La Louvière heeft met de komst van Anas Tajaouart een veelbelovende versterking binnengehaald. Volgens algemeen directeur Toni Turi volgde de club de speler al geruime tijd.Ze sloten een financieel opmerkelijke deal af met RSC Anderlecht.
"Hij stond al een paar maanden geleden op onze radar", vertelt Turi aan La Dernière Heure. "Uiteindelijk hebben we Majeed Ashimeru gehaald. Destijds zaten zowel Anderlecht als wij in een andere situatie. Dat we Anas nu kunnen contracteren is een geweldige kans. Maar hij komt zonder enige druk."
LEES OOK: Anderlecht kondigt vertrek van jeugdproduct aan
Tajaouart naar La LouvièreDe bestuurder benadrukt dat de financiële inspanning van RAAL zorgvuldig werd afgewogen. "Ons aandeel in de transfersom komt overeen met de positie van Anas in onze salarisstructuur", legt Turi uit. "Hij is jong, heeft veel potentie en is bovendien Marokkaans jeugdinternational. Het verschil in zijn salaris moet van buitenaf komen, of de speler moet zelf een bijdrage leveren."
RSCA betaalt nog 20% van zijn loon. Opvallend is dat de huurovereenkomst, in tegenstelling tot eerdere deals met Majeed Ashimeru, Mohammed Fall en Ibrahim Afriyie, wel een aankoopoptie bevat. Dat was voor de clubleiding een belangrijke voorwaarde tijdens de onderhandelingen. Hoewel de overeengekomen aankoopoptie van 1,3 miljoen euro momenteel buiten het bereik van RAAL ligt, wilde de promovendus zich wel de mogelijkheid geven om de speler langer aan zich te binden.
Aankoopoptie voorlopig te duur
"Of we die som nu kunnen betalen? Nee, zelfs niet nu we ons budget voor de selectie hebben verhoogd. Voor ons was deze clausule essentieel", zegt Turi. "We kunnen de mogelijkheden bekijken afhankelijk van het seizoen en onze positie op dat moment."
Daarmee wil RAAL voorkomen dat een talentvolle speler na een succesvol seizoen automatisch terugkeert naar zijn moederclub. "We wilden geen rechtstreekse uitleenbeurt zoals bij Afriyie of Fall. Zij voldeden aan de verwachtingen en keerden vervolgens terug naar hun clubs", besluit de algemeen directeur.
Claudio Reulens