Marc Coucke zegt dat hij zich niet met de sportieve keuzes van Anderlecht bemoeit. Maar door de structuur, de druk en de financiële krijtlijnen te bepalen, blijft hij wel de man die alles mee stuurt. En net daar loopt het in Neerpede opnieuw grondig mis.
LEES OOK: Marc Coucke kiest plots voor een totaal ander verhaal
Coucke blijft de man die alles uittekentMarc Coucke zegt dat hij zich niet met de sportieve keuze van Anderlecht bemoeit, maar tegelijk is het net hij die de lijnen uitzet waarbinnen die keuzes gemaakt worden. Dat spanningsveld is momenteel duidelijk zichtbaar, op een moment dat Anderlecht opnieuw in een bestuurlijke en sportieve crisis belandt. Coucke wil niet de man zijn die de coach aanduidt, niet de sportief directeur die spelers kiest, en ook niet de voorzitter die elke dag op de voorgrond treedt. Maar als het over de grote lijnen gaat, komt men in Neerpede uiteindelijk toch telkens weer bij hem uit.
In De tafel van Gert stelde hij expliciet dat hij zich niet zou mengen in de keuze van een trainer. “Vanaf het moment dat het concreet wordt, dat het sportief wordt, dan hou ik mij er extreem buiten. Ik ga me dus niet moeien met welke coach het wordt. Maar als het gaat over structuur, verwachtingspatroon of financiële evenwichten, dan heb ik wel mijn toegevoegde waarde” Coucke trekt een grens tussen de zuiver sportieve beslissing en de randvoorwaarden errond. Alleen zijn die randvoorwaarden in een topclub zelden neutraal.
Wie de structuur bepaalt, beslist mee wie macht krijgt. Wie het verwachtingspatroon vastlegt, beïnvloedt de druk op trainers en bestuurders. Wie de financiële evenwichten bewaakt, bepaalt welke profielen haalbaar zijn en welke niet. Formeel blijft Coucke dan buiten de trainerskeuze, maar in de praktijk bepaalt hij wel het kader waarbinnen die keuze gemaakt moet worden.

Die positie is niet nieuw. Sinds zijn overname van Anderlecht eind 2017 is Coucke nooit een klassieke, afstandelijke aandeelhouder geweest. Zelfs in periodes waarin hij aangaf meer op de achtergrond te blijven, bleef hij de centrale figuur. Eind december zei hij in VTM NIEUWS dat hij “tegen [zijn] nature in” op de achtergrond was gebleven om met veel mensen te spreken en van daaruit een nieuwe structuur uit te tekenen. “Met Michael [Verschueren] als voorzitter en Kenneth [Bornauw] als CEO. Het is aan hen om de club te runnen.” Tegelijk voegde hij eraan toe dat hij vertrouwen had dat “die mix nu beter is.”
Maar tegelijk was het ook Coucke die die topstructuur zelf mee uitdokterde, die met veel mensen sprak en die na het vertrek van Vandenhaute opnieuw de sleutels van de club steviger in handen kreeg. Het Laatste Nieuws schreef zelfs expliciet dat Coucke voor het eerst in vijf jaar weer zelf de belangrijkste posities in het organogram kon invullen.
Neerpede davert door oude fouten
In de praktijk blijft de legitimiteit van die structuur sterk afhangen van Couckes keuze en vertrouwen. Dat verklaart ook waarom zijn rol moeilijk los te koppelen valt van de voortdurende instabiliteit binnen Anderlecht. Verschillende analisten en commentatoren merken telkens hetzelfde patroon op: niet één verkeerde beslissing, maar een opeenstapeling van wissels en koerswijzigingen. Hans Vandeweghe verwoordde dat in HUMO scherp: “Sinds het aantreden van Marc Coucke bij Anderlecht, nu bijna tien jaar geleden, is het eigenlijk nooit meer rustig geweest bij de club.”
Volgens hem heeft dat niet alleen te maken met de veranderde transferrealiteit in het moderne voetbal, maar ook met de volatiliteit onder Coucke. Hij wees op eerdere keuzes rond trainers en bestuur, en concludeerde: “Er zijn heel veel slechte beslissingen genomen die nefast zijn voor het belangrijkste dat een club moet hebben: stabiliteit. En die is volledig weg bij Anderlecht”. Die analyse sluit aan bij wat ook elders terugkomt.
In Het Nieuwsblad van werd gesteld dat de nieuwe directie nu wel alle verantwoordelijkheid naar zich toe trekt, maar tegelijk werd de vraag opgeworpen of bekwame zakenmannen ook voldoende voetbalverstand hebben. De krant wees erop dat de logica eigenlijk zou zijn om eerst een nieuwe sportief directeur aan te stellen en pas daarna een coach te kiezen, maar dat Anderlecht opnieuw de omgekeerde volgorde leek te volgen. Ook daar zit dezelfde ondertoon in: de formele structuur oogt misschien rationeel, maar de uitvoering blijft reactief en onzeker.

Bij Sudinfo werd die institutionele verwarring nog scherper benoemd. Daar klonk het dat Coucke, Michael Verschueren en Kenneth Bornauw “Football Manager in de willekeurige modus” lijken te spelen. De kritiek was dat Anderlecht eerst een coach zocht voordat ze überhaupt de moeite hebben genomen om degene te vinden die hem theoretisch gezien zou moeten kiezen. Volgens die analyse stond de hiërarchische piramide op zijn kop. Net daar wordt zichtbaar hoe weinig Coucke zich in werkelijkheid kan permitteren om helemaal afzijdig te blijven. Als de structuur scheef zit, is dat immers precies zijn terrein.
In RTBF noemde Stephan Streker de situatie een grote farce en viseerde hij rechtstreeks Coucke. Volgens Streker gedraagt de eigenaar zich te vaak als een influencer in plaats van als een verantwoordelijke clubeigenaar. Filip Joos schreef in De Standaard dat het beleid van Coucke ongekend amateuristisch oogt. Beide commentaren verschillen in toon, maar raken dezelfde kern: Coucke probeert zich geregeld boven het operationele gewoel te plaatsen, terwijl zijn zichtbaarheid en zijn rol als beslissende eigenaar hem daar telkens weer middenin trekken.
Op afstand? Zijn schaduw hangt overal
Nochtans presenteert Coucke zichzelf net als iemand die over structuur en langetermijn waakt. In zijn verklaringen koppelt hij zijn rol consequent aan die hogere laag: niet de naam van de coach, wel het model errond. Maar de praktijk van de voorbije maanden maakt het moeilijk om die twee zuiver te scheiden. Wanneer een eigenaar niet beslist wie trainer wordt, maar wel beslist dat eerst een trainer moet komen en pas daarna een sportief directeur, dan beïnvloedt hij alsnog rechtstreeks de sportieve koers.
De vraag is dan ook niet of Coucke zich inhoudelijk met alles bemoeit, maar of Anderlecht ooit echt kan functioneren zonder dat zijn schaduw over elk groot dossier hangt. De voorbije jaren wijzen eerder in de omgekeerde richting. Sinds zijn overname passeerden al een rist sportieve directeurs — van Luc Devroe over Michael Verschueren, Frank Arnesen, Peter Verbeke, Jesper Fredberg tot Olivier Renard — en nog meer trainers (16). Dat is een bestuursstijl die structureel onrust produceert.

Hans Vandeweghe zei in HUMO dat het sinds het aantreden van Coucke eigenlijk nooit meer rustig geweest is bij de club. Volgens hem zijn er heel veel slechte beslissingen genomen en is vooral stabiliteit verdwenen. Johan Boskamp was in HUMO nog directer: sinds Coucke de club overnam, is het alleen maar erger geworden. Frank Boeckx zei in de HLN-podcast dat het lijkt alsof niemand nog bij mijn Anderlecht wil zijn en dat het oude familiegevoel in de club is weggegleden. Marc Degryse zei in Het Laatste Nieuws dat Coucke de stabiliteit nog altijd niet gevonden heeft.
Anderlecht raakt niet los van Coucke
Tegelijk probeert hij de club ook symbolisch opnieuw groter te maken. Michael Verschueren zocht zichtbaar contact met Kompany in München, terwijl Coucke eerder al nadrukkelijk optrad rond Lukaku. De achterliggende strategie is duidelijk: Anderlecht opnieuw verbinden met clubiconen en Europese uitstraling. Ook dat maakt zijn rol dubbel. Aan de ene kant wil hij geen sportieve micromanager zijn. Aan de andere kant is hij wel sterk aanwezig in het bredere verhaal dat de club over zichzelf vertelt: over identiteit, grandeur, ambities en toekomst. Zelfs daar loopt dus opnieuw een belangrijke lijn via hem.
Marc Coucke is niet de trainer van Anderlecht. Hij is ook niet de sportief directeur. Hij onderhandelt niet noodzakelijk zelf met kandidaten en stelt de ploeg niet op. Maar hij is evenmin een passieve aandeelhouder die enkel vanop afstand toekijkt. Hij bepaalt wie het organogram vormt, welke volgorde prioriteiten krijgen, hoe hoog de lat ligt en waar de financiële grens loopt. In een club die al jaren worstelt met stabiliteit, maakt dat van hem automatisch de meest bepalende figuur.

Precies daarom blijft Coucke, ook wanneer hij afstand benadrukt, de centrale figuur in elk ernstig debat over Anderlecht. Niet omdat hij elke sportieve keuze zelf maakt, wel omdat vrijwel elke grote keuze gemaakt wordt binnen een kader dat door hem is uitgezet. Zijn invloed zit minder in de laatste handtekening onder een trainerscontract dan in de machtslijnen die eraan voorafgaan. En zolang Anderlecht geen stabiel model vindt dat overeind blijft, zal die paradox blijven bestaan: Coucke wil op afstand blijven, maar zit uiteindelijk toch overal in.
Olivier Plancke