Waar is de tijd dat we in België nog wanhopig op zoek waren naar goede buitenspelers? Mannen met een snedige versnelling, een goede voorzet in de benen en als het even kan ook een neus voor doelpunten. Enkele jaren geleden moesten de Rode Duivels het stellen met Tom De Mul, Roland Lamah en Tom Soetaers op die posities. Vandaag baden we in luxe als het op goede buitenspelers aankomt.
Bondscoach Marc Wilmots moet elke interland opnieuw een lastige knoop doorhakken als het op zijn opstelling aankomt. Christian Benteke is intussen onbetwist -of het moest zijn dat Romelu Lukaku plotseling stormachtig doorbreekt in de Premier League- titularis in de spits. Maar wie zijn de mensen die de grote spits van Aston Villa met voorzetten moeten bedienen?
Het kransje kanshebbers is groot. Zeer groot. Eden Hazard – die nochtans liever centraal staat dan op de flank- lijkt incontournable, maar dat is eigenlijk niemand bij Wilmots. Ook bij Chelsea komt Hazard vooral op de linkerflank terecht. Daar nam hij een vliegende start alvorens een kleine terugval te kennen. Gelukkig lijkt Hazard intussen over die vormdip heen te zijn.
De prestaties van Hazard bij de Rode Duivels zijn echter (nog niet) altijd om over naar huis te schrijven. De oudste van de Hazard-dynastie voelt dan ook de hete adem van Dries Mertens in de nek. De PSV-speler ontgoochelde nog nooit bij de Rode Duivels en verdient eigenlijk een basisplaats. Het voordeel van
Driesje is dat hij ook op rechts uit de voeten kan.
Het nadeel is dan weer dat Wilmots zijn rechtsbuiten de voorbije interlands al gevonden lijkt te hebben. Kevin De Bruyne was zonder twijfel de beste man bij de nationale ploeg de afgelopen maanden. Vooral zijn goede verstandhouding met Benteke, getuige daarvan enkele assists, zorgen ervoor dat de flankspeler van Werder Bremen moeilijk uit de ploeg te houden zal zijn in de toekomst.
Voorts zijn er ook nog de momenteel geblesseerde Kevin Mirallas (nu al een publiekslieveling bij Everton) en Nacer Chadli (afgelopen weekend nog goed voor een weergaloze goal bij Twente). Luxe zat dus. Daarbij komt nog eens dat twee jonge knapen zich de laatste maanden in de kijker hebben gespeeld van de ganse natie: Massimo Bruno en Maxime Lestienne.
U zal ons niet horen zeggen dat Bruno en/of Lestienne opgeroepen moeten worden voor de volgende interlands. Maar beide jongelingen negeren kunnen we ook niet doen. Lestienne is op zijn twintigste vice-topschutter bij
Club Brugge en Bruno houdt bij
Anderlecht ervaren spelers als Vargas en Mollins uit de ploeg. Dat zijn verdiensten die kunnen tellen.
Ons voorstel: maak van Lestienne en Bruno de vaste buitenspelers bij de nationale beloften. Hanteer daar hetzelfde spelsysteem als bij de ‘grote’ Duivels zodat er automatismen gekweekt kunnen worden. Wie moet dan de Benteke van de beloften gaan worden, vraagt u zich af? Misschien kan Jens Naessens (Zulte Waregem) die rol wel gaan vervullen. Gianni Bruno van Lille is een andere optie.
Moest het zijn dat er iemand van de vaste buitenspelers uitvalt bij de grote Duivels dan zullen beide jongens klaarstaan om de leemte op te vullen, daar twijfelt niemand aan. Laat ze nu maar rustig in de luwte wedstrijden spelen bij de nationale beloften, daar hebben ze meer aan dan aan negentig minuten bank- of tribunezitten bij de grote Duivels.
LEES OOK:
'Sibierski zit niet stil: eerste wintertarget al bepaald'