Jean Kindermans is al maanden hét symbooldossier bij Anderlecht, maar een doorbraak blijft nog altijd uit. Paars-wit wil zijn jeugdarchitect terughalen, alleen botst die comeback volop op Antwerp FC en de rol van Paul Gheysens. Zo groeit een dossier dat eigenlijk rust moest brengen steeds meer uit tot een nieuwe farce.
LEES OOK: 'Antwerp schrikt: RSCA-comeback Kindermans krijgt vorm'
Heel Anderlecht kijkt naar één naamJean Kindermans is al weken, eigenlijk al maanden, een van de meest terugkerende namen rond Anderlecht. De comeback van de voormalige sterke man van Neerpede is geen loos gerucht meer in het geruchtencircuit, maar ze is uitgegroeid tot een dossier dat openlijk besproken wordt, door clubwatchers, oud-spelers, analisten en media in binnen- en buitenland. Alleen is er op vandaag nog altijd geen definitief akkoord. Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws omschreven de terugkeer één maand geleden als een zeer concreet dossier, die zich in de laatste rechte lijn zou bevinden, maar telkens met dezelfde waarschuwing erbij: er moet nog een regeling worden getroffen met Antwerp, waar Kindermans onder contract ligt tot 2029.
Iedereen lijkt al lang te weten waar dit naartoe zou moeten gaan. Anderlecht heeft vandaag drie belangrijke vacatures, met naast de hoofdcoach en technisch directeur ook een open positie boven Neerpede. Voor die laatste functie gold Kindermans als de gewenste kandidaat. Waarom Anderlecht zo nadrukkelijk bij hem uitkomt, hoeft nauwelijks uitleg. Kindermans is voor een groot deel verbonden met het moderne imago van Neerpede. In het officiële afscheidsstuk van RSCA uit november 2023 werd hij omschreven als de “drijvende kracht achter een van de beste academies ter wereld”.

De club herinnerde eraan dat onder zijn leiding de jeugdopleiding uitgroeide tot een Europese referentie en dat vanaf Romelu Lukaku seizoen na seizoen talenten doorstroomden naar de eerste ploeg. Het Laatste Nieuws noemde hem in februari dan weer expliciet de architect achter de jeugdwerking van paars-wit. Dat soort formuleringen verklaart waarom zijn naam niet zomaar in een lijstje met kandidaten opduikt, maar telkens bovenaan belandt zodra Anderlecht over identiteit, jeugd en toekomst praat.
Oud zeer zet paars-wit weer onder hoogspanning
Tegelijk maakt net dat verleden de zaak politiek beladen. De mogelijke terugkeer van Kindermans is niet alleen een sportief dossier, maar ook een symbooldossier. Zijn vertrek uit Anderlecht werd destijds ervaren als een breuk met het klassieke Neerpede-verhaal. La Dernière Heure schreefdat Kindermans zich door voormalig voorzitter Wouter Vandenhaute buitengesloten voelde. Het Laatste Nieuws herinnerde eraan dat hij drie jaar geleden onder het bewind van Vandenhaute zijn C4 kreeg. De huidige beweging richting een comeback wordt daarom onvermijdelijk gelezen als meer dan een personeelswissel: het is ook een poging om een oud conflict te herstellen en een fout uit het recente verleden recht te zetten. Dat is exact waarom de zaak in en rond Anderlecht zo gevoelig ligt.

Die gevoeligheid werd ook expliciet benoemd door buitenstaanders. Hugo Broos was in Het Nieuwsblad bijzonder hard: “Ik denk dat Constant Vanden Stock zich al een paar keer heeft omgedraaid in zijn graf. Neem nu Jean Kindermans. Dat je hem ontslaat als jeugdcoördinator en vervolgens toch weer wil binnenhalen: dat is toch dramatisch beleid? Dat is toch lachwekkend?” Ook Frank Buyse legde in De Zondag de vinger op die wonde. Hij schreef over het “heen en weer” bij Anderlecht, over de tweestrijd van de ego’s tussen Marc Coucke en Wouter Vandenhaute, en over het “populistisch geflirt” van Coucke met onder meer Lukaku, Michel Verschueren junior en nu opnieuw Kindermans.
Lukaku duwt, maar Gheysens houdt de deur dicht
Eind januari meldde Het Nieuwsblad al dat Anderlecht oude tijden wil laten herleven en dat een terugkeer van Kindermans als Hoofd Jeugdopleiding op tafel lag. De krant wees erop dat er zeker contact was geweest tussen bestuurders van Anderlecht en Kindermans, en dat vooral Romelu Lukaku hard op een comeback aandrong. La Dernière Heure zat op dezelfde lijn en meldde dat Lukaku beide partijen richting een akkoord duwde. Dat paste ook in een bredere machtsverschuiving binnen de club. Marc Coucke had eerder al gezegd dat veel ideeën op Anderlecht “van Romelu komen en zullen blijven komen”. In dat klimaat werd de naam Kindermans steeds meer een logische volgende stap in het herstel van het oude Anderlecht-gevoel.
Alleen botste die logica meteen op de realiteit van Antwerp. Kindermans stapte daar niet binnen als een vrijblijvende adviseur, maar als een sleutelfiguur in een langetermijnproject. Antwerp haalde hem binnen met een contract tot 2029 om zijn jeugdwerking hoger te tillen, zowel sportief als zakelijk. In de clubambities draaide dat expliciet om doorstroming naar de eerste ploeg én om financiële meerwaarde via eigen opgeleide spelers. Met andere woorden: Kindermans werd in Deurne-Noord niet enkel gezien als een naam, maar als een investering in een businessmodel. Dat maakt het logisch dat Antwerp hem niet zomaar laat vertrekken.

Het Laatste Nieuws begin februari dat de Anderlecht-top en Kindermans samen hadden gezeten om de details van een terugkeer te bespreken, maar voegde er meteen aan toe dat de deal nog niet beklonken was. L’Avenir meldde dat Kindermans enthousiast was over een terugkeer naar huis, maar eveneens dat er nog geen overeenkomst met Antwerp was bereikt. Volgens die krant wilden beide clubs zelfs wachten tot na de return van de bekerhalve finale om de onderhandelingen af te ronden. Het Nieuwsblad gebruikte haast dezelfde bewoordingen: de comeback was volop in gang gezet, maar de onderhandelingen met Antwerp waren “niet de makkelijkste”. De teneur was overal dezelfde: Anderlecht wilde, Kindermans leek open te staan voor een terugkeer, maar niemand raakte voorbij het obstakel Antwerp.
Antwerp laat dit prestigegevecht niet zomaar los
Dat obstakel is niet louter financieel, maar ook inhoudelijk. In een interview met Het Laatste Nieuws medio december zei Kindermans zelf: “Ik voel me oprecht gelukkig in Antwerpen.” Hij wees op namen als Xander Dierckx, Youssef Hamdaoui en Semm Renders die op de deur van de eerste ploeg kloppen, en maakte tegelijk duidelijk dat Antwerp nog niet op het niveau zit van Anderlecht, Club Brugge en Genk, onder meer door de lagere middelen voor de jeugdwerking. Over een mogelijke terugkeer naar Brussel hield hij de deur op een kier zonder ze open te duwen. “Ik heb een contract tot 2029 en ben volledig toegewijd aan Antwerp”, klonk het formeel.
Maar meteen daarna volgde ook deze veelzeggende zin: “Ik heb Anderlecht niet verlaten; ik verliet een club die niet meer leek op het échte Anderlecht. Vandaag zie ik dat paars-wit weer zichzelf aan het worden is.” Dat is geen bevestiging, maar ook geen sluiting van het dossier. Integendeel: het voedt precies de dubbelzinnigheid die dit verhaal al weken in leven houdt.

Ook aan Antwerpse kant was te horen dat men hem liever niet zag vertrekken. Geert Emmerechts zei in Het Nieuwsblad: “Iedereen hoopt dat Jean Kindermans hier aan boord blijft en op korte termijn niet terugkeert naar Anderlecht.” Hij koppelde daar meteen de inhoudelijke reden aan vast: “Hij levert uitstekend werk als Hoofd Jeugdopleiding, want dankzij zijn netwerk is de Antwerpse jeugd aan een inhaalrace bezig tegenover Club Brugge, Anderlecht en Genk.”
De recente passage in Sjotcast sluit daar naadloos op aan. Jürgen Geril vertelde hoe hij Kindermans toevallig tegen het lijf liep en hem polste naar zijn toekomst. “Rooskleurig”, antwoordde Kindermans. Waarop Geril terugkaatste: “rood- of paarskleurig?” Volgens de RSCA-watcher werd het toen een beetje ongemakkelijk. Kindermans wilde niet diep ingaan op de onderhandelingen en zei dat er nog niks officieel rond was. Het enthousiasme is voelbaar, de richting lijkt duidelijk, maar zodra het concreet moet worden, komt hetzelfde antwoord terug: nog niet officieel, nog geen deal, nog wachten.
Olivier Plancke