Tweedeklasser KFC Dessel Sport heeft een heuse metamorfose ondergaan. Sinds de komst van Guido Brepoels werd alles anders. Niet alleen voor de spelers, maar ook voor de supporters en het bestuur. VoetbalNieuws had een gesprek met Brepoels over de ommekeer van zijn club.
"Andere manier van werken geïntegreerd"
Na heel wat sobere resultaten wist
Groen-Wit zich te herpakken met een negen op negen. Twee van de drie wedstrijden moesten ze zelfs met tien man afronden. Brepoels is duidelijk over deze ommekeer. "Ik ben hier gekomen en heb meteen een heel nieuwe weg ingeslagen", begint hij zijn verhaal.
Vooral de materiële voorzieningen bij de club waren volgens Brepoels huilen met de pet op. "Ik kwam hier en zag dat er zelfs geen fitnessruimte was. Er werd hier ook niet gewerkt met beeldanalyses en de spelers werden niet eens gescreend. Ik heb besloten om dat allemaal anders aan te pakken. Spelers gingen niet meer op zichzelf wat fitnessen en dergelijke, ze werden vanaf nu begeleid. Voor het bestuur is dat natuurlijk ook een verandering, want dat kost allemaal wel wat geld."
"Doordat we fysiek helemaal anders zijn gaan werken, wist ik dat het ook niet simpel zou worden de eerste weken", gaat hij verder. "Nu worden de jongens dat wat gewoon en pakken we negen op negen. Maar pas op, de weg is nog lang. We zijn er zeker nog niet. Je moet toch al zo'n 35 punten pakken om zeker te zijn in deze reeks."
In de vorige wedstrijd won KFC Dessel Sport nog met 2-0 van Antwerp.
"Lastig dat sommige jongens ook nog voltijds werken"
Het grote probleem bij Dessel is dat veel jongens naast het voetbal ook nog gaan werken. Iets wat Brepoels in het verleden nog niet vaak zag. "Bij de meeste clubs in tweede klasse trainen ze zes à acht keer per week. Hier in Dessel doen ze dat maar vier keer. Doordat er enkele jongens nog werken, is het moeilijk om al vroeg te trainen. Hierdoor hebben we slechts twee uur om te trainen. Als we dan zoals morgen (dinsdag, red.) fysiek en kracht moeten combineren, dan wordt het erg zwaar voor de jongens. Als je dat op vier uur kan doen, dan kan je tussentijds wat rusten en opbouwen."
Maar de Limburger vond een alternatief, al werd dat oorspronkelijk niet gesmaakt. "Ik ben op bepaalde dagen vanaf half vijf op de club. Ik zou ook liever op dat uur al trainen, maar dat is niet voor iedereen haalbaar. Het is een keuze die spelers zelf moeten maken, maar op zo'n momenten wordt er heel technisch getraind. De eerste weken stond ik daar altijd alleen. Dat is natuurlijk niet leuk. Maar jongens die niet werken, verwacht ik toch wel op die momenten. De laatste keer waren we er met een zestal spelers. Ze beginnen het nu toch te snappen."
Het werd meteen duidelijk dat de trainer de lat erg hoog legt voor zijn spelers. "Willen we gaan professionaliseren, dan moeten we toch naar het systeem dat ik nu toepas gaan werken. Voor de jongens die werken is dat zwaar, maar goed." Fysiek is dus duidelijk een belangrijke factor. "Jongens moeten een uurtje kunnen lopen aan 14,5 kilometer per uur. Als ze dat niet kunnen, spelen ze niet. Zo simpel is dat. Als speler in tweede klasse is dat toch wel een minimumvereiste denk ik."
Als je fysiek niet in orde bent, kom je er niet in. Andrew Petersen was pas terug fit en keerde al terug in de ploeg. Dat kwam door zijn fysieke kracht.
Nog verder professionaliseren in de toekomst
De Limburgse coach heeft duidelijk nog wilde plannen met de Kempische club. "Ik heb aan het bestuur laten vallen waar ik naartoe wil. We hebben met wat blessures gezeten en moeten dat kunnen opvangen. Een paar versterkingen zouden dus misschien wel nodig zijn. Er zijn een paar vaste waardes die sinds mijn komst niet meer in de basis starten. Maar nogmaals, eerst fysiek in orde zijn en dan zien we verder."
Ook worden spelers door de medische staf verder opgevolgd en worden er ook andere concrete afspraken gemaakt. "Doordat de spelers beter begeleid worden, worden ze enkel betere spelers en kunnen ze preciezer gaan trainen. Natuurlijk kost dat wel wat meer, maar we proberen met de mogelijkheden die we hebben zoveel mogelijk te doen. Zo eten we voortaan voor de wedstrijd ook samen. Dat was in het verleden niet het geval. Maar die jonge gasten kwamen recht uit hun bed, zonder eten, naar de wedstrijd. Dat kan toch niet?"
Ook de terugkeer van Andrew Petersen en Prince Asubonteng lijkt belangrijk geweest te zijn. "Andrew kwam net terug uit blessure en stond al in de basis. Hij was de enige die uit blessure kwam en meteen een half uur kon lopen aan 14,5 kilometer per uur. Hij was fysiek in orde en bewees dat onder de wedstrijd. Prince op zijn beurt sukkelde met een blessure, maar het was volgens mij ook iets mentaal."
"Hij is erg gevoelig en je moet weten op welke manier je hem moet aanpakken. Ik vond hem tegen Hoogstraten erg slecht de eerste helft en dan kan je onder de rust twee dingen doen. Hem even aanpakken en oppeppen of hem zonder boe of bah van het veld halen. Ik liet hem staan. Hij bedankte tegen Antwerp met twee doelpunten. Maar wees gerust, de eerste weken had hij het onder mijn gezag ook niet gemakkelijk en hij zal niet de enige geweest zijn (lacht).