De naam van Nathan De Cat springt in het oog bij de Rode Duivels, maar achter die selectie groeit ook de onrust. Wat een mooie beloning lijkt, dreigt tegelijk een veel gevoeliger verhaal bloot te leggen. En precies daar zit voor België een probleem dat moeilijk te negeren valt.
LEES OOK: Jonge Duivel geeft WK niet op: “Het kan snel gaan”
Waarom Garcia net nu bij De Cat uitkomtDat Nathan De Cat op zijn zeventiende mee is met de Rode Duivels naar de Verenigde Staten, is op het eerste gezicht het zoveelste hoofdstuk in het verhaal van een uitzonderlijk talent. Maar wie beter kijkt naar de woorden van Rudi Garcia en Vincent Mannaert, ziet een groter verhaal. De selectie van De Cat is niet alleen een beloning voor zijn sterke maanden bij Anderlecht. Ze zegt ook iets over wat België vandaag mist. Garcia haalde hem er niet alleen bij omdat hij goed is, maar ook omdat hij een profiel is dat in deze nationale ploeg zeldzaam is geworden.
Garcia was opvallend duidelijk toen hij zijn keuze voor De Cat toelichtte. Tijdens zijn persconferentie zei hij de bondscoach: “Nathan De Cat is erbij door zijn goede prestaties, uiteraard, maar ook door zijn fysieke verschijning. Van dat type hebben we er niet veel bij de Rode Duivels.” Elders noemde hij hem ook “erg atletisch”. De Cat werd dus niet louter geselecteerd als uithangbord van de toekomst, maar als een test in functie van het heden. Die woorden van Garcia krijgen extra gewicht als je ze legt naast de bredere analyse van Vincent Mannaert.

In Het Nieuwsblad schetste de sports director van de bond deze week hoe België in zijn jeugdopleidingen te ver is doorgeschoten naar spelers met “goeie voetjes”, waardoor pure types die van duels leven en fysiek dominante profielen almaar schaarser zijn geworden. Mannaert had het concreet over verdedigers en over fundamentals als fysiek contact maken, één-op-één-duels winnen en de box verdedigen. Maar de analyse gaat verder dan de defensie. Ze gaat over volume, impact, aanwezigheid en weerbaarheid op topniveau. In dat opzicht past De Cat perfect in het plaatje: hij is een middenvelder met techniek, maar tegelijk met gestalte, bereik en recuperatievermogen. Met andere woorden: niet zomaar een extra talent, wel een antwoord op een tekort.
Het profiel dat België vandaag amper heeft
Die combinatie is ook wat De Cat dit seizoen zo bijzonder maakt bij Anderlecht. Hij brak niet door als een sierlijke pingelaar die enkel in balbezit het verschil maakt. Integendeel. Zijn doorbraak rust net op een combinatie die in België zelden samenvalt bij een speler van die leeftijd: loopvermogen, duelkracht, rust aan de bal en de reflex om vooruit te spelen. Marc Degryse noemde hem in Het Laatste Nieuws de jonge, Belgische versie van Jashari. Maar dan rechtsvoetig. Jelle Van Damme zei in Gazet van Antwerpen: “Die gast kan ongelofelijk voetballen, maar is tegelijk niet vies van het vuile werk.” Hein Vanhaezebrouck trok in Sjotcast zelfs de lijn door naar een profiel in de sporen van Declan Rice. Zulke vergelijkingen zijn gevaarlijk, zeker bij een zeventienjarige, maar ze tonen wel welke indruk De Cat nalaat: niet die van een frêle spelmaker, wel die van een moderne middenvelder die meerdere taken tegelijk kan dragen.
Dat blijkt ook uit de manier waarop hij bij Anderlecht gebruikt wordt. Onder Besnik Hasi en later Jérémy Taravel schoof hij tussen de 6, de 8 en zelfs de 10. Hein Vanhaezebrouck en Sven Kums wezen er allebei op dat zijn beste positie waarschijnlijk iets lager ligt dan de meest aanvallende rol, precies omdat hij van daaruit meer terrein kan bestrijken en het spel in twee richtingen kan beïnvloeden. In La Dernière Heure omschreef Kums hem stellig als een nummer 8. Niet als een pure 6 die alleen afschermt, maar als iemand die defensieve arbeid koppelt aan infiltratie, passing en timing. Dat sluit naadloos aan bij wat Garcia nu wil zien: niet gewoon nog een technisch optie op het middenveld, maar een speler die een zeldzaam evenwicht kan brengen tussen inhoud en intensiteit.

De context van deze stage maakt dat nog relevanter. België reist met vraagtekens naar de VS. Romelu Lukaku, Thibaut Courtois, Hans Vanaken en Leandro Trossard ontbreken, terwijl ook Youri Tielemans en Arthur Theate nog uit een blessure komen. De bondscoach moet improviseren en tegelijk proberen een noodplan voor het WK uit te tekenen. De Standaard schreef terecht dat Garcia op deze stage van de nood een deugd moet maken. In zo’n omgeving krijgen debutanten alleen een kans als ze iets toevoegen wat er niet ruim voorhanden is. Voor De Cat gaat het dus minder om symboliek dan om functionaliteit. België heeft genoeg middenvelders die kunnen voetballen. Het zoekt meer en meer naar spelers die ook kunnen dragen, duwen, overlopen en duels winnen.
Maar net daar duikt nu het grote risico op
Tegelijk zit precies daar de paradox van dit verhaal. Garcia wil De Cat zien omdat hij een zeldzaam fysiek en atletisch profiel heeft, maar net dat profiel dreigt momenteel overbelast te worden. De signalen van vermoeidheid zijn er al even. Tegen Club Brugge ging hij begin maart na 65 minuten naar de kant. De Morgen noteerde dat De Cat zelf aangaf dat zijn kaarsje stilaan uit was. Het Laatste Nieuws schreef na die topper dat de tank leeg was. En in de stukken rond de selectie werd meermaals verwezen naar kwaaltjes en de nood om zorgvuldig met hem om te springen. De vraag is dus niet alleen of De Cat klaar is voor dit niveau, maar ook hoeveel belasting zijn lichaam op dit moment nog aankan.
Die bezorgdheid is allesbehalve overdreven. De Cat zit al aan 38 officiële wedstrijden en 2.860 speelminuten dit seizoen, waarvan 29 competitiewedstrijden en 28 basisplaatsen. Dat is voor eender welke debutant stevig. Voor een speler die pas op 19 juli achttien wordt, is het ronduit uitzonderlijk. Het verklaart waarom sommige analisten, ondanks alle lof, blijven waarschuwen. Frank Raes zei in Gazet van Antwerpen al eerder dat België moet opletten voor overbelasting. Frank Buyse had het in De Zondag dan weer over het nut van tornooi-ervaring, maar ook daar zat de impliciete waarschuwing in vervat: hij moet proeven laten van dit niveau, niet opbranden nog voor zijn lichaam volledig gevormd is.

Het maakt van deze Amerikaanse trip dus een verhaal op twee sporen. Sportief wil Garcia testen of De Cat zijn profiel ook in een internationale context tegen andere tegenstanders overeind blijft. Dat is logisch. De bondscoach zei al dat op talent geen leeftijd staat en dat De Cat met zijn prestaties alles heeft afgevinkt om er nu bij te zijn. Maar daarnaast moet deze stage bijna automatisch ook een load-managementverhaal worden. De Cat hoeft in Atlanta of Chicago niet te bewijzen dat hij onmisbaar is. Hij moet vooral tonen dat zijn type een meerwaarde kan zijn, zonder dat de bond elke beschikbare minuut zien als een te benutten minuut.
Zijn selectie is tegelijk beloning en waarschuwing
Natuurlijk is De Cat een uitzonderlijk talent. Natuurlijk is zijn seizoen bij Anderlecht sterk genoeg om een eerste oproep te rechtvaardigen. De essentie is dat Garcia en Mannaert, elk op hun manier, hetzelfde probleem benoemen: België mist fysiek overwicht, duelkracht en volume in bepaalde zones van het veld. De Cat belichaamt voorlopig net datgene wat de bond opnieuw probeert te vinden. Alleen komt daar een tweede realiteit bovenop: zulke profielen zijn zeldzaam, en dus ook kwetsbaar voor overbelasting. Zijn selectie is daarom tegelijk een compliment en een waarschuwing. België wil zien wat het te weinig heeft. Maar juist daarom zal het moeten oppassen dat het dat ene zeldzame profiel niet te snel uitperst.
Olivier Plancke