Real Madrid heeft zaterdagavond voor de vijfde keer het WK voor clubteams op zijn palmares weten te zetten. Nadat het in de halve finale al vlot afgerekend had met het Egyptische Al-Ahly, zorgde het ook in de finale voor een doelpuntenfestijn. Al-Hilal uit Saudi-Arabië ging na een spektakelstuk uiteindelijk met 5-3 voor de bijl, waardoor Real voor de eerste keer sinds 2018 zich weer wereldkampioen mag noemen.
De Koninklijke moest het in het Marokkaanse Rabat nog steeds stellen zonder Thibaut Courtois en Eden Hazard, die nog steeds in de lappenmand liggen. Verder zorgde Carlo Ancelotti niet voor grote verrassingen in zijn basiself en de trainer zag zijn ploeg een uitstekende start nemen. Na nog geen 20 minuten had Real via goals van Vinicius Junior en Valverde al een dubbele voorsprong beet.
Al-Hilal liet zich echter niet zomaar naar de slachtbank leiden en enkele minuten later bracht Marega de spanning al terug. Vroeg in de tweede helft maakte Real met twee goals in vijf minuten echter toch het verschil. Benzema pikte zijn doelpuntje mee en Valverde scoorde zijn tweede. Maar zonder Courtois bleek de defensie van Real toch niet helemaal op punt te staan, want in het laatste halfuur scoorde Vietto nog twee keer namens Al-Hilal. Omdat tussendoor ook Vinicius nog zijn tweede gemaakt had, klokten we zo af op 5-3.
Voor Real is het de vijfde eindzege in het WK voor clubteams, nadat ze ook al drie keer de Intercontinentale beker gewonnen hadden. Daarmee kunnen ze met vertrouwen terugkeren naar Spanje, waar ze nog een kloof van acht punten met FC Barcelona zullen moeten dichten als ze nog kampioen willen worden.
Jannick Lanckriet