Sebastien Pocognoli liet Union SG achter zich en koos voor een uitdaging bij AS Monaco. De Franse traditieclub leeft echter al een tijdje in onzekerheid denk maar aan het ontslag van Philippe Clement. Een nieuwe deceptie lonkt.
Ook Pocognoli krijgt de machine van Monaco maar niet op stoom en de kritiek begint luider en luider te worden. In het Prinsendom is men erg ambitieus en vooral de Russische voorzitter wil resultaten zien en regeert met harde hand.
LEES OOK: ‘Bliksemontslag Pocognoli: Russische tiran in Monaco’
Pocognoli slaat terugPocognoli sprak met Het Laatste Nieuws over de kritiek. "Ik probeer rationeel te zijn over wat we doen en wat we verdienen. En nogmaals, als we kijken naar de laatste twee wedstrijden, ook al weet je nooit hoe het uiteindelijk afloopt, hadden we zeker vier tot zes punten meer kunnen hebben. Dat zou de perceptie helemaal veranderen. Dat is de realiteit."
De Belg staat nog steeds achter zijn selectie. “De spelers verdienen mijn steun, want zij zijn niet verantwoordelijk voor deze onzekerheid. Als er een groep stond die zich niet volledig zou inzetten, die niet zou vechten, dan zouden we hen in vraag kunnen stellen. Maar nu zal ik hen altijd verdedigen.”
Nul op negen
In de competitie heeft Poco met AS Monaco een nul op negen. Nu wacht de Franse beker waar het zich zal moeten herpakken tegen derdeklasser Orleans. “Met Union maakte ik begin vorig seizoen hetzelfde mee. Er zijn twee manieren om hiermee om te gaan, zowel voor mijzelf als voor de club: het uitgangspunt is vertrouwen, en als ik vertrouwen heb in wat ik doe en in de mensen om me heen op alle niveaus, zal ik me op een positieve manier blijven ontwikkelen in mijn relatie met de spelers.”
De Belg had echter ook een waarschuwing klaar. “Als er daarentegen een gebrek aan vertrouwen is, gaan we de verkeerde kant op. Ik moet trouwens toegeven dat ik evenveel plezier beleef aan een reeks overwinningen bij Union als aan het gebrek aan overwinningen zoals nu. Want voor mij is er altijd een oplossing, in elke situatie. We zullen goed moeten samenwerken, en daar twijfel ik niet aan, want ik weet wat we met de staf aan het doen zijn.”
Stephan Calander