Fronsende wenkbrauwen. Irritatie. Walging. Het gevoel bij het volgen van wedstrijden van ’s werelds beste club, FC Barcelona, ontwikkelt zich. De voetbaltechnische kwaliteiten en prestaties staan buiten discussie. De Catalaanse sterrenequipe van Josep Guardiola speelt bij vlagen het mooiste voetbal uit de historie van het spelletje. Vooral in het afgelopen jaar viel mij meer op: in belangrijke wedstrijden ontpoppen de voetbalhelden zich tot vervelende, verwaande mannetjes.
Nog geen twee weken geleden zette ik de televisie aan en zag ik Andrés Iniesta over het veld rollen als een zwaar gewonde soldaat uit The Band of Brothers. Even was ik benieuwd naar de herhaling, wat kon hier gebeurd zijn? Maar het antwoord was niet anders dan in 99 van de honderd keren het geval is: de kleine balvirtuoos kreeg een pittige schouderduw in zijn rug te verwerken. Oftewel: opstaan en vrije trap nemen, zoals in de Engelse Premier League de gewoonte is. Bij wedstrijden van Barcelona en – in mindere mate – van Real Madrid kun je zo’n zeven keer per helft naar de keuken om je drankje bij te schenken, wanneer er theatraal wordt doorgerold na nietszeggende overtredinkjes.
Ergens is er wel iets voor te zeggen. Handige dribbelaars als Pedro, Lionel Messi en Alexis Sánchez moeten zichzelf wel in bescherming nemen om duels met een slager als Pepé of tuinman Adil Rami (‘copyrights’ naar Sierd de Vos) te kunnen overleven. Al nemen Sergio Busquets en Pedro hun rol wel heel serieus. En wat te denken van de topdoelman, VÃctor Valdés, die in elke Clásico minimaal drie keer binnen 9,93 seconden honderd meter overbrugt om de dienstdoende arbiter te overtuigen van het kwaad van aartsrivaal Real Madrid. Als jarenlange fan van Barça doet het haast pijn om dergelijke ‘enge’ acties te moeten aanschouwen.
Geen wedstrijd is naar mijn mening mooier dan de kraker tussen Barcelona en Madrid, maar soms is het prettiger om naar Brits voetbal te kijken. Als er daar een speler tot onder z’n oren wordt afgetrapt, krijgt hij een klauw van de dader en probeert hij hem in het volgende duel terug te pakken en dat gaat door tot er één van het veld wordt gestuurd. Zo niet, dan lopen ze na afloop gearmd van het veld en drinken ze waarschijnlijk nog een paar biertjes in het spelershome.
Terwijl ik nog heel ouderwets mijn pen op het papier zet, zie ik Messi na een fraaie combinatie met Iniesta alweer zijn 39ste treffer van het seizoen in de kruising knallen. Even bekeer ik en zie ik in dat het vervelend spelen is tegen clubs als Getafe, die met elf man rond de eigen zestien geposteerd staan. Maar dan zie ik voor me hoe Nederland op 1 juli in Kiev in de finale tegen Spanje staat en het wederom moeilijk heeft. De Spanjaarden doen de eerste zeventig minuten niets anders dan over het veld rollen en om gele dan wel rode kaarten vragen. Mark van Bommel en John Heitinga worden van het veld gestuurd en Nederland grijpt er weer naast. Weer geen titel. Nee, ik weet het zeker. De Primera División is toe aan een cultuurverandering.
LEES OOK:
'BOM: Real wil droomdeal Barça saboteren'