Met Alexandre Tokpa en Abdoulaye Diabis trekken de laatste twee Ivorianen binnenkort de deur van het Freethiel-stadion achter zich dicht. Voor Beveren meteen het einde van een tijdperk dat zeven jaar duurde.
In 2001 kocht Jean-Marc Guillou zich in bij de noodlijdende eersteklasser KSK Beveren. Aangezien in de Belgische competitie geen beperkingen gelden op het aantal buitenlanders stalde de Fransman er al snel zo'n tien talenten uit zijn Ivoriaanse academie.
De kwikzilveren Ivorianen verrasten de Belgische voetballiefhebber op technische hoogstandjes maar hadden toch een tweetal jaar nodig om zich volledig aan te passen aan de Europese voetbalrealiteit. Met smaakmakers als Yaya Touré, Gilles Yapi Yapo en Arsène Né haalde Beveren in 2004 zelfs de bekerfinale.
Guillou rook het grote geld en verkocht één na één zijn Afrikaanse goudhaantjes. De nieuwe Ivorianen die uit de academie overkwamen, bleken niet langer over dezelfde kwaliteiten te beschikken en de prestaties van de Oost-Vlamingen gingen stelselmatig achteruit. Eind vorig seizoen degradeerde de club zelfs uit de hoogste afdeling.
In een perscommuniqué bekijkt de club het vetrek van de laatste Ivorianen vanuit optimistische hoek. "Nu kan Beveren zich concentreren op de eigen talenten. De jeugdspelers krijgen de kans om door te breken en zullen niet langer moeten vluchten om speelkansen te krijgen", laat de voorzitter optekenen.