Zondag 7 oktober was een dag waarop het Belgische voetbal zich weer eens van zijn minst mooie kant liet zien. De euforie rond de Rode Duivels en de trots dat we een club hebben die het tot de poulefase van de Champions League heeft geschopt, maakte gisteren plaats voor veel schaamrood op de wangen. De venijnige acties van Jonathan Blondel en de incompetente arbitrage op Jan Breydel staan echter in de schaduw van het vuurwerkfestival in Luik: wat Super Sunday moest worden, veranderde in de Sunday of Shame.
Om te beginnen dit: wie het ooit in zijn hoofd heeft gehaald om de duels tussen Standard Luik en RSC
Anderlecht ‘Clasico’s’ te noemen, verdient een stevige uitbrander. De bijnaam van de grootste en meest populaire clubwedstrijd ter wereld gebruiken voor een duel tussen twee Belgische ploegen is ronduit belachelijk. Al moet het gezegd: de laatste jaren hadden de wedstrijden tussen FC Barcelona en Real Madrid soms wel wat mee van de verhitte duels tussen de
Rouches en
Paars-Wit, die meer dan eens compleet ontspoorden.
Dat het ongenoegen al een tijdje sluimerde bij de aanhang van Standard was al langer bekend. Voorzitter Roland Dûchatelet is wereldvreemd als het op voetbalgebied aankomt, dat bewees hij vorige week met zijn komische optreden in
Extra Time, en de
transfers van Technisch Directeur Jean-François De Sart worden allerminst gesmaakt. Reken daarbij de schabouwelijke resultaten van de voorbije weken en je kon op voorhand voorspellen dat het minste vonkje aanleiding zou geven tot een steekvlam tegen Anderlecht.
Zo geschiedde ook. Het vonkje heette Milan Jovanovic: met zijn doelpunt in de negende minuut zette de licht ontvlambare Serviër heel Sclessin in lichterlaaie. Enkele jaren geleden, toen Jova nog de kleuren van Standard verdedigde, zou dat in positieve zin geweest zijn. Gisteren had het meer iets weg van de taferelen die zich afspelen in oorlogsgebied. Het publiek bestookte Anderlecht-doelman Silvio Proto massaal met vuurpijlen, wat scheidsrechter Alexandre Boucaut er toe aanzette om de partij te staken. Op zich een goede beslissing, ware het niet dat de beslissing wat ons betreft definitief geweest mocht zijn.
Na zeven minuten oponthoud werd de wedstrijd verder gezet, maar veel viel er niet te zien. Niet dat het spel zo slecht was, maar een gigantisch rookgordijn belemmerde het zicht. Puur op adrenaline en karakter (dixit Jelle Van Damme, die het woord niet minder dan zes keer gebruikte in een radio-interview na de partij) verpletterde Standard de verdedigingsgordel van Anderlecht. Het resulteerde in een snelle gelijkmaker die werd gevolgd door een weergaloze goal van Frédéric Bulot. Het was het enige lichtpuntje van de wedstrijd, die voor de rest alleen de sporen van haat, woede en verachting in zich meedroeg.
Kritische spandoeken en (niet-kwetsende) spreekkoren richting bestuur, trainer of spelers: het moet allemaal kunnen. Wanneer de gezondheid en de veiligheid van spelers en supporters niet gegarandeerd kan worden, dient er echter hard opgetreden te worden. Wat zich zondag afspeelde op Sclessin was onacceptabel en onverantwoord: hopelijk knijpt de voetbalbond geen oogje dicht en krijgen de club en de aanstokers hun verdiende loon. Als dat niet het geval is, wordt er een zeer gevaarlijk precedent geschapen. Ontevreden met de prestaties van je club? Gooi wat bommetjes en vuurwerk op het veld en intimideer daarmee de tegenstander. Een terugkeer naar het hooliganisme van de jaren tachtig en negentig kunnen we missen als kiespijn.
LEES OOK:
Westerlo stunt tegen Standard: Charaï looft reactie