Antwerp praat met externe investeerders: het staat nu zwart op wit in de jongste financiële publicaties. Er ligt zelfs al een niet-bindend bod op tafel en een intentieverklaring van een tweede partij. De grote vraag op de Bosuil: komt er enkel geld bij, of moet Paul Gheysens ook macht afstaan?
LEES OOK: Gheysens schiet uit krammen: bom ontploft bij Antwerp
Investeerders aan tafel: toeval is het al lang niet meerDe jongste financiële publicaties rond Royal Antwerp Football Club hebben een discussie opengebroken die op de Bosuil al langer onder de oppervlakte leefde, maar nu ook expliciet in officiële documenten en in de berichtgeving verschijnt: blijft het bij een extra investeerder, of gaat het dossier richting een (gedeeltelijke) overname?
Dat Antwerp met externe partijen praat, is niet langer een gerucht. Eén van de opvallendste passages in de jaarrekening is dat de club in gesprek is met externe investeerders. En de interesse is concreet, met van 1 partij een niet-bindend bod op tafel en van een andere een intentieverklaring. Zo’n extra investeerder kan zorgen voor broodnodige financiële ademruimte en het zuiveren van een negatief eigen vermogen.

Dat laatste is belangrijk in het dossier. Wie instapt met kapitaal, wil doorgaans ook garanties over hoe dat geld wordt gebruikt en wie er beslist. Bovendien is het negatieve eigen vermogen een reden voor de nieuwe koper om een lagere prijs te bedingen. Sporteconoom Thomas Peeters vroeg zich bij VRT NWS af hoeveel controle de huidige eigenaar Paul Gheysens zal behouden: gaat het om een investeerder die echt mee bestuurt, of om iemand die met een kleiner aandelenpakket vooral een commerciële positie verwerft?
Niet-bindend bod, intentiebrief… en dan begint het pas
Er circuleert een niet-bindend bod, wat een eerste voorstel is over de waardering en structuur, gekoppeld aan voorwaarden zoals inzage in contracten, schulden en cashflow. Het is een eerste raming op basis van de cijfers en de risico’s. Een intentieverklaring is vaak nog een stap voorzichtiger: een partij geeft aan het dossier ernstig te willen verkennen, maar zonder zich al vast te leggen op prijs of timing.
Dat Antwerp tegelijk over investeerders, maar ook overnemers praat, weerspiegelt vooral dat er meerdere scenario’s naast elkaar bestaan. In een eerste scenario stapt een minderheidsinvesteerder in via een kapitaalverhoging, waardoor nieuw geld naar de club vloeit en de balans wordt versterkt, terwijl de huidige eigenaar de controle behoudt.

In een tweede scenario wordt er een groter pakket aandelen verkocht of wordt de controle gedeeld, waardoor de nieuwe partij niet alleen geld brengt, maar ook richting geeft. In een derde scenario eindigt het in een volledige verkoop. Welke piste het wordt, hangt af van twee elementen die in de bronnen telkens terugkeren: hoe groot de financiële nood is en hoeveel macht de huidige eigenaar bereid is af te staan.
Gheysens onder druk: “iedereen wil dat hij loslaat”
Gazet van Antwerpen gaf een uitgebreide schets van de context waarin de investeerdersgesprekken plaatsvinden. Paul Gheysens, de man die de club bijna tien jaar geleden van de dood redde en haar kampioen maakte, ziet nu dat iedereen, van fans en club tot de banken én zelfs zijn eigen familie, overtuigd is dat de tijd rijp is om de fakkel door te geven. Alleen moet Gheysens nu zelf nog overtuigd worden.

Uit de geconsolideerde jaarrekening die de Pro League publiceert, waarin alle voetbalactiviteiten samen worden genomen, blijkt dat Antwerp een béétje winst maakte — voor het eerst sinds de promotie naar eerste klasse in 2017 — en dat de club ook in het seizoen 2025-2026 richting groene cijfers gaat. Maar tegelijk loopt de zoektocht naar een kapitaalsinjectie door, omdat de bredere schuldencontext rond Gheysens zwaar blijft wegen en investeringsmogelijkheden beperkt.
Wie zijn die kandidaten? En waarom zorgt dat voor stress
GvA schrijft dat er verkennende gesprekken lopen en dat er één non-binding offer en één letter of interest zijn. De krant voegt eraan toe dat volgens hun informatie een Albanees-Kosovaarse piste in beeld is, mogelijk gelinkt aan een Qatarese partij of een Europese Rus, maar met grote onduidelijkheid over solvabiliteit en betrouwbaarheid.
Dat soort passage is precies wat het dossier in supporterskringen gevoelig maakt. Niet omdat buitenlandse investeerders per definitie verdacht zijn, maar omdat een voetbalclub niet alleen een bedrijf is: reputatie, identiteit en transparantie wegen zwaarder door dan bij veel andere transacties. GvA vermeldt ook dat er geruchten waren over Deldo, maar dat die piste formeel ontkend wordt.

Los van de identiteit van kandidaten draait de kernvraag rond hoeveel invloed een nieuwe geldschieter zal krijgen. Een minderheidsinvesteerder die enkel geld geeft zonder inspraak, zal vaak hogere eisen stellen aan bescherming: rapportering, transparantie, auditrechten, afspraken over budgetdiscipline en soms veto’s op grote beslissingen.
Een investeerder die wel sportieve of strategische invloed wil, zal net andersom redeneren: wie beslist, draagt ook verantwoordelijkheid en wil de koers kunnen wijzigen. In voetbal vertaalt dat zich snel naar vragen over transfers, loonmassa, sportieve staf en lange termijnplanning.
De echte inzet: geld binnenhalen, maar wie beslist straks?
GvA benadrukt de toenemende druk rond Paul Gheysens. Niet alleen supporters of clubmensen, maar ook banken zouden duwen om hun geleende geld te helpen recupereren. Daarnaast wijst de krant op druk binnen de familie: echtgenote Ria Gheysens zou de tegenwind beu zijn. In zo’n context kan een investeerder voor iedereen de gulden middenweg lijken: niet alles loslaten, wel stabiliseren.

Antwerp zou niet te koop zijn – dat blijft door de eigenaar ontkend — maar de club zelf geeft toe dat er concrete interesse is en dat er al formele documenten circuleren. Antwerp lijkt tijd te kopen, en externe partijen ruiken dat er ruimte is om te onderhandelen. De prijs, de macht en de betrouwbaarheid van kandidaten zullen bepalen of het eindigt in een investeerder met beperkte invloed, een partner met gedeelde controle, of een echte overname.
Olivier Plancke