Kevin Oris geniet van zijn bestaan in Zuid-Korea. De ex-aanvaller van tweedeklasser Antwerp is erg geliefd bij zijn club Daejeon en voelt zich bovendien ook nog eens thuis in het verre Azië.
"Zuid-Korea is een land waar respect voor ouderen heel belangrijk is. Op de club word je geacht een oudere speler te groeten met een buiging. Van hen wordt niet verwacht dat ze iets terug zeggen. Dat is even aanpassen, maar als buitenlander krijg je veel respect terug als je daarin meestapt. Je moet dat immers niet doen", zegt Oris in
Het Nieuwsblad.
"Die eerste weken dacht ik toch even: waar ben ik terechtgekomen? Maar ik heb nooit spijt gehad van mijn keuze en wist dat het goed zou komen. De club was aan het seizoen gestart met 24 nieuwe spelers."
"Vergelijk het voetbal hier met het vechtvoetbal in de Belgische tweede klasse, maar dan veel agressiever, vuiler en gemener. Spelers delen ellebogen uit zonder dat een bal in de buurt is."
"Mijn mama zei dat ik behandeld werd als Beckham. Ik kreeg ook veel cadeaus van de fans. De leukste was een maquette van mijn figuur. Tot in het detail perfect nagemaakt."
Oris scoorde uiteindelijk negentien doelpunten en had een belangrijk aandeel in het behoud van zijn team. Hij werd tevens verkozen tot beste speler in de play-offs tegen de degradatie. "Er zijn gesprekken met andere teams, maar er is nog niets concreets. Het is de bedoeling om nog drie, vier jaar in Zuid-Korea te blijven. Mijn loon? Doe dat van Antwerp maar maal drie of vier."