Anderlecht jaagt op een nieuwe T1 en wil nog deze week knopen doorhakken. Maar één piste zorgt nu al voor ophef: een ex-titelcoach van Club Brugge met een werkwijze die vaak snel scoort, maar ook snel verdeelt. Wordt dit de kortste weg naar punten — of het begin van een nieuw drama?
LEES OOK: 'Anderlecht heeft beet: nieuwe T1 straks al voorgesteld'
Trainerscarrousel op hol: Schreuder duikt op bij RSCADe trainerscarrousel draait weer door, en bij Anderlecht duikt de naam van Alfred Schreuder (53, Al-Diriyah) op. CEO Kenneth Bornauw zei dat het vinden van een nieuwe T1 de grootste prioriteit is, met als doel een nieuwe coach aan te stellen tegen het eind van deze week. In die context wordt gemeld dat Schreuder één van de pistes is (naast Jon Dahl Tomasson).

De hamvraag luidt: is Schreuder een goede coach voor een club die tegelijk resultaat, ontwikkeling en rust zoekt? Zijn carrière geeft een helder, maar dubbel antwoord: hij kan snel scoren en prijzen pakken, maar zijn passages als hoofdcoach zijn vaak kort en niet zelden eindigen ze in debat—over spel, keuzes of draagvlak.
Efficiënt, maar niet sprankelend: dat wringt meteen
Schreuder wordt doorgaans getypeerd als een trainer die snel structuur en intensiteit in een groep krijgt, en tegelijk sterk inzet op individuele begeleiding. In een analyse bij de NOS (over zijn periode bij Club Brugge) vatte Het Nieuwsblad-clubwatcher David Van den Broeck het zo samen: “Het is vooral efficiënt. Hij bracht meer intensiteit in de ploeg, maar het sprankelende combinatievoetbal ontbrak.” Niet meteen het voetbal dat Anderlecht voor ogen heeft.
Schreuder voerde heel veel individuele gesprekken met spelers. Dat beeld van people manager past bij Schreuders reputatie uit eerdere functies als assistent (bij Ajax en Barcelona), en verklaart waarom hij vaak snel connectie maakt met een kleedkamer.

Tegelijk kleeft er aan hem ook een label van tactisch en soms eigenzinnig aan hem. Van den Broeck noemde expliciet dat hij soms rare keuzes maakte, met als voorbeeld dat hij Charles De Ketelaere ooit als linkervleugelverdediger gebruikte. Schreuder durft te schuiven—en dat kan in een topclub zowel een troef als een trigger voor kritiek zijn.
Titel met Club Brugge… en tóch bleef het debat koken
In België blijft vooral zijn halfjaar bij Club Brugge het referentiepunt. Schreuder stapte midden in het seizoen in en leidde de ploeg naar de titel. Het resultaat staat er, en hij gebruikte het zelf als een statementmoment. Na de landstitel zei hij tegen Sporza: “Het mooiste moment uit mijn trainerscarrière? Absoluut.”

Ook in de perceptie is dat halfjaar belangrijk: hij bewees dat hij in een kleedkamer met druk en verwachtingen snel kan leveren. Maar tegelijk blijkt uit dezelfde terugblik van de NOS dat zijn populariteit bij het publiek minder vanzelfsprekend was dan de titel doet uitschijnen. Van den Broeck zei: “Ik heb nooit echt het gevoel gehad dat Schreuder de droomtrainer was voor Brugge.” Niet omdat de punten ontbraken, wel omdat het spelbeeld en enkele ingrepen vragen opriepen.
Schreuder zet hard op hiërarchie: Lang kreeg het meteen
Schreuder maakte Club Brugge efficiënter, niet per se mooier of aantrekkelijker. Efficiëntie boven esthetiek. Hij pakte vooral aan wat er op dat moment het meest telde: punten. Schreuder stuurde hard op gedrag en hiërarchie, iets wat Noa Lang toen aan den lijve ondervond. Lang liep na een wissel meteen door naar de kleedkamer, waarna Schreuder hem de volgende match op de bank zette.
Dat schudde Lang wakker, waarna het weer oké werd tussen de twee Nederlanders. Dat past bij het beeld van een coach die heel aanwezig is bij zijn spelers in gesprekken, maar tegelijk duidelijke grenzen trekt als hij vindt dat het moet.

Voor Anderlecht dat interessant: een coach die op korte termijn een reset kan doorvoeren in een groep, zonder alles tactisch opnieuw uit te vinden. Alleen: bij RSCA ligt elke keuze meteen onder het vergrootglas. En daar komt Schreuders reputatie van opvallende keuzes opnieuw om de hoek.
Ajax zette hem op non-actief: zo snel kan het ontploffen
Als Club Brugge Schreuders piek is, dan is Ajax zijn zwaarste tik. In januari 2023 zette Ajax hem op non-actief, met teleurstellende resultaten en een gebrek aan progressie in de ploeg als reden voor deze harde beslissing. “Dit is een pijnlijke beslissing, maar een noodzakelijke”, duidde Edwin van der Sar toen. Voor een topclub is dat een vernietigend verdict, omdat het twee pijnpunten combineert: niet alleen het resultaat, maar ook het gevoel dat het niet beter werd.
Ajax is wel een extreem specifieke omgeving. Maar Anderlecht is óók een club waar het niet volstaat om alleen te winnen; de manier waarop en de progressie worden continu mee beoordeeld. Schreuders Ajax-episode toont dus vooral dit: als het draagvlak weg is, kan het heel snel gaan.

Schreuders loopbaan als hoofdcoach kent meerdere korte passages, vaak met frictie op het einde. Bij FC Twente (ontslag in 2015) en TSG Hoffenheim (breuk in 2020) kwam het telkens tot een breuk door uiteenlopende visies. Schreuder zei na zijn ontslag in Duitsland: “Helaas konden we het niet eens worden over de manier waarop we … de toekomst in moeten gaan.” Sportief directeur Alexander Rosen voegde toe: “Over belangrijke details hadden we een andere mening.” Ook bij Al Ain eindigde de samenwerking vanwege een verschil van inzicht.
Dan breekt de hel los: waarom Schreuder Anderlecht splijt
Daarom is Schreuder voor Anderlecht op papier geen evidente match. Zijn trackrecord toont een coach die snel kan renderen en iets kan opbouwen, maar ook snel botst: bij meerdere clubs eindigde het in een breuk door verschil in visie en dat voedt het beeld van een lastig profiel in de samenwerking. Tel daar zijn verleden als kampioenenmaker bij rivaal Club Brugge bij, en je krijgt een naam die meteen discussie uitlokt nog voor hij één training heeft geleid. Bovendien staat Schreuder niet bekend als een trainer die vanzelfsprekend esthetisch, dominant voetbal brengt — precies het soort spel dat Anderlecht graag als identiteit naar voren schuift. In een club die nu vooral rust en lijn zoekt, weegt dat risico minstens even zwaar als zijn ervaring.
Olivier Plancke