Anderlecht is bereid mee te werken aan een vertrek van een basisspeler, als de juiste voorwaarden op tafel komen. De club zoekt financiële ademruimte en houdt daarom verschillende pistes open. De interesse is er, maar een definitieve deal is er nog niet.
LEES OOK: Anderlecht met gigantisch probleem: noodoplossing in de maak
Van 14 naar 8 miljoen: het signaal rond StroeykensVijftien maanden geleden werd Mario Stroeykens door Transfermarkt nog op 14 miljoen euro gezet. In de meest recente waardering stond hij op 8 miljoen euro. Dat verschil tekent de situatie waarin RSC Anderlecht in de wintermercato opereerde: een speler met toekomstwaarde en een lang contract, maar ook een club die in januari vooral naar directe middelen zocht.
De piek van 14 miljoen euro dateert van december 2024; de daling naar 8 miljoen euro werd genoteerd bij de update van december 2025. In absolute zin blijft dat een stevige marktwaardering voor de 21-jarige uit de eigen opleiding, procentueel ook met -43%, maar het toont tegelijk hoe snel timing, blessures en seizoencontext kunnen doorwegen op de marktprijs.

Die stevige marktwaardedaling kwam er uitgerekend op een moment dat Anderlecht zijn transferbeleid expliciet koppelde aan financiële ruimte maken. In december verwoordde toenmalig sportief directeur Olivier Renard het in Het Laatste Nieuws zo: “We moeten eerst kijken naar uitgaande transfers… Nadien kunnen we pas de portefeuille opendoen.”
Renard zette de lijn uit: eerst verkopen, dan pas kopen
Dat basisprincipe bleef ook in de winter van 2026 overeind. Volgens Het Laatste Nieuws lag er intern een keuze op tafel: ofwel de kassa spijzen en de loonmassa verlagen via meerdere kleinere transfers, ofwel één grotere verkoop realiseren. In datzelfde kader merkte de krant op dat voor Yari Verschaeren en Mario Stroeykens de deur niet platgelopen werd door concrete biedingen.
Dit zet het dossier-Stroeykens in perspectief. Hij gold niet als overbodig, maar als één van de weinige spelers die sportief relevant blijft én potentieel cash kan genereren. Het was dus minder een sportieve afrekening dan een rekensom. Anderlecht zocht uit hoeveel financiële ruimte het kon creëren zonder de kern al te veel te verzwakken.

De buitenlandse belangstelling was aanwezig, al varieerde die per markt en constructie. L'Équipe meldde medio januari dat AS Monaco “attentif” was voor de situatie van Stroeykens. De Franse krant schreef er meteen bij dat de concurrentie “dense” was: Parma, OGC Nice, Torino en “een Engelse club” zouden het dossier eveneens opvolgen
Voor Anderlecht was die interesse op papier een kans: meerdere volgers kunnen de prijs opdrijven. In de praktijk wilde geen enkele club echt doorduwen, mede omdat Stroeykens op dat moment niet in topvorm of volledig fit was. De meest concrete interesse kwam uit Turkije. Beşiktaş wilde Stroeykens graag huren tot het einde van het seizoen, maar Anderlecht verkoos een definitieve transfer om meteen middelen vrij te maken.
Interesse genoeg, maar niemand duwde echt door
Sportief gezien had Anderlecht veel argumenten om te wachten. Stroeykens ligt vast tot 2028, hij is een profiel met groeimarge, en kan bij een sterk seizoenseinde zijn marktwaarde opnieuw opbouwen. Maar precies omdat de club deze winter middelen wilde vrijmaken, werd januari toch als “het moment” gezien als er een bod kwam dat klopte.
Niet omdat hij sportief overbodig was, maar omdat de financiële balans het dicteerde. Dat was ook impliciet in de manier waarop het dossier werd benaderd: cash boven geduld. Maar de realiteit van de voorbije wintermercato is dat enkel een lang contract niet automatisch leidt tot een grote transfer.

Er is ook een koper nodig die in januari een groot bedrag wil betalen én bereid is de risico’s (mindere vorm, timing, blessure) te dragen.
Verlenging tot 2028: nu rust, exit later?
De contractverlenging van oktober 2025 was geen vlucht vooruit, maar een compromis met twee voordelen: voor Anderlecht verdween het risico op een goedkope exit voor Stroeykens en de club bleef de baas over de timing; voor de speler kwam er rust om zich te herpakken en later via de grote poort te vertrekken.
Dat verklaart waarom Anderlecht in januari niet happig was op halve oplossingen. Met een contract tot 2028 is wachten een optie—maar de club wilde vooral vermijden dat wachten gelijkstond aan financiële stilstand. Nu de wintermercato voorbij is, blijft de conclusie dubbel. Enerzijds: er was belangstelling (Monaco en andere clubs), maar geen deal die in januari alle puzzelstukken in elkaar deed vallen.

Voor Stroeykens betekent het dat de volgende maanden opnieuw over zijn marktwaarde gaan: niet alleen de euro’s op Transfermarkt, maar vooral de waarde die hij op het veld kan terugbrengen. Voor Anderlecht betekent het dat de grootste hefboom—tijd—pas écht telt als de club die ook durft te gebruiken.
Olivier Plancke