Arthur Vermeeren leek stilaan zijn plek te vinden bij Olympique Marseille, maar de twijfel is in alle hevigheid terug. Na een nieuwe kans groeit vooral het gevoel dat OM stilaan op een breuk afstevent.
LEES OOK: Pocognoli geeft criticasters lik op stuk: Frankrijk keert kar
Van droomstart naar eerste barsten bij OMArthur Vermeeren kreeg in de voorbije dagen opnieuw een kans bij Olympique Marseille, in een bekerduel én een competitiewedstrijd tegen Toulouse. In de beker kende hij een paar goede momenten, een poging op de lat, degelijke fases aan de bal, maar opnieuw geen uitgesproken opvallende prestatie. De Franse pers bleef na afloop op haar honger zitten. Foot Mercato, dat hem een 5 op 10 gaf, schreef dat men “un peu sur notre faim” bleef. Foot Marseille oordeelde dat hij geen punten had gepakt om opnieuw aanspraak te maken op een basisplaats. De competitiewedstrijd daarna bevestigde dat voorlopig oordeel: Vermeeren bleef in de selectie, maar vloog naar de bank.
Die nieuwe twijfel botst hard met de sfeer die rond hem hing toen Marseille hem binnenhaalde. Zijn komst op huurbasis van RB Leipzig, met een stevige aankoopoptie, werd in Frankrijk gezien als een slimme zet. Voor Marseille was het een kans om een jonge middenvelder met naam, opleiding en potentieel binnen te halen. Voor Vermeeren was het vooral een nieuwe reddingsboei na twee moeilijke passages bij Atlético Madrid en Leipzig. In België leefde vooral het gevoel dat hij eindelijk opnieuw in een omgeving terechtkwam waar hij minuten en vertrouwen kon krijgen. In Frankrijk lag de nadruk meer op zijn profiel: tactisch zuiver, technisch verzorgd, kalm aan de bal en geschikt voor een ploeg die onder Roberto De Zerbi verzorgd voetbal wilde brengen.

Zijn eerste echt opvallende moment in Marseille kwam er in de Champions League, tegen Ajax. De Zerbi zette hem toen verrassend in de basis en Vermeeren greep die kans met beide handen. Marseille won overtuigend, en Vermeeren viel op door zijn rust, zijn juiste keuzes en zijn vermogen om zich onder druk aanspeelbaar te maken. In de fase die tot een doelpunt leidde, recupereerde hij ook de bal. Na afloop zei hij bij Canal+: “Je me suis senti très bien.”Het was het soort wedstrijd dat het Franse wantrouwen snel kon doen verdwijnen. Plots zag men in hem niet langer alleen een jongen met potentieel, maar ook een middenvelder die perfect in het systeem leek te passen.
Na die avond begon de lof aan te zwellen. In Frankrijk schreef L’Équipe dat zijn samenwerking met Angel Gomes “des étincelles” had opgeleverd. Die formulering was niet toevallig gekozen: Vermeeren werd steeds meer voorgesteld als iemand die het middenveld van Marseille evenwicht, controle en intelligentie gaf. Het was bijna vanzelfsprekend dat hij in de ploeg stond. In Frankrijk werd dat beeld versterkt. Le Parisien omschreef hem als het “joyau belge” van OM, terwijl sportief directeur Medhi Benatia op RMC duidelijk maakte hoezeer men intern in hem geloofde. Benatia zei dat Marseille “convaincus” was van zijn kwaliteiten.
Na die klap sloeg de sfeer helemaal om
Toch bleef Vermeeren zelf opvallend voorzichtig. Terwijl de buitenwereld almaar positiever schreef, hield hij de rem erop. In een persmoment voor een Europese wedstrijd zei hij: “Je ne suis pas encore le joueur que je voudrais être.” Die zin klinkt achteraf bijna profetisch. Waar de buitenwereld al sprak over zijn heropstanding, bleef hij zelf aangeven dat hij nog niet stond waar hij wilde staan. Dat was geen valse bescheidenheid. Het wees er eerder op dat hij zelf voelde hoe broos zijn status nog was. Hij speelde beter, kreeg krediet en kreeg de context die hem lag, maar hij was nog niet onbetwistbaar.
Dat werd snel duidelijk toen één wedstrijd het hele momentum kantelde. Tegen Nantes liep het helemaal mis. Vermeeren kreeg rood na een stevige tackle op doelman Anthony Lopes en moest vroeg naar de kant. L’Équipe noemde hem later de “malheureux détonateur” van een dramatische Marseille-avond. Die uitsluiting werkte veel dieper door dan alleen de wedstrijd zelf. Vanaf dan veranderde ook de toon in de media. De speler die voordien werd geprezen om zijn intelligentie en rust, werd plots meer en meer benaderd als een speler in moeilijkheden. De vraag werd niet langer of Marseille hem definitief zou overnemen, maar of hij zijn opmars niet alweer had stilgelegd.
De druk nam daarna snel toe. L’Équipe schreef over “la chute” van Vermeeren bij OM, en dat was geen detail meer. De krant schetste hoe zijn jaar bij Marseille plots de verkeerde kant uitging. Ook De Zerbi stuurde publiek signalen uit dat hij niet tevreden was. De trainer zei dat hij Vermeeren niet goed had zien spelen, “fysiek noch mentaal”. Dat is een zware boodschap voor een speler die net zijn vertrouwen aan het opbouwen was. Het bankzitten werd vaker een thema, in Frankrijk én in België, net als de vaststelling dat Vermeeren na zijn veelbelovende entree opnieuw in een grijze zone belandde.

Daar bleef het niet bij. De frustratie rond Marseille als geheel begon ook rondom hem zichtbaar te worden. Berichten over spanningen op training, met onder meer een incident met Geoffrey Kondogbia. Er werd geschreven dat de sfeer bij Marseille op ontploffen stond en dat Vermeeren in een geladen context terechtkwam. Het beeld van de rustige, jonge middenvelder die gewoon zijn spel wilde spelen, maakte plaats voor dat van een speler die meegezogen werd in de nerveuze atmosfeer van een club in crisis.
OM schuift richting harde beslissing over Vermeeren
Tegelijk doken al verhalen op over een mogelijke exit. Galatasaray kwam even in beeld, uiteindelijk sprong dat spoor af, maar zulke berichten zeggen genoeg over zijn situatie. Een paar weken eerder ging het nog over een aankoopoptie die Marseille zou willen lichten. Nu ging het plots over een mogelijke exit. Toen Marseille vervolgens ook sportief bleef slabakken, kwam er een trainerswissel. Dat klonk als goed nieuws voor hem, het klikte niet zo goed met De Zerbi en een nieuwe coach brengt vaak nieuwe kansen mee.
In de praktijk ging het moeizamer. Onder Habib Beye kreeg Vermeeren wel opnieuw uitzicht op minuten, maar ook daar was er nog geen echte doorbraak. Ondanks de trainerswissel blijft hij nog vaak vastgeplakt aan de bank. Toen hij dan toch weer mocht starten, leverde dat geen overtuigende herstart op. Technisch en tactisch meestal verzorgd, maar zodra de intensiteit, fysieke strijd of impact centraal komt te staan, duikt de twijfel opnieuw op.

En zo zitten Marseille en Vermeerenvandaag opnieuw in een lastig dossier. Volgens L’Équipe is de aankoopoptie op dit moment moeilijk verdedigbaar. Dat is een harde conclusie als je weet hoe enthousiast men eerder over hem sprak. De lijn is dat men nog altijd de kwaliteiten van Vermeeren ziet. Niemand doet alsof hij niet kan voetballen. Niemand ontkent dat hij rust, vista en techniek heeft. Maar tegelijk klinkt overal hetzelfde voorbehoud: hij moet meer gewicht in de schaal leggen, constanter zijn en beter omgaan met de fluctuaties die onvermijdelijk bij topclubs horen.
Olivier Plancke