Dinsdagavond plaatste Liverpool zich met een 4-0 zege tegen FC Barcelona tegen alle verwachtingen in voor de finale van de Champions League. In België ligt de nadruk natuurlijk vooral op het aandeel van Rode Duivel Divock Origi in de onwaarschijnlijke comeback, maar ook Georginio Wijnaldum deed flink zijn duit in het zakje.
De Nederlandse middenvelder kwam pas na de rust tussen de lijnen, nadat linksachter Andrew Robertson geblesseerd in de kleedkamer was gebleven. Uiteindelijk zou de 55-voudig international twee keer scoren en zo samen met Origi de architect van de historische triomf op Anfield worden.
Desondanks had Wijnaldum, normaal gezien basisspeler bij The Reds, toch nog wat op zijn maag liggen na het laatste fluitsignaal. “Ik was erg boos op manager Jürgen Klopp omdat ik op de bank moest beginnen”, zo klonk het eerlijk in een emotionele reactie net na de match. “Ik heb geprobeerd het team te helpen en ben blij dat ik dat heb kunnen doen met twee goals.”
Te midden van al het feestgedruis ruimde de teleurstelling dan ook al snel plaats voor vreugde. “Dit is ongelooflijk. Na de wedstrijd in Spanje waren we ervan overtuigd dat we met 4-0 konden winnen. De buitenwacht had daar zijn twijfels over, maar we hebben andermaal laten zien dat alles mogelijk is in het voetbal.”
LEES OOK: UCL op TV: hier kijk jij naar Real-Bayern en PSG-Liverpool
Arne Decraene