Club Brugge staat mee bovenin het klassement, maar overtuigend is het nog niet. In de Champions League ging Blauw-Zwart in eigen huis onderuit tegen Aston Villa. Icoon Franky Van der Elst zag een groot probleem ontstaan.
Coach Ivan Leko moest afgelopen zomer weer afscheid nemen van enkele belangrijke pionnen. Zo vertrok onder meer Raphael Onyedika en Aleksandar Stankovic. Het middenveld werd dan ook ferm versterkt.
LEES OOK: Genadeloze 3 op 10: kranten messcherp voor 'puinhoop' bij Club
Groot probleemEn daar zit het probleem net. Het middenveld van Club Brugge lijkt nog niet afgestemd op elkaar. “Op dit moment is de driehoek minder goed dan vorig jaar. De toekomst zal uitwijzen of het huidige middenveld met Potts, Vetlesen en Vanaken even goed wordt als dat met Onyedika, Stankovic en Vanaken. Het staat ook anders. Hans staat wat lager dan vorig jaar. Dat doet hij op intuïtie wel vaker als hij voelt dat hij hoger niet wordt aangespeeld”, klinkt het bij Het Nieuwsblad.
Er is vooral veel kritiek op Freddie Potts waar Club 10 miljoen euro voor op tafel legde. “Potts moet durven vooruit voetballen. Dat gebeurt nu niet. Gert heeft dat gestaafd met een map van de passes van Potts. Amper vier vooruit, geen enkele kwam aan. Dat is gewoon te weinig. Je voelde de ergernis bij Gert tijdens zijn uitleg op televisie. Ik irriteerde mij ook aan al die balletjes achteruit. Het lijkt alsof Potts niet weet dat hij kan doordraaien, vooruit kan spelen of van flank kan wisselen.”
Raad voor Leko
Van der Elst had ook raad voor Leko om Potts beter te laten draaien op het middenveld. “Beelden tonen. Aangeven waar hij beter had kunnen doen. Hem op training ook voortdurend laten doordraaien en vooruit laten passen. Je kan dat wel trainen. Het is niet erg als daar een verkeerde pass bij zit, dat overkomt iedereen wel eens. Club Brugge speelt vaak tegen een laag blok, zoals onlangs tegen KAA Gent. Zeker tegen zulke ploegen moet je tussen de lijnen durven te spelen, gaten zoeken, sneller spelen ook. Hij kan een voorbeeld nemen aan Stankovic op dat vlak.”
Stephan Calander