Ivan Leko voelt de druk toenemen bij Club Brugge. Na het gelijkspel tegen Anderlecht groeit de onrust, want in Brugge draait alles om de landstitel. Tegen Westerlo moet er gewonnen worden, anders wordt het debat over Leko en de keuze van het bestuur alleen maar groter.
LEES OOK: Groot probleem bij Club Brugge: Leko moet ingrijpen
Club zet alles op Leko, spanning loopt stevig opBij Club Brugge draait het verhaal rond Ivan Leko steeds minder om stijl en steeds meer om uitkomst. Leko werd in december niet teruggehaald om wat extra vuur, spektakel of Europese uitstraling te brengen. Hij werd gehaald om kampioen te spelen. Alles wat sindsdien gebeurt, wordt door die bril gezien. Daarom voelt het gelijkspel tegen Anderlecht zwaarder dan gewoon puntenverlies en moét er gewonnen worden van Westerlo. Nieuw puntenverlies betekent niet alleen een nieuwe gemiste kans in de stand, maar ook een nieuwe herinnering aan het feit dat Club, ondanks alle energie en emotie, nog altijd niet de rust en controle uitstraalt van een ploeg die zonder discussie naar de titel marcheert.
Die druk is niet nieuw, maar wel bewust opgevoerd door het bestuur zelf. Begin januari schreef Het Nieuwsblad: “In 2026 moet het er boenk op zijn: die tweede ster boven het embleem is het àllerbelangrijkste. Daarom werd Ivan Leko in huis gehaald.” En op 1 maart zette CEO Bob Madou die lat nog eens publiek: “Wij menen dat we een kern hebben om eerste te worden”, klonk het in diezelfde krant. Club heeft de doelstelling dus expliciet gemaakt. De landstitel is geen wens, maar de norm. Dat maakt van elke match meer dan een match. Het maakt van elke misstap een debat over beleid.

Die context is essentieel om de trainerswissel van december te begrijpen. Nicky Hayen was populair bij spelers en achterban, en zijn palmares (een titel, beker, Supercup en een straffe Europese campagne) bood eigenlijk voldoende argumenten om hem langer krediet te geven. Toch vond de clubleiding dat het gevaar op een tweede seizoen zonder titel te groot werd. Voor Bart Verhaeghe was dat, volgens De Standaard, geen optie. Het bestuur vond dat het team te veel in een comfortzone zat en dat het vuur verdwenen was. Dévy Rigaux verwoordde het in Het Nieuwsblad zo: “Het vuur en de energie in de spelersgroep waren volledig weg.” Leko moest dat rechtzetten.
Daarmee zette Club zich, in de woorden van Het Nieuwsblad, vol in de wind De club betaalde ruim 1 miljoen euro om Leko los te weken bij AA Gent, verraste zowat iedereen met de timing en kreeg meteen een golf van negatieve reacties over zich heen. Supporters spraken op sociale media van “respectloos”, “schaam jullie diep” en “ongezien”. Het bestuur wist dus perfect dat deze ingreep niet neutraal zou worden onthaald. Door zo hard in te grijpen, koppelen ze hun eigen .geloofwaardigheid aan het succes van de nieuwe coach. Daardoor wordt niet alleen Leko beoordeeld, maar ook de beslissing om Hayen weg te sturen. Iedere goede of zwakke prestatie is automatisch ook een evaluatie van het bestuur.
Vuur en risico brengen Club niet de rust die het zoekt
Leko werd binnengehaald als tegenpool van wat Hayen volgens de club te weinig bracht. Vuur. Passie. Verbale scherpte. Een coach die, zoals Peter Vandenbempt het in Sporza formuleerde, leven in de brouwerij brengt. Club mikte bewust op een trainer die de groep emotioneel wakker kon schudden. In zijn eerste dagen zei Leko zelf nog dat hij niet veel zou veranderen, omdat het team volgens hem gebalanceerd was en al wist hoe het moest aanvallen en verdedigen. Maar tegelijk was duidelijk waarom men hem wilde: hij moest de boel op scherp zetten. Zoals Het Nieuwsblad schreef: Leko moest brengen wat Hayen steeds meer werd verweten te missen, namelijk vuur in de spelersgroep.
Sportief bracht dat aanvankelijk ook herkenbare Leko-accenten. Club ging hoger druk zetten, speelde meer op initiatief, durfde vaker risico nemen en werd aanvallender in zijn veldbezetting. Na de Europese duels tegen Atlético en Marseille werd dat zelfs bewonderend beschreven. Leko zei in Het Laatste Nieuws dat Club zijn voetbal wilde spelen, met veel durf, kwaliteit aan de bal en agressiviteit. En na een spectaculaire 3-5-zege in Genk klonk zijn credo nog duidelijker: “Liever met 3-5 winnen dan met 1-0.” Dat paste perfect in het beeld van Leko als coach van intensiteit, aanvalslust en emotie.

Maar precies daar zit nu de paradox. Want dezelfde coach die zei dat hij van risico houdt, moet stilaan toegeven dat die benadering in de titelrace een probleem dreigt te worden. Na de 2-2 tegen Anderlecht stelde Het Nieuwsblad vast dat Leko stilaan lijkt bij te draaien. De cijfers zijn hard: onder hem slikte Club in de competitie al 34 tegengoals, tegenover 16 voor Union. Er waren amper twee clean sheets in zeventien wedstrijden. Leko erkende zelf: “We pakken te makkelijk tegendoelpunten.” En nog opvallender: de man van “liever 3-5 dan 1-0” zei nu plots dat “2-0 beter dan 5-3” is. Het suggereert dat Leko voelt wat de titelcontext van hem vraagt: minder romantiek, meer afsluiting. Minder chaos, meer controle.
De match tegen Anderlecht legde dat bloot. Club had veel balbezit en drukte delen van de wedstrijd, maar gaf ook opnieuw te veel weg. Peter Vandenbempt zei in Sporza dat Club wel de betere ploeg was, maar dat Anderlecht heel goed de kwetsbaarheid van Club blootgelegd heeft. Volgens hem hield Club intern duidelijk rekening met 9 op 9 nu de Champions League-campagne voorbij is. Net daarom werd dat gelijkspel als een tegenvaller beleefd. Want met nog maar één match per week verdwijnen excuses over belasting, rotatie en Europees ritme. Vanaf nu wordt de lat nog harder op competitie-efficiëntie gelegd.
Als de titel uitblijft, dreigt de rekening voor iedereen
Ook andere stemmen in het dossier plaatsen vraagtekens bij het effect van de wissel. Franky Van der Elst zei in Sudinfo dat de druk om de titel te winnen verdubbeld is na de bekeruitschakeling tegen Charleroi. Hij voegde eraan toe dat hij er niet van overtuigd is dat de trainerswissel het gewenste effect al heeft gehad. “De Kroaat is duidelijk expressiever voor de bank dan de Limburger, maar dat betekent niet dat zijn team beter speelt”, klonk het. Club is misschien emotioneler geworden, intenser ook, maar de vraag blijft of het sportief wezenlijk vooruitging. Of het stabieler werd, of het beter wedstrijden kan doodmaken. Dat is precies het punt waarop Leko straks beoordeeld zal worden.
Ook in Het Nieuwsblad werd die lijn zichtbaar. Olivier Deschacht noemde het scorebordjournalistiek om alleen naar de punten te kijken en stelde tegelijk scherp: “Als Club Brugge aan het eind van het seizoen de titel niet pakt, is zijn seizoen toch mislukt?” Ruud Vormer ging daarin mee: “Gezien zijn status en kern is Club inderdaad verplicht om kampioen te spelen.” Dat vat de hele situatie samen. Europese avonden, aanvallende impulsen, individuele ontwikkeling van spelers als Stankovic of Tresoldi: het telt allemaal mee, maar slechts tot op zekere hoogte. In Brugge is er een hiërarchie der doelen, en bovenaan staat de titel.

Daarom hangt de schaduw van Hayen nog altijd boven dit verhaal. Niet omdat men in Brugge terug wil, maar omdat de redenering van december nog elke week mee op het veld staat. Hayen werd opzijgeschoven ondanks successen, omdat Club geen tweede seizoen zonder landstitel wou riskeren. Leko werd binnengehaald als noodzaak, niet als luxe. Als die gok niet tot de titel leidt, wordt niet alleen de keuze voor Leko in vraag gesteld, maar ook de bestuursstijl van Verhaeghe, Madou en Rigaux. Franky Van der Elst wees er al op dat het bestuur zichzelf belachelijk zou maken als dit mislukt. Of scherper nog: dan is de trainerswissel geen daad van leiderschap geweest, maar een dure ingreep die vooral meer emotie dan vooruitgang heeft opgeleverd.
Olivier Plancke