Sergio Agüero en Javier Pastore waren met 45 en 43 miljoen euro de duurste aankopen van de zomerse transferperiode. Door de flinke bedragen behoren beide Argentijnen tot de vijftien duurste voetballers aller tijden.
Ook in het kalenderjaar van 2011 scoren Agüero en Pastore hoog. In januari kostte alleen Fernando Torres meer. De Spanjaard verliet in januari Liverpool om voor concurrent Chelsea te gaan spelen. De club uit Londen betaalde ruim 58 miljoen euro voor de spits.
Agüero staat met 45 miljoen euro op twaalfde plaats in de ranglijst van duurste spelers aller tijden en kwam daarmee op gelijke hoogte met Christian Vieri, die in 2000 Lazio Roma verliet voor Internazionale, en Ronaldo. De Braziliaanse spits verliet in 2002 Internazionale voor Real Madrid.
Het is voor Manchester City de tweede speler die meer kostte dan veertig miljoen euro. Eerder betaalden
The Citizens al 43 miljoen euro voor Robinho, die in 2008 werd overgenomen van Real Madrid.