Club Brugge is op weg naar een nieuwe transfersoap rond Joël Ordóñez. Liverpool ruikt is in paniek na de blessure van Leoni, maar zal stuiten op een Brugse muur. De Ecuadoraan, wiens droomcompetitie de Premier League is, heeft verlengd tot 2029 en Club wil enkel praten bij een buitensporig bod. Toch gonst het van de geruchten: Inter, Chelsea en Liverpool jagen mee, de prijs stijgt per minuut. Komt er in januari toch een megadeal — of wacht iedereen op de zomer?
LEES OOK: TRANSFERUURTJE: ‘Standard en Club kijken in JPL, Anderlecht dubt’
Van Premier League-droom naar Franse flirtJoël Ordóñez droomde ooit hardop van de Premier League. Eind 2024 zei hij het zelf: “De Premier League, dat zou ik leuk vinden.” Maar in de zomer van 2025 duwde hij richting Marseille. Niet richting Engeland. Zijn wens en de realiteit lagen uit elkaar. En precies daar begint de nieuwe Ordóñez-soap.
Liverpool ruikt namelijk bloed. Giovanni Leoni lis out met een gescheurde kruisband, de defensie is broos, en Arne Slot wil vooruit verdedigen met backs die durven en centrale verdedigers die nog meer durven. In januari loert nu al paniek, en op de radar van de Merseysiders knippert één naam in neon: Joël Ordóñez.

Maar Club Brugge is voorbereid. De landskampioen zette in september een dikke streep onder zijn waarde met een contractverlenging tot 2029. De boodschap is duidelijk: hij is niet te koop. En zéker niet in de winter. Niet omdat er geen interesse is — Chelsea, Inter en Liverpool schuiven al aan — maar wél omdat Club hem enkel wil verkopen voor de absolute jackpot.
Liverpool ruikt bloed — en ziet Ordóñez
Herinner je Marseille. In juli lag er een bod op tafel van 25 miljoen + 5 aan bonussen. Club zei nee. Geen twijfel, geen onderhandeling. Gewoon nee. Daarna volgde een contractverlenging. De boodschap: wie Ordóñez wil, betaalt een jackpot.
Toch gonst het opnieuw in Engeland. De geruchten draaien overtoeren, insiders beweren dat Liverpool hem “intensief volgt”, en de puzzelstukken lijken — op papier — te passen. Maar dat is allerminst een zekerheid voor een wintertransfer.

Club Brugge speelt nog Champions League tot eind januari. Europees én nationaal telt elk punt. Verkopen in de winter? Hoogst uitzonderlijk. Tenzij iemand doordraait. De markt is intussen een veiling geworden. Inter loert. Chelsea ruikt kansen. Elke nieuwe geïnteresseerde club jaagt de prijs omhoog.
Wie Ordóñez wil, moet all-in gaan
En Liverpool? Dat moet kiezen: wachten tot de zomer en risico lopen dat hun droomtarget naar een andere club trekt, of nu toeslaan en het transferplafond breken. Want één ding is duidelijk: Club Brugge verkoopt niet. Niet nu. Alleen als de Premier League met een onvoorstelbaar bod komt, gaat de poort open.
Iedereen die nu belt, weet dus meteen: dit wordt géén gewone onderhandeling. Maar Liverpool heeft een reden om zenuwachtig te worden. Leoni ligt eruit met een gescheurde kruisband. In januari zoekt Arne slot geen back-up, maar een directe versterking.

De Ecuadoraan is snel, agressief in de duels, comfortabel aan de bal, jong genoeg om te vormen, brutaal genoeg om meteen te leveren. Precies het soort profiel dat je in de winter zelden nog goedkoop van de markt plukt. Tenzij je diep in de buidel tast. Héél diep.
Maar realistisch? De sportieve en financiële logica zegt: zomer. Dan is er ruimte en zijn de Europese plichten vervuld. Januari vraagt een dik chequeboek, lef en haast. Dus ja, de volgende Ordóñez-soap is begonnen. De ingrediënten zijn er: een speler die past, een club die zoekt, een tegenpartij die niet hoeft te verkopen, en een markt die sensatie wil.
Olivier Plancke