Club Brugge opent woensdagavond zijn campagne in de Champions League. Om de duels met topteams als PSG en Manchester City aan te gaan, voerde Blauw-Zwart afgelopen zomer alvast een stevige kwaliteitsinjectie door. Al duurde het wel behoorlijk lang alvorens de landskampioen zijn targets kon binnenhalen.
Tibo Persyn en Stanley Nsoki werden eind juli naar Jan Breydel geloodst, maar de overige aanwinsten volgden pas laat in augustus. Daardoor werd het voor de sportieve staff wel bijzonder moeilijk om de nodige automatismen te kweken. In de podcast De Tribune gaf Vincent Mannaert ook toe dat het niet de bedoeling was om zo laat pas toe te slaan. "Ik zit er al een tijdje in, dit was mijn 30ste transferperiode en ook mijn moeilijkste", aldus de manager, die vooral wijst op de naweeën van de corona-crisis. "Na een jaar van heel weinig transacties was er wat twijfel over de spelersprijzen en internationale toernooien brengen altijd een latere opstart van de transfermarkt met zich mee."
Daarnaast blijft Club onrechtstreeks ook afhankelijk van wat er gebeurt aan de absolute top, waardoor het kwestie werd van 'beurt afwachten'. En bovendien waren er vaak ook kapers op de kust. "Concurrentie is er ook en spelers hebben voorkeuren. De spelers die wij graag willen, worden logischerwijs ook elders gewenst. En zo hebben we in tegenstelling tot andere mercato’s veel dossiers pas heel laat afgerond", aldus Mannaert.
LEES OOK: Mannaert spreekt klare taal over toekomst bij KBVB
Kobe K