Met de tijdelijke overgang van David Hubert van KRC Genk naar AA Gent wordt nog maar eens aangetoond dat clubtrots helaas niet meer bestaat in het Belgische voetbal. Daarnaast werd clubmonument Kristof Lardenoit na elf jaar trouwe dienst bij promovendus Waasland-Beveren zonder enige schaamte verteld dat hij mag uitkijken naar een andere club en wordt de naam van RSC
Anderlecht-doelman Thomas Kaminski genoemd bij
Club Brugge. De tijden dat een speler slechts één (top)club diende tijdens zijn loopbaan lijken op enkele uitzonderingen na zo goed als verleden tijd. Clubmonumenten als Jan Ceulemans, Paul Van Himst, Jef Delen en Gert Verheyen lijken stilaan vervlogen tijden.
Mémé Tchité is het rolmodel dat aantoont dat clubliefde geen plaats meer heeft in het Belgische voetbal. Hij speelde eerder in zijn carrière al voor Anderlecht en Standard. Nu komt de pijlsnelle aanvaller uit voor Club Brugge. Daarmee is hij de eerste speler ooit die bij de drie Belgische topploegen speelde en toch wordt de goaltjesdief nog steeds elke week met applaus onthaald op Olympia.
Alin Stoica maakte in 2002 de gevoelige overstap van Anderlecht naar Club Brugge en dat zette kwaad bloed bij vele Anderlecht-supporters. Daarmee was hij op enkele uitzonderingen als Marc Degryse na de eerste die bij een rivaliserende club tekende. Mbokani deed nog straffer, na een passage bij Anderlecht trok hij naar Standard om uiteindelijk terug bij Anderlecht verzeild te raken. Vadis Odjidja maakt deze dagen het mooie weer bij Club Brugge, nadat hij bij Anderlecht opstapte. Ook de
transfer van Ronald Vargas van Club Brugge naar Anderlecht bleef niet onopgemerkt. De Venezolaan kan sinds zijn overgang rekenen op heel wat boegeroep in het Jan Breydelstadion.
Een overgang waar supporters in Genk het lang moeilijk mee hadden was die van Steven Defour naar Standard. Na alles wat Genk hem gegeven keerde de Rode Duivel de Limburgers zijn rug toe met de zogenaamde wet van 78 om op Sclessin de grote man te worden. Meermaals werd de spelverdeler in het toenmalig kolkend Fenixstadion ontvangen door de uitzinnige Genk-aanhang, die zelfs de weg van Luik naar Genk ‘versierden’ met haatdragende spandoeken.
In datzelfde Brugge lijkt ook de rivaliteit tussen Club Brugge en Cercle Brugge lichtjes aan het uitdoven. Zo leent Club Brugge dit seizoen met Mushaga Bakenga zelfs een speler uit aan zijn stadsgenoot. Bij dat Cercle Brugge spelen met Bernd Evens, Hans Cornelis en Tim Smolders enkele spelers met een verleden bij Club Brugge. Iets wat vroeger haast ondenkbaar was. De gezonde rivaliteit die een derby met zich hoort mee te brengen is stilaan aan het verwateren in ons Belgenland.
De reden dat voetballers vandaag de dag sneller de overstap zullen maken naar een rivaliserende club is simpel, er gaat nu veel meer geld gepaard met het voetbal dan vroeger. Voor geld doen mensen rare dingen, zo ook duizenden supporters zonder enige vorm van schaamte hun rug toekeren. Voetbal is emotie of was voetbal emotie? Dat is de vraag die we ons vandaag moeten stellen, want wie zal er nog raar opkijken wanneer Club Brugge en Anderlecht volgende week een samenwerkingsverband aangaan.
Uiteraard zijn ook hier uitzonderingen. Iedereen hunkert naar de tijden van Jan Ceulemans en Paul Van Himst, waar spelers nog plaats in hun hart hadden voor hun club. Ook vandaag de dag zijn er nog zulke voetballers, zij het dan wel een kleine minderheid. Genkenaar Jelle Vossen is zo iemand, want mocht hij willen zou hij al lang ergens in het buitenland grof geld aan het binnenrijven zijn. Daarnaast zal Jonathan Blondel nooit voor Anderlecht gaan spelen en zal Olivier Deschacht nooit bij Club Brugge te bewonderen zijn.