Club Brugge spreekt van vertrouwen in de verdediging, maar achter de schermen is er paniek. De beoogde opvolger van Ordoñez, die omschreven werd als een ‘droomtransfer’, valt compleet door de mand, waardoor de Ecuadoraan plots ‘onmisbaar’ is geworden. Een draai van 180 graden die meer zegt over een mislukte miljoeneninvestering dan over sportieve logica.
LEES OOK: 'Vijf afwezigen in Gent: transferitis bij Club Brugge?'
Romero voldoet niet, Ordonez mag niet wegClub Brugge probeert zichzelf iets wijs te maken. De sportieve leiding houdt koppig vast aan een verhaal dat intussen niemand nog gelooft: dat het achterin voldoende gewapend is.
Er is geen nieuwe centrale verdediger nodig, er zijn toch Brandon Mechele, Jorne Spileers, Vince Osuji... en Zaïd Romero. Maar onder die façade zit de echte reden waarom Joel Ordoñez plots ‘onmisbaar’ is: omdat zijn beoogde opvolger keihard door de mand valt.
Romero, vorig jaar nog met veel bombarie binnengehaald voor zes miljoen euro, heeft zijn kans gehad tegen KV Mechelen. Eén basisplaats, meer kreeg hij niet, maar zelfs dat was er al te veel aan.
Club verloor, en Romero stond ongewild symbool voor de defensieve kwetsbaarheid die Club in het seizoensbegin vertoonde. Het was onduidelijk of Hayen opnieuw op Romero zou rekenen, maar in de voorbije vier wedstrijden kwam de Argentijnse verdediger geen seconde in actie.
De draai van 180 graden
Wat toen stil werd beslist: Ordoñez mag onder geen beding meer weg. Club zat nochtans met één been in een monstertransfer. Marseille, Al-Hilal, Engelse clubs — ze stonden allemaal aan te dringen. Maar na Romero’s wanprestatie veranderde het verhaal.
Ordoñez is nu "te belangrijk". Lees: Romero is onvoeldoende. Het is een complete draai van 180 graden, maar niemand die het luidop zegt.
Niemand die zegt dat Romero géén back-up is. Dat hij met zijn trage voeten, zijn onvoorspelbare tackles en zijn houten inspeelpass gewoon niet voldoet aan het niveau dat Club ambieert.
Niemand die toegeeft dat Club zich heeft vergist. Dat hun zogezegde ‘droomaanwinst’, de man die “perfect in het Bluvn Goan-plaatje past”, in de praktijk een buitenwipper blijkt die meer paniek zaait dan rust brengt.
Ook Hein Vanhaezebrouck ziet het. “Als Ordoñez vertrekt, moet er absoluut een verdediger bij. Romero gaat ook niet plots de redder des huizes worden,” zei hij treffend.
Financieel tikkende tijdbom
Intern blijft het stil. CEO Bob Madou verdedigde de transfer van Romero openlijk, maar wie kijkt, ziet: de Argentijn speelt niet. En als hij sporadisch eens speelt, dan valt hij door de mand. Hij is geen concurrentie voor Mechele. Geen alternatief voor Ordoñez. Enkel ballast.
En dus kan Ordoñez, de man die Club net wél miljoenen kan opleveren, plots niet meer verkocht worden. Omdat de mislukking van Romero dat onmogelijk maakt. Club zit gevangen in zijn eigen inschattingsfout en weigert gezichtsverlies te lijden. Want Romero mag dan sportief tekortschieten, financieel blijft hij een tikkende tijdbom.
Een vertrek is duur om af te schrijven. Een vervanger te gênant om te moeten halen. Dus wordt alles gecamoufleerd: er is vertrouwen, er zijn ‘voldoende opties’, en de transfermarkt blijft gewoon dicht.