Club Brugge wordt genoemd in een transferdossier dat alle kanten opgaat. Voor een piepjonge flankaanvaller circuleren bedragen tot 25 miljoen euro, terwijl de concrete details voorlopig vaag blijven. Deze piste heeft veel hype, veel interesse en een prijskaartje dat vragen oproept.
LEES OOK: TRANSFERUURTJE: 'Vertrekker bij Anderlecht, kleppers kloppen aan bij Club'
Club Brugge ruikt zijn kans in peperduur topdossierDe naam van Zadok Yohanna duikt op bij Club Brugge. AIK bevestigde dat er buitenlandse interesse is voor de 18-jarige winger, maar noemt geen clubs en zegt niet of er al biedingen op tafel liggen. Op het vlak van een transfer blijft het onduidelijk. AIK-rekruteringschef Miika Takkula bevestigde buitenlandse interesse, maar wilde niets kwijt over aanbiedingen of concrete stappen die gemaakt zijn. “Laat ons zeggen dat er interesse is.” De markt is in beweging rond Yohanna en over de mogelijke transferprijs circuleren intussen bedragen van 15 tot zelfs 20 à 25 miljoen euro. Namen als Chelsea en Ajax duiken op, al betekent dat niet dat ze al klaarstaan met een bod.
Waarom deze ruwe diamant plots iedereen gek maakt
De 18-jarige Nigeriaan, linksvoetig, is vooral actief op de rechterflank. AIK haalde hem in de zomer van 2025 weg bij Ikon Allah FA en gaf hem een contract tot eind 2029. Zijn waarde op Transfermarkt staat momenteel nog op 100.000 euro, maar dat cijfer is intussen compleet achterhaald door de grote hype die er rond hem hangt. AIK wist perfect wat het binnenhaalde. Scoutingchef Fredrik Wisur Hansen omschreef hem als een speler met versnelling, korte techniek, lef in de één-tegen-één en een fijne linkervoet. Hij kan zowel op de flank als centraal uit de voeten.
Dat is ook iets wat je in de beelden van hem ziet: geen flankspeler die gewoon breed blijft, maar iemand die zijn man opzoekt, naar binnen snijdt en iets wil forceren. Soms wat overmoedig, speelt met lef, maar net dat maakt hem aantrekkelijk. Zijn start in Zweden was niet vanzelfsprekend. Hij speelde weinig, soms zelfs op vreemde posities. Buiten het veld noemt hij zichzelf verlegen, maar op het veld verandert dat volledig. “Ik hou van dribbelen” en “ik hou van goals maken”, zei hij. Dat is eigenlijk de perfecte samenvatting van zijn stijl: direct, aanvallend, risico’s nemend.
Zijn echte doorbraak kwam dit voorjaar. In de beker maakte hij indruk en scoorde hij twee keer tegen Häcken, waarna SVT-analist Magnus Eriksson hem prees voor zijn “enorme kwaliteiten”. In de competitiestart tegen Halmstad besliste hij zelf de match met de 2-1 en werd hij uitgeroepen tot beste man op het veld. Zijn uitleg achteraf was simpel en verklaarde waar zijn spel om draait: “Ik hou van dribbelen, dus ik probeerde dat gewoon te doen en daarna te schieten.” Hij denkt vooruit, zoekt zijn tegenstander op en heeft weinig schrik om de actie zelf af te maken.
‘Nieuwe Yamal’? Die vergelijking jaagt prijs omhoog
De data maakten de hype alleen groter. Fotbollskanalen meldde dat hij tegen Halmstad elf geslaagde dribbels had. Analist Ola Lidmark Eriksson van TV4 noemde het “Messi keer twee” — zwaar overdreven, maar het punt was duidelijk: zulke cijfers zie je bijna nooit. Halmstad-verdediger Rami Kaib zei het nog beter bij TV4: “Het voelt alsof hij altijd wel een manier vindt om voorbij je te raken.”
Bij AIK hoor je telkens dezelfde woorden. Doelman Kristoffer Nordfeldt sprak over een “extreme x-factor”. Amel Mujanic denkt dat hij “een van de besten van de competitie” kan worden. Taha Ayari en Kevin Filling vergeleken hem zelfs met Lamine Yamal: linksvoetig, van rechts naar binnen, moeilijk te lezen. Dat is natuurlijk overdreven, maar het toont hoe opvallend zijn profiel is. Dat is exact het soort winger waar verdedigers een hekel aan hebben en scouts net gek van worden.
Olivier Plancke