Anderlecht gaf deze zomer opnieuw bijna dertig miljoen euro uit. De zuinige zege bij KV Mechelen bracht even rust, maar met amper vier competitiedoelpunten begint de vernieuwde ploeg nu al te kraken. Acht jaar na de beruchte eerste zomer van Marc Coucke komt paars-wit gevaarlijk dicht bij hetzelfde scenario.
LEES OOK: Coucke roert stevig in de potten: één boodschap zindert na
Coucke-ramp van 2018 duikt plots weer opAnderlecht gaf deze zomer bijna evenveel geld uit als tijdens de beruchte eerste mercato van Marc Coucke. Toen liep het volledig fout en bleef de club jarenlang met de brokken zitten. De omstandigheden zijn vandaag anders, maar enkele pijnlijke gelijkenissen zijn onmogelijk te negeren.
In de zomer van 2018 vloeide 29,8 miljoen euro uit de clubkas voor transfers. Coucke was pas eigenaar geworden en wilde Anderlecht onmiddellijk opnieuw op de kaart zetten. De recordkampioen moest weer macht en ambitie uitstralen. Geld mocht plots geen probleem meer zijn.

Het pronkstuk van die mercato werd Bubacarr Sanneh. Anderlecht betaalde acht miljoen euro voor de verdediger van FC Midtjylland. In de Jupiler Pro League was alleen Chancel Mbemba op dat moment ooit duurder geweest. Het bestuur dacht een nieuwe rots in de branding te hebben gevonden, maar Sanneh kwam uiteindelijk amper negentien keer in actie voor paars-wit.
Hij werd het gezicht van een ontspoorde zomer. Ook Ognjen Vranjes, Evgen Makarenko, Knowledge Musona, Zakaria Bakkali en Kristal Abazaj kwamen naar Brussel. Ivan Santini en Landry Dimata scoorden wel, maar het nieuwe elftal werd nooit een ploeg. Hein Vanhaezebrouck vloog nog voor Nieuwjaar buiten. Anderlecht eindigde het seizoen als zesde en greep voor het eerst in meer dan een halve eeuw naast Europees voetbal.
Anderlecht komt akelig dicht bij die rampzomer
Acht jaar later duikt datzelfde spook opnieuw op. Antoine Sibierski haalde elf nieuwe spelers naar het Lotto Park en gaf ongeveer 28,6 miljoen euro uit. Alleen de rampzomer van 2018 was nog duurder. Het verschil bedraagt amper 1,2 miljoen euro.
Lukas Ambros kostte vijf miljoen euro. Voor Oliver Antman werd 4,5 miljoen betaald. Marten Winkler en Tawfik Bentayeb kostten elk vier miljoen en Giulian Biancone 2,5 miljoen. Roméo Amané werd met 6,5 miljoen euro de duurste aanwinst van de zomer.
Daar kwamen nog de betaalde uitleenbeurt van Thelo Aasgaard en de komst van Ilias Koutsoupias bij. Léo Pétrot en Oleg Reabciuk waren transfervrij. Andrew Omobamidele werd zonder aankoopoptie gehuurd van Strasbourg.

Financieel is deze operatie wel veel beter onderbouwd dan in 2018. Anderlecht verkocht voor ongeveer 65 miljoen euro. Nathan De Cat, Nathan Saliba en Keisuke Goto brachten samen al meer dan veertig miljoen op. Ook de verplichte aankoop van Jan-Carlo Simic levert nog eens vijftien miljoen euro op. Daarbovenop zorgt de kwalificatie voor de Europa League voor extra inkomsten.
Sibierski haalde het geld dus niet zomaar uit de portefeuille van Coucke. Hij verdiende het eerst en investeerde vervolgens een deel opnieuw. Daardoor is de financiële gok veel kleiner dan acht jaar geleden. Sportief neemt Anderlecht wel opnieuw een enorm risico.
Nieuwe miljoenen leggen bom onder Vitor Bruno
Vitor Bruno kreeg elf nieuwkomers en beschikt nu over een kern van 33 spelers. De 0-1-zege bij KV Mechelen gaf hem wat ademruimte, maar nam de twijfels niet weg. Anderlecht telt tien punten uit zes matchen en vond daarin amper vier keer de weg naar doel. De dure, vernieuwde ploeg oogt voorlopig nog niet als een kandidaat voor de top drie.
Ook in Mechelen speelde paars-wit te traag en te voorzichtig. Tawfik Bentayeb maakte het enige doelpunt, waarna Anderlecht in de tweede helft steeds verder achteruit kroop. De overwinning was welkom, maar het voetbal bleef opnieuw achter bij de verwachtingen.
“Er zijn bepaalde jongens die hier nog maar tien dagen zijn, dus dat kost nog wat tijd”, verklaarde Bruno achteraf bij DAZN. Die uitleg klopt, maar lang zal hij zich er niet achter kunnen verschuilen. De miljoenen zijn uitgegeven en de verwachtingen zijn samen met de nieuwe spelers het Lotto Park binnengestapt.
Opvallend is bovendien hoe de laatste aankopen tot stand kwamen. Santi Garcia was lange tijd het grote doelwit voor het middenveld. Toen Gil Vicente niet wilde zakken met de prijs, schakelde Sibierski over naar Amané. Koutsoupias legde zijn medische testen af en keerde vervolgens zonder contract terug naar zijn hotel, omdat Aasgaard plots beschikbaar werd. Uiteindelijk kwamen ze allebei.

Omobamidele werd dan weer interessant omdat Strasbourg twee nieuwe verdedigers haalde. De Ier zag zijn speelkansen slinken en Anderlecht sprong op de gelegenheid. Dat kan uitstekend werk zijn van een sportief directeur die snel reageert. Het kan evengoed betekenen dat de selectie in de laatste uren breder werd gemaakt zonder dat er al een duidelijke hiërarchie bestond.
Vijf spelers arriveerden in de laatste 48 uur van de mercato. Bruno moet hen inpassen tijdens een druk programma, maar tegelijk resultaten blijven halen. Hij heeft voldoende spelers, alleen kan hij onmogelijk iedereen tevreden houden.
Volgens Het Nieuwsblad telt Anderlecht zeventien gereputeerde buitenlanders voor maximaal veertien plaatsen op het wedstrijdblad. Zelfs wanneer iedereen fit is, moeten dus elke week spelers naar de tribune. Woensdag wacht tegen Olympique Lyon bovendien meteen de eerste grote test voor de vernieuwde kern.
Neerpede dreigt rekening te betalen voor koopwoede
Tegelijk wil Anderlecht de jeugd van Neerpede blijven lanceren. Bruno prees de opleiding uitvoerig en liet tegen Kairat op een bepaald moment zes jeugdproducten samen spelen. Noa Ojea, Joshua Nga Kana en Noah Kalonji bewezen al dat ze het niveau aankunnen. Alleen wordt hun doorbraak moeilijker wanneer miljoenenaanwinsten voorrang moeten krijgen.
CEO Kenneth Bornauw verdedigde eerder de harde schoonmaak binnen de club. “Als je niet doortastend bent, kun je geen echte verandering teweegbrengen”, zei hij in De Standaard. Die verandering is er. Van de ploeg die vorig seizoen afsloot, bleef nauwelijks iets over. Nu moet blijken of Anderlecht werkelijk heeft gebouwd of alleen opnieuw heel veel heeft veranderd.

In 2018 werd Coucke het gezicht van de mislukking. Vandaag krijgt Sibierski voorlopig alle lof. Hij verkocht sterk, werkte discreet en haalde bijna een volledig nieuw elftal. Daardoor verschuift alle druk naar Bruno. De trainer heeft alternatieven, verschillende profielen en een ongeziene concurrentiestrijd.
De 28,6 miljoen euro is dan ook geen bewijs dat Anderlecht terug is. Het is een deadline. Tegen Lyon en in de weken daarna moet het voetbal eindelijk volgen. Anders dreigt de duurste Anderlecht-zomer sinds 2018 opnieuw een rekening op te leveren die veel verder gaat dan geld.
Olivier Plancke