belangrijkste aan die eerste cap is zelfs niet dat De Cat nog een van de jongste debutanten uit de geschiedenis van de Rode Duivels werd. Belangrijker is dat hij in zijn korte invalbeurt niet wegkroop. Voor scouts is dat net interessant: De Cat was niet verlamd door het moment, was meteen betrokken, meteen bruikbaar. Een interlanddebuut hoeft geen gala te zijn om de waarde van een speler te verhogen. Soms volstaat het dat hij toont dat hij de context aankan.
De Cat is geen hype meer, maar goud waard
Transfermarkt zet hem vandaag op een waarde van 25 miljoen euro. In februari plaatste een CIES-analyse hem bovendien in de top vier van de beste U19-middenvelders over de voorbije zes maanden. Dat soort lijstjes versterkt het beeld dat rond hem hangt: groot volume, atletisch, technisch, polyvalent, en vooral al relevant bij de grote jongens. De Cat is dus niet meer zomaar een hype van Neerpede. Hij is een dossier dat in databanken, scoutingrapporten en directiekamers al maanden circuleert. Garcia heeft dat dossier nu ook een officiële stempel van Rode Duivel gegeven.
Daarmee komt Anderlecht in een interessante, maar ook gevaarlijke positie terecht. Interessant, omdat de club al langer droomt van een recordsom. De duurste uitgaande transfers in de clubgeschiedenis zijn Jérémy Doku voor 26 miljoen euro en Youri Tielemans voor 25 miljoen euro. Belgische media schrijven al weken dat De Cat daar overheen moet gaan. Tegelijk is de situatie delicaat, want zijn contract loopt nog maar tot 2027 en een verlenging is er voorlopig niet.

Het Nieuwsblad meldde begin maart nog dat paars-wit al maanden een verlenging onderhandelt, maar voorlopig is dat nog zonder doorbraak. CEO Kenneth Bornauw zei eerder al in Het Nieuwsblad dat hij hoopt dat De Cat volgend seizoen nog voor Anderlecht speelt, maar koppelde dat aan de afloop van het seizoen en aan de wil van de speler zelf. Anderlecht wil hem houden, maar weet tegelijk dat het deze zomer misschien moet onderhandelen over een transfer.
Eerste cap zet Anderlecht plots onder druk
En precies daar wordt de eerste A-cap van De Cat economisch relevant. In België wordt al weken gespeculeerd dat een WK-selectie of zelfs maar een eerste cap de prijs van De Cat een extra duw zou geven. Hein Vanhaezebrouck verwoordde het in Het Nieuwsblad zelfs plastisch: een statuut als Rode Duivel zou zijn prijs “in één keer met 5 miljoen” kunnen verhogen. Dat is uiteraard geen exacte wetenschap, maar het mechanisme klopt wel. Een speler met hetzelfde profiel en talent dezelfde leeftijd en dezelfde contractduur wordt duurder zodra hij door een nationale bondscoach als klaar voor het hoogste niveau wordt beschouwd.

Dat betekent niet dat Anderlecht nu rustig achterover kan leunen en 40 of 50 miljoen mag beginnen eisen. Daarvoor is het dossier nog te ruw. De Cat heeft nog geen Champions League gespeeld, geen Europees parcours afgewerkt en nog geen lange reeks interlands op de teller. Zelfs binnen het debat rond zijn prijs klinkt nog veel nuance. Terwijl Olivier Deschacht bij
30 miljoen op tafel? Dan begint het pas
Intussen maakt ook de buitenlandse interesse het spel alleen maar interessanter. Bayern München blijft de meest sexy naam, uiteraard door Vincent Kompany. Ook Borussia Dortmund, Newcastle, Tottenham, Brighton, Atlético en AC Milan duiken op, wat de kans op een opbod verhoogt. En dát is exact waar paars-wit op hoopt. Geen belangstelling van één club, maar meerdere teams. Wat de slimste keuze is voor De Cat zelf, daarover lopen de meningen uiteen. Speelminuten zijn het belangrijkste in zijn beslissing en daarom duikt het scenario op dat Anderlecht hem na zijn transfer nog één seizoen terug kan huren. Voor Anderlecht zou dat bijna het perfecte scenario zijn. Het haalt de jackpot binnen zonder zijn beste middenvelder meteen te verliezen. Alleen: zo’n luxe is niet vanzelfsprekend. Behalve wanneer de interesse enorm groot is. En dat is precies wat zijn debuut bij de Rode Duivels nu ongewild heeft veroorzaakt.
Olivier Plancke