Sven Vandenbroeck werd ontslagen bij Zulte Waregem na een mindere periode. Dit seizoen kent Essevee een sterke start en draait het mee bovenin het klassement. Vandenbroeck sprak openhartig met Het Laatste Nieuws.
De oefenmeester werd ontslagen na een moeilijke periode bij Zulte. Vooral de situatie met Jelle Vossen was onhoudbaar. De spits was nog belangrijk met de promotie, maar werd volledig naar de achtergrond geduwd.
LEES OOK: Vandenbroeck weer bij Belgische club? Opties op tafel
Problemen onthuldVandenbroeck was niet blij met zijn ontslag bij Zulte Waregem. “Ik had het de eerste drie à vier dagen lastig én ik was boos. Ik vond dat een bepaalde situatie mijn ontslag had ingeleid. Ik had daar geen vat op en de club had daar beter moeten communiceren.”
Volgens Vandenbroeck was de situatie met Jelle Vossen de druppel. “Ik kon hem geen speelminuten garanderen en ik vond dat de club daarover in alle openheid moest communiceren. Ik wilde Jelle niet weg, hij kon belangrijk zijn als tweede spits, mocht hij die rol aanvaarden. Na verloop van tijd werd dat moeilijker. Wat er gebeurd is, was voor 80 procent de oorzaak van mijn ontslag.”
Geen gesprekken
Vandenbroeck geeft aan wat hij beter had kunnen doen. “Wat ik mezelf verwijt, is dat ik op een bepaald moment gestopt ben met praten met Jelle. Dat had ik niet of anders moeten doen. Meer tijd maken voor hem was zeker mogelijk. Maar het lag zo delicaat en complex… Ik zei tegen mezelf: ‘Oké, laat vallen, concentreer je op andere zaken’. Volgens mij had het geen nut meer om Jelle aan te spreken. Dat neem ik volledig op mezelf. Het is een goede les voor de toekomst. Ik weet nu dat ik daar anders mee moet omgaan.”
Er is ook geen kwaad bloed bij Vandenbroeck. “Ik neem Jelle niets kwalijk, voor alle duidelijkheid. Ik snap hem. Alleen gaat hij er binnen een paar jaar misschien ook een andere kijk op hebben. Ik heb op websites en op sociale media veel dingen gelezen over Jelle en mij die totaal onjuist waren. Ik vond dat we allebei een beetje het slachtoffer waren van hoe het eraan toegegaan is. Een trainer maakt soms harde keuzes in functie van de toekomst en niet van het verleden. Het hoort bij ons vak.”
Stephan Calander