Anderlecht heeft met Jérémy Taravel tijdelijk duidelijkheid geschapen op de bank. De Fransman overbrugt tot het einde van dit seizoen als hoofdcoach, terwijl paars-wit achter de schermen gewoon verder zoekt naar een nieuwe coach voor volgend seizoen én een nieuwe technisch directeur. Die dubbelslag moet mee bepalen hoe de club er vanaf de zomer zal uitzien, met CEO Kenneth Bornauw als grote aanjager
LEES OOK: Anderlecht-soap níét voorbij: nieuwe trainer na seizoen?
Waarom alle ogen nu op Bornauw gericht zijnNa het vertrek van Wouter Vandenhaute koos Marc Coucke ervoor om de macht anders te organiseren. Kenneth Bornauw keerde terug als algemeen CEO, Michael Verschueren werd voorzitter. Coucke wilde daarmee breken met de vorige periode en alle overblijfselen van het Vandenhaute-tijdperk wegwerken. In die context is Bornauw meer dan een manager. Hij is een vertrouweling van Coucke én een sleutelfiguur in de herschikking van de clubtop.
In zijn eerste passage bij Anderlecht hield Bornauw zich destijds afzijdig van transfers en zuivere sportieve dossiers. Zelf zei hij daarover in Het Nieuwsblad: “Ik ben een voetballiefhebber, maar noem mezelf geen grote voetbalkenner”. In die rol viel hij vooral op door zijn commerciële en organisatorische werk. Anderlecht bleef, ondanks sportieve terugval, een sterke businessmachine. Het Lotto Park bleef vollopen, de abonnementenformule werd gemoderniseerd, de matchbeleving werd opgewaardeerd en de club behield extrasportief een topimago. Daar toonde Bornauw oorspronkelijk zijn meerwaarde: in structuur, strategie en uitvoering.

Tegelijk blijkt uit meerdere getuigenissen dat zijn profiel intern altijd breder werd ingeschat dan dat van een klassieke commerciële manager. Een ex-medewerker omschreef hem in Het Nieuwsblad als iemand bij wie “dat strategisch denken gewoon in Kenneth zit”. Diezelfde bron benadrukte ook zijn stijl: rustig, analytisch, vertrouwen gevend aan medewerkers, luisterend. Dat beeld keert vaak terug. Bornauw wordt niet neergezet als een man van impuls, maar als een manager die eerst structuur zoekt en daarna beslissingen neemt.
Precies daarom botste het destijds met Vandenhaute. Volgens Het Nieuwsblad houdt Bornauw van standvastigheid en people management, terwijl het bij Vandenhaute geregeld aan koersvastheid ontbrak. Zijn terugkeer, meteen nadat Vandenhaute weg was, was daarom veelbetekenend. Ditmaal keerde hij ook niet terug als CEO non-sports, maar als algemeen CEO, dus met de dagelijkse leiding over sportieve én niet-sportieve dossiers. Het betekent dat Bornauw niet langer enkel de randvoorwaarden bewaakt, maar ook mee de inhoudelijke richting bepaalt.
Zo werden coach en TD één grote puzzel
Dat is vandaag concreet zichtbaar op meerdere terreinen tegelijk. Eerst en vooral is er de trainerskwestie. Na het ontslag van Hasi gaf Bornauw zelf toe dat de volgorde eigenlijk anders had moeten zijn. “Idealiter doe je die zaken in een andere volgorde”, zei hij in Het Laatste Nieuws, verwijzend naar het feit dat een club normaal eerst een sportieve directeur aanstelt en pas daarna een trainer kiest. Maar de crisis duwde Anderlecht in een omgekeerd scenario. De coach was urgent, de structuur moest volgen. Bornauw werd daardoor vanzelf de centrale figuur in de zoektocht naar een nieuwe trainer.
De trainerskwestie is bij Anderlecht voorlopig opgevangen met de bevestiging van Jérémy Taravel tot het einde van dit seizoen. Daarmee heeft de club tijd gekocht, maar de echte zoektocht is niet verdwenen. Anderlecht blijft immers op zoek naar een nieuwe hoofdcoach voor volgend seizoen, terwijl ook het dossier van de nieuwe technisch directeur nog openligt. De tijdelijke oplossing op de bank verandert dus niets aan de nood aan een bredere sportieve hertekening.
Net daarin wordt de rol van Kenneth Bornauw nog belangrijker. De keuze om Taravel voorlopig aan boord te houden, zorgt voor rust op korte termijn, maar schuift de fundamentele beslissingen alleen door naar de zomer. Anderlecht moet nog altijd bepalen welke coach het project op langere termijn moet dragen en hoe die past binnen de nieuwe sportieve structuur. Daardoor blijft ook het dossier van de technisch directeur cruciaal, omdat beide benoemingen inhoudelijk nauw met elkaar verbonden zijn.

Daarnaast stuurt hij het dossier van de nieuwe sportieve directeur of technisch verantwoordelijke aan. Ook daar gaat het niet enkel om een naam zoeken, maar om een functiedefinitie. Volgens Le Soir wil Anderlecht expliciet af van het model van de almachtige sportief directeur. De nieuwe figuur wordt een operationele manager dicht bij ploeg en staf, terwijl beslissingen breder ingebed worden in een kern met Tim Borguet, David Verwilghen, Thibault Dochy en Bornauw zelf. Le Soir stelde het scherp: de nieuwe directeur krijgt niet de volledige leiding over de club.
Bornauw is dus niet de man die wacht op een nieuwe sportief directeur om daarna een stap terug te zetten. Hij helpt net het model ontwerpen waarbinnen die nieuwe TD straks moet functioneren. Dat verklaart ook waarom de zoektocht via een headhunter loopt. Bornauw wil niet alleen een naam, maar een profiel. L’Avenir schreef dat Anderlecht eerst cruciale elementen wilde vastleggen, waaronder de precieze rol van de nieuwe aanwinst en hoe hij in een gestructureerde omgeving geïntegreerd kon worden. Dat is typisch Bornauw: eerst het organigram, dan de invulling. Eerst het kader, dan de naam.
Ook achter de schermen stapelen de knopen zich op
Een derde dossier zijn de contractonderhandelingen. In Het Nieuwsblad wordt uitdrukkelijk vermeld dat Bornauw zich buigt over nieuwe verbintenissen. Dat gaat van de aankoopopties van Mihajlo Ilic of Moussa Diarra. En de contracten ervaren spelers als Thorgan Hazard en Colin Coosemans tot goudhaantjes als Nathan De Cat. Dat laatste dossier is veelzeggend. Het Nieuwsblad meldde dat Bornauw de touwtjes in handen genomen heeft in het dossier-De Cat, in een periode zonder sportief directeur. Daar speelt ook zijn relatie met makelaarswereld en vertrouwenspersonen mee. De belangen van De Cat worden behartigd door Stijn Francis, die ook Sebastiaan Bornauw begeleidt.

Een vierde dossier is de interne machtsverdeling. Een terugkerend thema is de bestuurlijke onduidelijkheid van Anderlecht. Le Vif beschreef een club waar niemand weet wie de baas is, terwijl L’Avenir opmerkte dat zelfs makelaars niet goed wisten wie ze moesten bellen om een speler aan te bieden. Het is exact het probleem dat Bornauw nu moet oplossen. De nieuwe structuur met Borguet als CSO, Verwilghen voor scouting en recruitment, Dochy voor financiële en contractuele zaken en een toekomstige technische manager voor het dagelijkse sportieve beheer, staat of valt met heldere lijnen. Bornauw is daarin de eindverantwoordelijke boven de compartimenten.
Bij Anderlecht ligt nu elke zet onder vergrootglas
Net daardoor wordt hij vandaag op een terrein beoordeeld waarop bij Anderlecht elk detail uitvergroot wordt. Dat bleek ook in het dossier rond Antoine Sibierski. In Het Nieuwsblad vertelde Renard hoe Bornauw hem in zijn kantoor een WhatsApp-bericht van Michael Verschueren voorlas: “Oli, Michael heeft me net een ideaal profiel gestuurd, volgens hem ken je hem misschien.” Toen Bornauw de naam van Sibierski noemde, reageerde Renard scherp: “Kenneth, ik denk dat het voor hem moeilijk zal zijn om onze ploeg te versterken, aangezien hij maar vijf jaar ouder is dan ik. En dat hij een optie is om míj op te volgen...”.
Die passage was pijnlijk voor Anderlecht, omdat ze blootlegde hoe dun de lijn is tussen bestuurlijke regie en sportieve geloofwaardigheid. Bornauw staat boven de sportieve hertekening, maar wordt intussen wel afgerekend alsof hij zelf de klassieke voetbalman moet zijn. Toch mag zijn voetbalkennis niet worden onderschat. Het Nieuwsblad nuanceerde expliciet het beeld van de manager zonder sportieve bagage. Peter Smeets zei daarover: “Ik zou zijn voetbalkennis niet onderschatten”.

Bornauw volgde jarenlang zijn zoon Sebastiaan bij de jeugd van Anderlecht, hield contact met ex-jeugdtrainers en ging later vaak kijken in de Bundesliga en de Premier League, waar Sebastiaan bij FC Köln, Wolfsburg en Leeds speelde. Volgens Smeets weet Bornauw daardoor precies hoe hoog de lat moet liggen bij Anderlecht. Dat maakt hem nog altijd geen klassieke voetbalman, maar wel iemand die de cultuur, de norm en de vereisten van een topclub begrijpt.
Met deze dubbelslag wil paars-wit alles resetten
Bornauw moet Anderlecht niet zelf trainen, niet zelf scouten en niet zelf de transferlijst opstellen. Zijn opdracht is zwaarder en abstracter: een sportieve besluitvorming bouwen die minder afhankelijk is van één figuur, minder vatbaar is voor interne chaos en meer continuïteit biedt dan in de voorbije jaren. De bevestiging van Taravel tot het einde van het seizoen geeft de club wat ademruimte, maar verandert niets aan de essentie: Anderlecht moet tegen de zomer nog altijd twee sleutelkeuzes maken, met een nieuwe coach en een nieuwe technisch directeur als fundament van de volgende fase.

Bornauw wordt afgerekend op sportieve keuzes, zonder zelf als pure sportman te zijn opgeleid. Maar net daarin schuilt zijn belang voor deze fase van de club: hij moet geen nieuwe Michel Verschueren zijn, wel de man die ervoor zorgt dat Anderlecht eindelijk ophoudt afhankelijk te zijn van het volgende toevallige sterke profiel. Na jaren van wisselende trainers, sportief directeurs en machtsveranderingen probeert de club via Bornauw een nieuw evenwicht te vinden tussen voetbalinhoud en bestuurlijke controle.
Olivier Plancke