Nathan De Cat heeft in de topper tegen Club Brugge opnieuw een stevig statement gemaakt. Net naast Hans Vanaken, nog altijd dé norm in België, zette de jonge middenvelder van Anderlecht het debat weer helemaal open. Wat eerst nog als een straffe vergelijking klonk, voelt na zaterdag plots een pak minder vergezocht.
LEES OOK: Van der Elst verbluft door prestatie RSCA-smaakmaker
De Cat zet de toon en laat Brugge weer slikkenDe topper tussen Club Brugge en Anderlecht heeft het debat rond Nathan De Cat in één klap weer op scherp gezet. Niet omdat één wedstrijd plots alles verandert, maar wel omdat de Brusselse middenvelder net tegen de ploeg van Hans Vanaken opnieuw liet zien waarom hij al maanden als hét nieuwe goudhaantje van Neerpede wordt beschouwd.
In Brugge scoorde De Cat van buiten de zestien, had hij ook een belangrijk aandeel in de 1-2 en was hij de opvallendste man aan de kant van Anderlecht. Tegelijk was er aan de overkant opnieuw Vanaken, de maatstaf waartegen in België nog altijd elke offensieve middenvelder wordt afgemeten. Zo kreeg de recente topper ook een extra laag: die van de gevestigde norm tegenover de opkomende topper.

De appreciatie voor De Cat was na afloop vrijwel unisono. L’Avenir en La Dernière Heure gaven hem een 8,5 en noemden hem fantastisch, met bijzondere aandacht voor de manier waarop hij Simon Mignolet verraste met zijn afstandsschot. De Standaard zag in hem koning éénoog in het land der blinden bij Anderlecht, terwijl Het Nieuwsblad schreef dat hij opnieuw zijn toptalent had bewezen en paars-wit lang naar een uitzege leek te loodsen.
Ook buiten de klassieke media was de teneur dezelfde: De Cat werd op sociale media geprezen om de Gouden Schoen 2026 te winnen. Dat enthousiasme kwam niet uit het niets, maar was wel opvallend omdat het nu expliciet samenviel met een topaffiche tegen Club Brugge.
Vanaken wilde revanche, maar botste opnieuw op De Cat
Dat duel kreeg vooraf al een duidelijke persoonlijke dimensie mee. In de aanloop naar de wedstrijd herinnerde Adriano Bertaccini in Het Nieuwsblad aan de vorige confrontatie, toen De Cat Vanaken haast man-tegen-man had gevolgd. “Hans Vanaken kon niet ademen in die match”, zei Bertaccini daarover.
Tegelijk stelde dezelfde krant de revanchehonger van Club centraal, met de veelzeggende formulering dat Vanaken “een Catje te geselen” had. Het idee was dus helder: wie het centrum beheerste, zou veel kans maken om ook de wedstrijd te controleren. Net daarom was het betekenisvol dat De Cat zich opnieuw zo nadrukkelijk liet gelden.

Toch zou het te eenvoudig zijn om te zeggen dat De Cat nu al op gelijke hoogte staat met Vanaken. Daarvoor is de Bruggeling te lang, te constant en te bepalend geweest. De voorbije maanden is zijn status in de Belgische pers nog eens breed onderstreept. Vanaken is de kapstok van Club en is meermaals bepalend geweest in de Champions League.
Franky Van der Elst stelde in Sudinfo dat de sleutel bij Club in de driehoek Onyedika-Stankovic-Vanaken ligt, en dat vooral Vanaken daarin de beste van België is. Die status is ook inhoudelijk verklaarbaar. Aleksandar Stankovic noemde hem in Het Nieuwsblad zelfs “de beste met wie ik ooit speelde”. Mamadou Diakhon vertelde bij RTBF dat hij pas na zijn komst naar Brugge volledig begreep waarom Vanaken al jaren als de beste van het land wordt gezien. En Jan Ceulemans en Van der Elst plaatsten hem in Het Nieuwsblad zonder veel omwegen in het rijtje van de allergrootste Belgen.
Vanaken blijft de norm, maar De Cat zit op zijn hielen
Dat is het niveau waarop De Cat voorlopig nog niet staat. De vergelijking zegt dus vooral iets over zijn potentieel, niet over een al voltooide machtswissel. Maar net dat potentieel maakt De Cat zo interessant. Verschillende analisten zien in hem trekken die aan Vanaken doen denken, zonder hem tot een kopie te beschouwen. Sven Kums zei in La Dernière Heure dat De Cat in sommige opzichten op Vanaken lijkt: door zijn lengte, zijn positionering en zijn spelgevoel. Guillaume Gillet sprak in dezelfde krant over zijn sereniteit, techniek en vermogen om op jonge leeftijd al verantwoordelijkheid te nemen.
Franky Van der Elst trok in Het Nieuwsblad dan weer een vergelijking met Jan Ceulemans, vooral omwille van de lichaamstaal en het spelbegrip. Dat zijn grote namen, maar in de redenering achter die vergelijkingen zit een constante: De Cat combineert een opvallend fysiek profiel met maturiteit, inzicht en een vermogen om het spel in beide richtingen te beïnvloeden.

Zijn ontwikkeling dit seizoen is dan ook explosief. Onder interimcoach Jérémy Taravel krijgt hij een rol als nummer 10. Taravel vertelde in Het Nieuwsblad na OH Leuven dat De Cat blij als een kind was toen hij dat hoorde, al moest hij tegelijk duidelijk maken dat die positie ook defensieve arbeid vereist.
Dat hij in zo’n rol al zo belangrijk is geworden, maakt zijn seizoen des te opvallender. Anderlecht beleefde sportief en organisatorisch een woelig jaar, met trainerswissels, een interimperiode, het vertrek van bepalende figuren en een voortdurende zoektocht naar stabiliteit. Toch bleef De Cat overeind. La Dernière Heure noemde hem ondanks zijn leeftijd een sleutelspeler voor Sporting.
Jan Hauspie stelde in HUMO dat hij de enige speler is die week na week nog boven de middelmaat uitsteekt. Jelle Van Damme vond in Gazet van Antwerpen dat hij niet alleen geweldig kan voetballen, maar ook niet vies is van het vuile werk. Hein Vanhaezebrouck zag in Sjotcast zelfs trekken van Declan Rice, Steven Gerrard en Frank Lampard in hem, vooral omwille van zijn mentaliteit en defensieve arbeid. Het zegt iets over de bandbreedte van zijn profiel: De Cat is geen puur sierlijke spelmaker, maar een moderne middenvelder met volume.
Anderlecht ziet het gebeuren: De Cat groeit richting top
Hans Vanaken is nog altijd de norm in België: door zijn cijfers, zijn duurzaamheid, zijn Europese prestaties en zijn vermogen om Club jaar na jaar te dragen. De Cat is voorlopig vooral de speler die het dichtst in de buurt komt van een nieuwe maatstaf bij Anderlecht, misschien zelfs in de hele competitie. Olivier Deschacht formuleerde het in Het Nieuwsblad voorzichtig maar veelzeggend: bij Anderlecht moet je naar profielen als die van Mignolet, Mechele en Vanaken met een vergrootglas zoeken, maar “Nathan De Cat kan het op termijn wel worden”. Na de topper van zaterdag klinkt die inschatting opnieuw een stuk minder theoretisch.
Olivier Plancke