Joël Ordóñez leek op weg naar een absolute recorddeal, maar plots duiken er barsten op in dat droomscenario. Zijn topvorm blijft overeind, alleen zorgen fouten, tegengoals en twijfels over zijn spel ervoor dat de euforie wat bekoelt. De vrees groeit zo dat het dossier rond het goudhaantje minder vanzelfsprekend wordt dan gedacht.
LEES OOK: 'Recordtransfer Club: Barça mengt zich in strijd'
Waarom Club plots vreest voor barsten in zijn recorddealJoël Ordóñez is in enkele maanden tijd uitgegroeid tot een van de belangrijkste dossiers van Club Brugge: sportief, financieel en symbolisch. De Ecuadoriaan belichaamt tegelijk de kracht van blauw-zwart en een van de grootste spanningen van dit seizoen. Aan de ene kant is er zijn status als defensieve uitblinker, zijn goals op cruciale momenten en zijn almaar stijgende transferwaarde. Aan de andere kant is er een ploeg die onder Ivan Leko spektakel koppelt aan risico, en die net daardoor te makkelijk doelpunten blijft slikken. Na de 2-2 tegen Anderlecht kwam die paradox opnieuw scherp naar boven.
Dat gevoel leefde ook nadrukkelijk in de analyse van Het Nieuwsblad. De krant schetste hoe Leko stilaan lijkt bij te draaien in zijn visie. De Kroatische coach, synoniem voor spektakel, emotie en veel aanvallende impulsen, zag tegen Anderlecht opnieuw twee tegengoals binnenvallen. “Het is niet dat ik er niet van slaap, maar ik geef je gelijk”, zei Leko aan Het Nieuwsblad. “We pakken te makkelijk tegendoelpunten.” Die uitspraak was veelzeggend, omdat ze contrasteert met zijn eerdere credo. Eind december, na een 3-5-zege tegen Racing Genk, klonk het nog: “Liever met 3-5 winnen dan met 0-1.”

Dat Club Brugge vandaag met die spanning worstelt, is niet los te zien van de speelstijl die Leko predikt. Volgens Het Nieuwsblad stuurt hij zijn ploeg geregeld met zeven à acht spelers tegelijk hoog drukzettend naar voren, met een defensie die opschuift tot ver op de helft van de tegenstander. Het zorgt voor dominantie, balbezit en kansen, maar ook voor grote ruimtes in de rug. Net daarin kwam Ordóñez tegen Anderlecht in een lastige positie terecht. De Ecuadoriaan speelde gretig en goed, hielp Anderlecht vastzetten in de aanloop naar de 1-2, maar stond daardoor ook uit positie om de angel uit de counter te halen. “Al zijn dat keuzes van de trainer”, schreef de krant.
50 miljoen? Net daar duikt plots grote twijfel op
Ordóñez is dus niet alleen in topvorm, maar hij wordt ook voortdurend blootgesteld aan een systeem waarin hij veel ruimte moet bewaken. Dat patroon liep als een rode draad door de voorbije weken. In de Champions League-campagne bevestigde de Ecuadoriaan meermaals zijn potentieel op hoog niveau. Tegen Atlético Madrid maakte hij in de terugmatch de 1-1 na een ingestudeerde corner, maar liet bij het vierde tegendoelpunt veel te makkelijk zijn man lopen. Hij speelde bij momenten beresterk, maar bij de laatste tegengoal te slap in zijn mandekking.
Hein Vanhaezebrouck stelde na de heenmatch tegen Atlético in Het Nieuwsblad dat bij de derde tegengoal Ordoñez en Mechele iets te laat reageren, waardoor de verdediger niet volledig ingedraaid stond. “Als je ziet hoe ze die drie goals tegenkrijgen, is dat vermijdbaar”, klonk het. Het Laatste Nieuws was na diezelfde heenwedstrijd nog scherper voor zijn pijnlijke owngoal: “Duwde een voorzet zomaar voorbij zijn eigen doelman tegen de touwen. Erg knullig.”

Ook La Dernière Heure plaatste kanttekeningen bij de euforie rond zijn marktwaarde. De Franstalige krant schreef na Atlético dat het “bijna sprakeloos” was toen in januari de geruchten opdoken dat Liverpool bereid was 50 miljoen euro uit te geven aan Ordonez. “Niet dat de Ecuadoraan geen slechte verdediger is – integendeel. Maar het was moeilijk te geloven dat hij zoveel waard was, zelfs in het huidige voetbal.” Volgens La Dernière Heure bevestigde zijn eigen doelpunt tegen Atlético net die twijfels. De krant vond ook dat zijn kwetsbaarheid aan de bal nog werkpunten blootlegt: “Want een verdediger die 50 miljoen euro kost, zou dat niet moeten doen.”
Toch bleef de algemene lijn positief. Zelfs in kritische analyses werd zijn potentieel zelden in twijfel getrokken. Het Nieuwsblad noemde hem na Atlético “toch een speler voor de Champions League” en schreef dat het te begrijpen was dat Club Brugge hem in de winter niet voor 40 miljoen euro liet vertrekken. Crystal Palace had een recordbod van om en bij de 40 miljoen euro neergelegd, snel en resoluut, zonder onderhandelingen, nadat de Premier League-club in paniek op zoek was gegaan naar defensieve versterking.
Achter de schermen rommelt het al langer rond Ordóñez
Vorige zomer zat Olympique Marseille al dicht bij een deal. In zijn eerste grote interview in drieënhalf jaar Club Brugge, gepubliceerd door Het Nieuwsblad, bevestigde Ordóñez zelf hoe concreet dat was geweest. “Ik dacht toen wel dat ik naar Marseille zou gaan, ja. Een deal was heel dichtbij.” Hij gaf ook toe hoe zwaar die periode woog. Hij probeerde druk te zetten door niet meer te trainen. Zelfs een zelden boze Ordóñez verloor toen even zijn kalmte. “Op dat moment was ik echt kwaad”, zei hij over zijn aanvaring met Dévy Rigaux.
Dat Club Brugge hem desondanks aan boord hield, zegt veel over de koers van de club dit seizoen. Bob Madou legde in De Standaard op uit dat Club in de winter naar verluidt meer dan 100 miljoen euro had kunnen incasseren voor verschillende sterkhouders, maar dat bewust niet deed. “Als we onze beste spelers kunnen houden, zijn onze kansen op een landstitel groter”, zei de CEO. “Het moeilijkste” zijn niet de bedragen, maar “de relaties met de spelers en hun entourage”. Madou schetste ook het mechanisme waarmee Club perspectief biedt: soms wordt beloofd dat men in de zomer wel zal meewerken.

Ook Rigaux bevestigde dat verhaal in Het Laatste Nieuws. “Tijdens de winterstop het signaal geven aan je kleedkamer dat je een sleutelspeler verkoopt, is per definitie zeggen dat je het geld boven de titel verkiest”, stelde de director of football. Over Ordóñez klonk het concreet: “Er was een Premier League-club die 40 miljoen euro wou geven voor Ordoñez. Zonder dat we zelfs hoefden te onderhandelen.” Meteen daarna volgde een veelzeggende nuance: “Joel mag hoger mikken. Als hij straks een goed WK speelt...”
Liverpool lonkt, maar eerst dreigt nog een pijnlijke kink
Ordóñez heeft zijn frustraties van de zomer omgezet in focus, maar hij blijft razend ambitieus. Zijn doel is helder: na het WK wil hij naar een grote ploeg verhuizen. Het liefst naar de Premier League, en nog meer naar zijn droomclub Liverpool. Dat maakt de komende maanden des te interessanter. Franky Van der Elst voorspelde in Sudinfo al een drukke zomer in het Breydelstadion, met onder meer Ordóñez, Onyedika en Tzolis als spelers die enorme bedragen kunnen opleveren. Het Laatste Nieuws meldde zelfs al dat er straks een vervanger voor Ordóñez komt en dat een extra verdediger niet uitgesloten is. Met andere woorden: achter de schermen wordt zijn vertrek al voorbereid, ook al staat de grote beslissing nog uit.
Maar voor Club Brugge draait het nu eerst om de titelstrijd en Leko beseft dat zijn ploeg in die fase niet kan blijven teren op spektakel alleen. “We moeten beter leren verdedigen op counters. Die makkelijke tegengoals moeten eruit. Uiteindelijk is 2-0 beter dan 5-3”, zei hij na Anderlecht in Het Nieuwsblad. Het was een opvallende bijsturing van een coach die lang prat ging op risico en aanvalslust.

In dat nieuwe evenwicht wordt de rol van Ordóñez nog belangrijker. Hij is de verdediger die hoog moet durven staan, duels moet winnen, counters moet afstoppen en tegelijk bij stilstaande fases voorin kan opduiken. Hij is bovendien de speler in wie Club straks wellicht een recordbedrag wil verzilveren, maar die eerst mee de felbegeerde twintigste landstitel moet helpen binnenhalen.
Olivier Plancke