Bart Verhaeghe trekt hard aan de alarmbel over Jan Breydel. Club Brugge moet nog drie seizoenen verder in een stadion dat volgens de voorzitter “echt op” is. En dat dreigt blauw-zwart nog een bijzonder stevige rekening op te leveren.
LEES OOK: Club-fans perplex: Julie Vanloo zorgt voor kippenvel
Verhaeghe trekt hard aan de alarmbelTwintig jaar wachten wordt eindelijk beloond. In januari wil Club Brugge beginnen bouwen aan zijn nieuwe stadion op de Olympiasite. De verhuis volgt pas in het seizoen 2029/2030. Tot dan blijven Club en Cercle hun thuiswedstrijden afwerken in Jan Breydel.
De nieuwe voetbaltempel wordt vlak naast het huidige stadion gebouwd. Club moet Jan Breydel tijdens de werken toegankelijk houden en wil de volledige capaciteit blijven gebruiken. Tegelijk is het gebouw volgens de eigen voorzitter eigenlijk opgebruikt.
“Soms houden we echt ons hart vast, want Jan Breydel is echt óp”, zegt Verhaeghe bij Sporza. Verhaeghe spreekt niet alleen over verouderde toiletten of een likje verf dat ontbreekt.

Sommige ruimtes kunnen volgens hem niet meer worden gebruikt omdat de riolering eronder verdwenen is. Een kleedkamer zou er bijzonder slecht aan toe zijn. Club moet beton versterken, elektriciteit herstellen en problemen met de afvoer blijven oplossen.
Het is een stadion kunstmatig in leven houden en daar betaalt Club Brugge een stevige prijs voor. Verhaeghe schat de jaarlijkse kosten op ongeveer één miljoen euro. Er zou intussen al meer dan vijftien miljoen euro in noodzakelijke herstellingen zijn verdwenen.
Club Brugge betaalt miljoenen voor ‘op’ stadion
Omdat Club nog drie seizoenen in Jan Breydel blijft, dreigt daar minstens nog eens drie miljoen euro bovenop te komen. Dat geld dient ervoor te zorgen dat de deuren open kunnen blijven. Elke euro die vandaag in een leiding, elektriciteitskast of betonnen constructie verdwijnt, zit vast in een stadion dat na de verhuis volledig wordt afgebroken.
De situatie wordt nog opvallender door wat Club zelf over Jan Breydel communiceert. Op de officiële stadionwebsite verzekert blauw-zwart dat de thuiswedstrijden tijdens de bouwwerken in veilige en operationele omstandigheden kunnen blijven plaatsvinden. De volledige capaciteit moet beschikbaar blijven.

Op dezelfde website somt Club echter een lange lijst problemen op: betonrot, stabiliteitsproblemen, putcorrosie, waterinsijpeling en tekortkomingen op het vlak van brandveiligheid. Het stadion voldoet bovendien steeds moeilijker aan de strengere normen van de UEFA. Club investeert om tijd te kopen.
Ook Michel D’Hooghe trok eerder al aan de alarmbel. De erevoorzitter maakte de opening van het toenmalige Olympiastadion in 1975 van dichtbij mee, maar herkent de oude trots nauwelijks nog. “Ik ben vandaag bezorgd om de veiligheid. En dat meen ik echt”, verklaarde hij in Het Laatste Nieuws.
Nieuwe stadionnachtmerrie dreigt voor Club Brugge
Sporteconoom Trudo Dejonghe kwam bij Sporza tot dezelfde harde conclusie: “Jan Breydel is vervallen.” Hij stelde zich openlijk de vraag hoelang het stadion nog probleemloos door de Europese keuringen geraakt. Club wil jaarlijks Champions League spelen, maar moet dat voorlopig blijven doen in een gebouw dat steeds verder achteropraakt tegenover de eisen van de UEFA.
Een onmiddellijke sluiting dreigt niet. Daarvoor zijn er controles, herstellingen en afspraken met de verantwoordelijken van het stadion. Club zou ook nooit bewust bijna 30.000 supporters in gevaar brengen. Toch legt Verhaeghe met zijn woorden een bijzonder gevoelige discussie bloot. Drie jaar is lang wanneer een gebouw nu al als “op” wordt omschreven.

Bovendien kan Club zich nauwelijks nog vertraging veroorloven. Het nieuwe stadion krijgt een technisch ingewikkeld zwevend dak. De kranen moeten daarvoor aan de binnenkant van de kuip worden opgesteld. Pas wanneer die constructie klaar is, kan de aanleg van het veld beginnen. Voor een volwaardige grasmat rekent Verhaeghe vervolgens nog eens zes maanden.
Loopt één cruciale bouwfase vertraging op, dan moet Jan Breydel mogelijk nog langer dienstdoen. Een uitstel van enkele maanden betekent niet alleen een latere opening en misgelopen inkomsten in het nieuwe stadion. Het betekent ook meer nieuwe herstellingen aan het oude.
Club zit daardoor tijdelijk gevangen tussen twee stadions. Het nieuwe kost ongeveer 200 miljoen euro en begint pas binnen drie jaar geld op te brengen. Het oude verdwijnt daarna onder de sloophamer, maar blijft tot de laatste wedstrijd jaarlijks een miljoen euro opeisen.
Olivier Plancke