Rudi Garcia overweegt een opvallende comeback bij de Rode Duivels. Het gaat om een speler die al jaren wordt gezien als topmateriaal, maar die tegelijk een van de moeilijkste dossiers van deze generatie blijft.
LEES OOK: 'Plan Chelsea met Lavia bekend'
Lavia blijft het moeilijkste dossier van GarciaRoméo Lavia blijft een van de meest fascinerende dossiers richting het WK van 2026. Niet omdat iemand nog twijfelt aan zijn voetballende klasse, wel omdat bij de Rode Duivels steeds nadrukkelijker dezelfde vraag terugkeert: kan Rudi Garcia het zich veroorloven om op zo’n fragiel profiel te gokken? Lavia wordt door trainers, analisten en media al langer omschreven als een middenvelder van topniveau, maar in het debat over zijn WK-kansen weegt momenteel één element zwaarder door dan al de rest: beschikbaarheid.
Waarom Lavia bij de Duivels zo’n groot risico is
Dat spanningsveld wordt nog groter door de situatie op het Belgische middenveld. Sinds zijn eerste selectie in maart 2025 riep de bondscoach al negen verschillende middenvelders: Kevin De Bruyne, Bryan Heynen, Jorthy Mokio, Nicolas Raskin, Youri Tielemans, Hans Vanaken, Mathias Vanhoutte, Amadou Onana en Axel Witsel. Le Soir stelt dat, als er geen blessures zijn, zes namen in principe vast lijken te staan: De Bruyne, Tielemans, Vanaken, Onana, Raskin en Witsel. Dat betekent dat spelers als Lavia, Nathan De Cat en Mandela Keita zich in een zone bewegen waar de concurrentie bijzonder zwaar is en waar elk risico dubbel wordt gewogen.
Hein Vanhaezebrouck verwoordde het begin dit jaar in Het Nieuwsblad misschien nog het scherpst vanuit puur sportief oogpunt: “Op het middenveld baden we sowieso in luxe: Tielemans, Vanaken, De Bruyne, Raskin, Onana… Eigenlijk is Roméo Lavia onze beste middenvelder, maar hij is geblesseerd.” Dat vat de paradox van zijn dossier perfect samen. In talent en profiel hoort hij volgens Vanhaezebrouck eigenlijk bovenaan thuis. In realiteit zit hij door zijn lichaam en gebrek aan ritme nog altijd problematisch.

Ook andere analisten en waarnemers erkennen dat pure talent, maar koppelen dat bijna automatisch aan een waarschuwing. Toen Franky Van der Elst en Vanhaezebrouck in november hun voorlopige WK-selectie samenstelden, plaatste Van der Elst Lavia wel bij de kandidaten, maar met duidelijke reserves. “Lavia is natuurlijk ook een kandidaat, maar wanneer gaat die nog eens sjotten? Ik zie ook wel dat die goed is, maar als hij maar af en toe speelt, kan je dat risico niet nemen.” Vanhaezebrouck zat op dezelfde lijn, al klonk hij iets voorwaardelijker: “Lavia zet ik erbij, maar dan wel onder de voorwaarde dat hij dit seizoen nooit meer geblesseerd is. Anders is het risico veel te groot op zo’n WK.”
Marc Degryse was in Het Laatste Nieuws zelfs nog harder. In een debat over Nathan De Cat en de concurrentie op het Belgische middenveld schoof Sven Kums nog de naam van Lavia naar voren, maar Degryse kapte dat meteen af. “Maar die zal niet fit zijn. Dat durf ik je op een papiertje geven.” Even later werkte hij dat verder uit: “Lavia heeft de afgelopen drie jaar bij Chelsea amper dertig wedstrijden gespeeld. Zo iemand kan je toch niet meenemen naar het WK? Hoe goed hij ook mag zijn. Voor een WK moet je topfit zijn.” Kums probeerde nog nuance te brengen met “Maar als ie fit is...”, waarna Vincent Mannaert bevestigde dat fysieke paraatheid “inderdaad kan meespelen bij het maken van de finale selectie”.
Lavia blijft sukkelen, maar duikt weer op
Die voorhistoriek is essentieel om zijn huidige positie bij de Rode Duivels te begrijpen. Sinds zijn overstap naar Chelsea kwam Lavia in ruim tweeënhalf jaar nauwelijks aan een volwaardig ritme toe. Het Nieuwsblad beschreef zijn traject als een verhaal van geblesseerd uitvallen en opstaan, om wat later opnieuw uit te vallen. In 2,5 jaar kwam hij niet verder dan 33 wedstrijden in West-Londen en miste hij al bijna honderd wedstrijden sinds zijn komst naar de club. Dat verklaart meteen waarom hij ondanks zijn status als toptalent nog altijd maar één cap achter zijn naam heeft staan bij de Rode Duivels.
Toch is er de voorbije weken opnieuw wat beweging gekomen in dat dossier. Na zijn revalidatie en een comeback bij de beloften van Chelsea maakte Lavia weer minuten in het eerste elftal. Dat leidde meteen tot positieve reacties. Liam Rosenior zei na zijn terugkeer tegen Arsenal: “Hij viel in en liet zien wat hij in zijn mars heeft. Hij speelde op erg hoog niveau.” Even later noemde Rosenior hem ook “echt een topspeler” en zei hij dat Lavia “dicht bij een basisplaats staat” en “een uitzonderlijke voetballer” is.

Na zijn comeback worden de technische kwaliteiten die hem zo uitzonderlijk maken opnieuw duidelijk: doordraaien onder druk, een man uitspelen, het spel versnellen, het tempo aanvoelen. Dat zijn net eigenschappen die voor België op WK-niveau van grote waarde kunnen zijn. Alleen is dat op dit moment nog een theoretische vaststelling, omdat de praktijk telkens onderbroken werd door nieuw blessureleed. Voor Garcia maakt dat de afweging delicaat. De bondscoach kan de kwaliteit van Lavia moeilijk negeren, maar hij ziet ook de hiërarchie die intussen gegroeid is.
Terwijl Lavia telkens weer moest afhaken, bouwden anderen krediet op in de campagne en in de rotatie van Garcia. Dat verklaart waarom een speler met zijn profiel vandaag nog altijd eerder als outsider dan als vaste WK-kandidaat wordt bekeken. Zelfs in de stukken die positief zijn over zijn comeback blijft de formulering voorzichtig. Het Laatste Nieuws noemde het onlangs “nu of nooit” met het oog op het WK.
Garcia moet beslissen: gokt hij toch op Lavia?
Zo komt alles uiteindelijk weer bij Lavia uit. Van alle namen in de marge van het vaste middenveld heeft hij wellicht het hoogste plafond en de grootste potentie om een verschil te maken op WK-niveau. Dat is ook waarom hij in analyses zo hardnekkig blijft terugkeren. Vanhaezebrouck noemt hem in theorie zelfs de beste middenvelder van België. Rosenior spreekt over een uitzonderlijke voetballer. Belgische media blijven zijn kwaliteiten beschrijven met woorden als topspeler, indrukwekkend en hoopgevend.

Maar precies daardoor wordt zijn dossier ook zo ongenadig. Wie zo hoog wordt ingeschat, wordt beoordeeld op de vraag of hij beschikbaar is wanneer het echt telt. En daar zit voorlopig nog altijd de grootste twijfel. Lavia is voor de Rode Duivels tegelijk een enorme opportuniteit en een groot risico. Als hij de komende maanden fit blijft, minuten opstapelt en ritme vindt, kan hij Garcia alsnog verleiden tot een moeilijke maar sportief verdedigbare keuze. Als hij opnieuw uitvalt, is het debat in feite meteen voorbij. Dan blijft hij wat hij de voorbije jaren te vaak is geweest: misschien wel een sleutelspeler in kwaliteit, maar geen speler op wie je een WK-plan kunt bouwen.
Olivier Plancke