Royal Antwerp FC heeft officieel afscheid genomen van Paul Gheysens. Het consortium van Wouter Vandenhaute neemt het stokje over. Toch opvallend aangezien hij nog niet zo lang geleden voorzitter van Anderlecht was.
Vandenhaute verliet Anderlecht op slechte voet en gaat nu aldus aan de slag met Antwerp. Ook Toby Alderweireld gaat mee in zee. Dominik Van Landeghem, de voorzitter van de Federatie van Antwerp Supportersclubs (FASC) sprak met Gazet van Antwerpen.
LEES OOK: Onverwachte laatste Antwerp-boodschap aan Gheysens
Ferme sneerDe fans zijn nog niet volledig overtuigd. “Het is afwachten, hè. We zijn blij, maar niet naïef. We willen onze club ook niet als blanco cheque in de handen van iemand anders geven. Ik blijf persoonlijk licht kritisch naar Vandenhaute, mede door het Anderlecht-verhaal. In mijn ogen kun je ook geen club kopen als je je daar niet emotioneel mee wil verbinden.”
Van Landeghem sneerde ook ferm naar grote rivaal Beerschot. “Ons vertrouwen moet dus verdiend worden. We mogen echter blij zijn dat de club in Belgische handen blijft, want evengoed krijg je zoals STVV of Beerschot Japanners in huis, of Chinezen of Arabieren. Vandenhaute krijgt dus alle kansen en hopelijk heeft hij lessen getrokken uit die Anderlecht-periode.”
Rond de tafel
De supporters van Antwerp willen alvast snel rond de tafel met de nieuwe beleidsbepalers op de Bosuil. “Cruciaal is dat we snel weten wat de visie van de nieuwe mensen is. Het gaat ook om een hele hoop mensen, die wellicht allemaal hun rol willen spelen, dus afwachten of dat goed gaat werken. Maar ik hoop dus dat we op korte termijn rond tafel kunnen en een duidelijk plan te horen krijgen.”
De fans blijven ook realistisch. ”Nee, wij verwachten niet opnieuw Champions League-voetbal binnen een paar jaar. Wat telt is dat de club gezond blijft. Alleen mag dat niet op de kap van de fans zijn, zoals de voorbije jaren het geval was, met de torenhoge ticketprijzen. We kunnen moeilijk verwachten dat die meteen weer zakken, want alles ligt vast voor het komende seizoen, maar ook daar gaan we eens over moeten samenzitten.”
Stephan Calander