De vraag klinkt elke week luider en luider: kan KRC Genk tot het einde van het seizoen meedoen voor de knikkers? Wij zijn geneigd om die vraag te beantwoorden met een volmondige JA. Zonder iets te willen afdingen van de resultaten en het spel van de Limburgers, dient er ook wat gerelativeerd te worden. Al te snel wordt vergeten dat Genk nog steeds meer gelijke spelen dan overwinningen heeft behaald.
Dit gezegd zijnde hebben de Limburgers ook nog niet verloren, en daarmee zijn ze de enige ploeg die nog ongeslagen is dit seizoen mede dankzij de pijnlijke nederlaag van
Club Brugge tegen Oud-Heverlee Leuven. Vijf overwinningen en zes gelijke spelen brengen hen tot op één schamel puntje van het leidersduo Club Brugge en
Anderlecht: dat smaakt ongetwijfeld naar meer.
Het was in de topper tegen Club dat Genk de indruk gaf dat het wel eens zou kunnen meedoen voor de prijzen dit seizoen. Met tien man hielden ze al bij al makkelijk stand en deden ze de Bruggelingen meer dan eens pijn met hun pijnlijke counters. In tegenstelling tot wat de supporters van
Blauw-Zwart na de wedstrijd scandeerden, beriepen de troepen van Mario Been zich niet op ‘anti-voetbal’. Om het op zijn Hollands te zeggen: ze bleven lekker voetballen.
Nog indrukwekkender dan dat gelijkspel in Jan Breydel is het punt dat Genk meepakte uit het St. Jakob-Park in Basel. Eigenlijk moesten het er zelfs drie zijn, zonder de dwalingen van de scheidsrechter en de Genkse verdediging. Genk blufte de Zwitsers af in hun eigen stadion en bouwde een 2-0-voorsprong uit tegen een ploeg die vorig jaar voetballes gaf aan Manchester United in de Champions League. Dat het die voorsprong nog uit handen gaf, maakt het daarom extra zuur.
Daarmee is de achilleshiel van dit Genk meteen bloot gelegd: de verdediging. Nadson zal ons nooit helemaal kunnen overtuigen, en zijn maatje centraal achterin Kalidou Koulibaly oogt allesbehalve secuur. Nochtans heeft die laatste heel wat mooie adelbrieven voor te leggen als Frans belofte-international. De Spaanse rechtsachter Dani Fernandez lijkt wel een meerwaarde te zijn, al was het maar om zijn goede voorzetten. Op links is Brian Hamalainen degelijk, maar niet meer dan dat. Hij kan het Derrick Tshimanga wel lastig maken eens die helemaal terug is uit blessure.
Voor we de waarheid oneer aandoen, moeten we wel vermelden dat de twee beste centrale verdedigers van Genk in de lappenmand liggen. Jeroen Simaeys en Torben Joneleit vormen een complementair duo en bewezen vorig jaar hun waarde voor de ploeg. De Zuid-Afrikaan Anele wordt dan weer als stoplap gebruikt en kan overal uit de voeten: wat zijn beste positie is (rechtsachter? Centraal achterin? Verdedigende middenvelder?) lijkt nog steeds een mysterie.
Zoeken naar de grote sterkte van dit Genk, is alles behalve een raadsel. Met een voorlinie bestaande uit Steeven Joseph-Monrose, Jelle Vossen, Benji De Ceulaer en Thomas Buffel kan je naar de oorlog. Techniek (Monrose), creativiteit en geniale ingevingen (De Ceulaer), killerinstinct (Vossen) en een grote brok ervaring (Buffel): ze hebben het allemaal. Ze zijn alle vier zo beweeglijk en hebben zoveel spelintelligentie dat verdedigers er vaak horendol van worden. Wie de aanval van Genk kan lamleggen, legt meteen de hele ploeg plat: zoveel is duidelijk.
Bij al dit moois dient echter een kanttekening geplaatst te worden. Een ploeg die echt wil meedoen voor de titel moet wel kunnen winnen van ploegen als Cercle Brugge, Oud-Heverlee Leuven, Lierse en Waasland-Beveren. Tegen de toppers staan ze hun mannetje (gelijkspel tegen Anderlecht en Club Brugge), maar het is vooral tegen de “kleintjes†dat titels gewonnen of verloren worden. Daarenboven beschikt Genk niet over de breedste kern van eerste klasse. Jongens als Plet, Croux, Limbombe, Peeters en Kennedy zijn talentvolle spelers maar zijn nog niet in staat om de ploeg te dragen en op sleeptouw te nemen.
De titel pakken was dan ook geen doelstelling bij de start van het seizoen. Het feit dat Genk zo competitief kan blijven nadat het de laatste twee jaar spelers als Kevin De Bruyne, Thibaut Courtois, Christian Benteke en Marvin Ogunjimi liet vertrekken, verdient een groot applaus. Als Mario Been -die alle lof verdient voor de manier waarop hij dit Genk laat voetballen- zijn ploeg op het einde van de rit in de top vier parkeert, zal het seizoen meer dan geslaagd zijn. Maar stiekem dromen ze van meer, daar in Limburg. En daar hebben ze reden toe.
LEES OOK:
Thorup scherp: "Dat was onacceptabel"